Naarmate
de Eerste Wereldoorlog langer duurde, werd de financiële toestand van het
vliegkamp er niet beter op. Wel kwamen nog steeds de nodige toeschouwers naar
de demonstraties, die onverminderd doorgingen, maar zij brachten minder geld
in het laatje. Het merendeel van de bezoekers was tot de ontdekking gekomen dat
men bij een dergelijk schouwspel er niet met de neus bovenop behoefde te staan.
Door
de entreeprijs in de zak te houden en een plaatsje aan de rand van het bos op
te zoeken, werd het vertoonde daar hoog in de lucht er heus niet minder om.
De
mobilisatie-tijd was mede oorzaak dat het aantal leerlingen terug liep, terwijl
anderzijds de kosten stegen. Het werd steeds moeilijker om de eindjes aan elkaar
te knopen.
De opleiding ging de andere handen over onder de naam "Charley's
Vliegtuigschool".
Verschillende instructeurs hebben de leiding gehad met
als bekendste B. Hussni, die in 1919 de heer Waren opvolgde.
Deze Hussni, een
Turk van geboorte, was in de afgelopen jaren oorlogsvlieger geweest.
Deze avondtuurlijke
jaren hadden een fantastisch vlieger van hem gemaakt, die nergens
voor terugdiensde.
In zijn eentje maakte hij soms nachtvluchten,vloog met de gebrekkige navigatie
van die tijd boven de verschillende dorpen van de gemeente om later, in het volslagen
duister, weer feilloos te landen.
Rondvluchten
Hussini organiseerde
tegen een vrij lage prijs rondvluchten, terwijl elke sensatie werd aangegrepen
om het vliegkamp weer in de belangstelling te brengen.
Zo nodigde hij de'
trompettist G . Veenendaal eens uit een tochtje met hem te maken. Deze moest dan
zijn instrument meenemen en boven de kom van het dorp een paar nummertjes ten
beste geven. Onze muzikant, vrij van hoogtevrees, had geen enkel bezwaar, dus
vertrok men op een mooie voorjaarsavond, op 18 mei 1920. De start verliep vlot.
Boven het dorp gekomen, zette de piloot de motor af en zo zweefde het toestel
enkele malen sierlijk rond de torenspits. De muzikant blies uit volle borst enkele
populaire wijsjes, die duidelijk tot de verzamelde menigte doordrongen. Heel toepasselijk
voor deze luchtvaartpionier, liet hij ook nog "Lang zullen zij leven"
horen. Toen echter de piloot koers naar het vliegveld zette, wilde tot zijn
schrik de motor niet aanslaan. Angstig laag scheerde het vliegtuig over de beukenkruinen
van het Edese bos, totdat eindelijk de motor begon te sputteren en een landing
nog mogelijk bleek. Na het
itstappen vroeg Hussni in gebroken Hollands aan
zijn muzikale passagier: "Oef, jij niet bang, wir waren fast kaput", waarop
de onverstoorbare Veenendaler antwoordde: "ik dacht dat al die geintjes er
bij hoorden".
Hussini kon niet alleen vliegen, maar was blijkbaar
ook een uitstekend instructeur. Twee dagen na het optreden van onze muzikant maakten,
na slechts één maand opleiding, de heren Wielink en Reeder, respectievelijk
uit Amsterdam en Bergen aan Zee afkomstig, al hun eerste geslaagde solovlucht.
Zelf volbracht Hussni die avond zijn vijfduizendste vlucht, een respectabel aantal
voor die tijd waarbij onder de vele genodigden zich ook burgemeester Creutz bevond.
"De
Turk", zoals hij algemeen genoemd werd, deed er alles aan, maar het vliegveld
was niet meer te redden. Tot overmaat van ramp brak op een avond nog brand uit,
waarbij een hangar met een vliegtuig en veel materiaal verloren ging.
Aan blussen
viel niet te denken, de afstand vanuit het dorp was voor de brandweer veel te
ver om tijdig ter plaatse te kunnen zijn. De schade bedroeg ongeveer f 75.000,-
Film
In
juni 1920 kwam er nog een laatste opleving: er werden opnamen gemaakt voor een
film.
Verschillende types vliegtuigen voerden halsbrekende capriolen uit, waarbij
de toeschouwers hun hart vasthielden. De toestellen scheerden zo dicht langs en
over elkaar heen, dat een botsing onvermijdelijk leek, maar de luchthelden bleken
voor hun taak berekend en alles liep goed af. Op 28 augustus 1920 worden nog vijf
splinternieuwe vliegtuigen uit Duitsland aangevoerd en opgeborgen in een hangar,
waarin reeds gedurende enige tijd vijf van dezelfde toestellen waren ondergebracht.
Deze moderne vliegtuigen zijn een duistere geschiedenis gebleven, geen van de
tien is op het Edese vliegveld de lucht in geweest. Men heeft, wel verband
willen leggen tussen de pas beëindigde wereldoorlog en de daaraan voor Duitsland
verbonden herstel-betalingen, maar zekerheid is hierover niet te geven.
Fini
Dan
zakt het doek, de zaak was niet meer drijvende te houden. De nog aanwezige vliegtuigen
werden publiek verkocht, nadat zij eerst een week te bezichtigen waren op het
grasveld achter villa "De Reehorst", hetgeen meer kijkers dan kopers trok.
De hangars vielen in slopershanden, de betonvloeren vormden blijkbaar een te zware
kluif, men liet die maar liggen.
Jarenlang hebben vakantiegangers en bewoners
uit de omgeving er als tennisbaan nog een dankbaar gebruik van gemaakt.
Aan
de Zonneoordlaan, ter hoogte van het voormalige vliegveld, werd in het najaar
1955 een bescheiden monument, voorstellende een halve vliegtuigpropeller, onthuld.
Herinnering aan de eerste Nederlandse vlieger, die boven vaderlands grondgebied
vloog.
Op 29 juli 1960, precies vijftig jaar later, werd als posthume hulde door
het bestuur van de vliegbouwkundige studievereniging "Leonarda da Vinci"
uit Delft nog een krans gelegd. Bovendien blijft; de naam Hilgers voortleven in
een nieuw aangelegde weg bij de Driesprong, die naar hem werd genoemd.
Ede
was een illusie armer, er kwam geen wereldluchthaven op zijn grondgebied. Wat
dat betreft;, kregen de pessimisten van om dorp in 1910 gelijk: "Dat kon
nooit goed gaan".
H. J. Nijenhuis

