Vliegen in Ede ( 2 )

De directie uit Den Haag was zeer tevreden over de vlotte gang van zaken in Ede. Zelf liet men er ook geen gras over groeien, maar bouwde in vlot tempo een paar grote loodsen, bestemd tot hangars en werkplaatsen. De heide werd gemaaid en enigszins gelegaliseerd: het vliegterrein was een feit. De hangars bezaten over de gehele breedte harmonicadeuren, iets geheel nieuws voor die tijd.

Een windmeter was onontbeerlijk en men bad daar een simpele oplossing voor gevonden. Vier grote pollepels waarvan een knalrood was geverfd ,waren in een kruis aan elkaar gelast. Deze constructie was draaibaar tegen de nok van een hangar bevestigd. Door op de rode lepel te letten, kon men gemakkelijk bet aantal omwentelingen tellen en zo de kracht van de wind bepalen.
Het eerste vliegtuig, een Bleriot werd aangevoerd in een grote kist, de vleugels gemonteerd naast de romp. Deze kist droeg als opschrift " Usines Bleriot, Rue de Rennes, Paris". Ter plaatse werd het toestel gemonteerd. Zo op het eerste gezicht een samenstelsel van latten, staaldraad en zeildoek, maar wel uitgerust met een 25 PK-motor.
J. W. E. L. Hilgers, van beroep werktuigkundige, die zijn vliegbrevet In het buitenland had behaald, popelde nu om het toestel te testen,maar de pollepels draaiden steeds te hard.
Eindelijk, op de avond van 29 Juli 1910, stonden zij vrijwel stil.
Hilgers besloot het er op te wagen. Gekleed in een soort overall, een stofbril voor de ogen en de pet achterstevoren op het hoofd, stapte hij in het wankele geval.
Er was geen bekendheid aan gegeven,omdat slechts weinig toeschouwers van dit historische gebeuren getuige waren. Want het toestel kwam inderdaad los van de grond en Hilgers vloog zeker wel vier meter hoog en ongeveer dertig meter ver. Bij de landing werd bet vliegtuig weliswaar beschadigd, maar dat deed niets af aan het feit dat voor het eerst een Nederlander boven eigen grondgebied had gevlogen. Later is de eer van deze prestatie opgeëist door Heerenveen, waar precies een dag later werd gevlogen. Wij komen daar direct nog op terug.

Gebrs.Wright
In het bultenland was men met de vliegerij al wat verder.
Algemeen wordt aangenomen dat de Amerikaaase gebroeders Wright de eerste mensen zijn geweest die in 1903 met een door hen zelf ontworpen en. gebouwd motorvliegtuig de lucht in gingen.

Frankrijk werd in Europa al gauw de bakermat van de vliegsport, vandaar de naam aviateurs. Daar werd veel gevlogen en geëxperimenteerd, ook al waren de toestellen nog zeer gebrekkig en veelal uitgerust met een allesbehalve betrouwbare motor, waardoor eigenlijk elke geslaagde vlucht tot een wonder gerekend mocht worden.
Toch had reeds in 1909 de Franse luchtvaartpionier en vliegtuigbouwer BIeriot als eerste het Kanaal overgevlogen, een stunt waar men niet over uitgepraat raakte. Geen wonder dat Nederlandse jongens, die zich tot de aviatiek aangetrokken voelden, naar Frankrijk trokken om daar een opleiding te volgen. Zo ook een Haagse jongeman, Clement van Maasdijk, ook al uit het autovak, die vliegenier wilde worden.
In het vroege voorjaar van 1910 kwam Clement in Parijs aan en behaalde reeds op 22 Juni daaraanvolgend zijn vliegbrevet. Van zijn laatste spaarcenten kocht hij een Sommer tweedekker. waarmee hij naar Holland trok voor het geven van demonstraties. Dit optreden beoogde een tweeledig doel: a1lereerst bracht het de vlieger het nodige geld op voor zijn persoonlijk onderhoud en dat van zijn kostbare machine. Bovendien bracht vliegen nog extra financieel risico mee als het toestel bij een noodlanding of een verkeerde manoeuvre op een bouwland terecht kwam en de verbolgen boer een behoorlijke schadevergoeding eiste. Maar tevens moest middels deze demonstaties het Nederlandse publiek warm gemaakt worden voor de vliegsport.

Clement van Maasdijk ontving zijn eerste uitnodiging om z'n kunnen te tonen van de VVV in Heerenveen. Daar maakte bij op 30 juni 1910, onder grote bijval van een talrijk publiek. zijn eerste vluchten in Nederland. Hilgers was hem in Ede das juist één dag voor geweest. Maar, zo beweerde men in Friesland, dat vliegen mocht eigenlijk geen naam hebben, een korte afstand in een rechte lijn op geringe hoogte. Bovendien had men één en ander niet aangekondigd, zodat vrijwel geen mensen aanwezig waren.
Nee, dan in Heerenveen. Duizenden enthousiaste toeschouwers en een vlieger die herhaalde malen opsteeg en sierlijke bochten beschreef. Och, die rivaliteit tossen Ede en Heerenveen behoeft men niet zo serieus te nemen, maar heel tragisch was dat Clement van Maasdijk deze geslaagde demonstraties nog geen maand overleefde .

Wordt vervolgd

H. J. Nijenhuis