Vliegen in Ede ( 1 )

Uit mijn prille jeugdjaren duiken nog herinneringen op hoe enthousiast wij op zomermiddagen, na schooltijd wel te verstaan, de lange wandeling naar de Doesburgerheide maakten, in de hoop één of meer vliegtuigen aan het werk te zien.

Je moest daar wel wat voor over hebben, want het was niet direct naast de deur. Via de Oud-Arnhemseweg trokken wij in een rechte lijn het Edese Bos door, staken de weg naar de Driesprong over om een tijdje later de rand van de helde te bereiken, waar het wonder zich voltrok.

Meestal nog een vergeefse tocht ook, want de vliegeniers -toen nog aviateurs genoemd van die tijd waren helemaal afhankelijk van de weergoden.
Een klein beetje wind of een donkere lucht en het feest ging niet door, waarop wij onverrichter zake huiswaarts keerden.
Maar als alles mee zat, en zo'n een of tweedekker werkelijk de lucht in ging, dan was dat een belevenis die alle mislukte tochten weer goed maakte.

Buurt Doesburg.
Inderdaad, in die jaren was Ede een vliegveld rijk, waarvan heel wat mensen grote verwachtingen hadden. In 1910 kwam een automobielbedrijf uit Den Haag met plannen om twee vliegkampen op te richten: in Soesterberg en als tweede plaats van vestiging was Ede gekozen. De leiding van de twee vliegvelden bestond uit directeur J . Verwey , algemeen secretaris en H. A. C. Venema, chef exploitatie F.Koolhoven en chef fabrikant J.Hilgers .


In Ede had men het oog laten vallen op een stuk heide, ingesloten tussen de tegenwoordige Zonneoordlaan en de aloude Hessenweg. Deze grond was van oudsher in het bezit geweest van de Buurt Doesburg, totdat op de jaarlijkse buutspraak van 1902 bij meerderheid van stemmen werd besloten de bezittingen in kleine percelen, voor een zacht prijsje, onder de geërfden te verdelen. Om de daaraan verbonden kosten, vooral van landmeters en notaris, te kunnen betalen, werden eerst stukken grond publiek aan de man gebracht. Zo kocht onder anderen ook Graaf Bentinck een tegen de Hullenberg gelegen stuk heide om zijn toch al aanzienlijk grondbezit in onze gemeente te vermeerderen.

De Doesburgerbuurt werd in genoemd jaar opgeheven,maar vele geërfden werden voor f 20,- tot f 25,- per hectare gelukkige bezitter van een eigen perceel heide of bosgrond .

Luchtscheepvaart
Het was voor de heren tilt Den Haag een onmogelijke zaak met al deze eigenaars afzonderlijk te gaan onderhandelen, dus wendde men zich tot het gemeentebestuur. Geheel in tegenstelling, tot de toenmalige mentaliteit in Ede, waar men het nog niet zo op de vooruitgang had begrepen, stond het merendeel van de vroede vaderen direct in vuur en vlam. Het luchtverkeer in de gemeenteraad sprak men over "het beoefenen van de luchtscheepvaart" stond nog in de kinderschoenen.
Een buitenkansje, dat het eerste particuliere vliegterrein in Ede zou komen, daar moest men gebruik van maken.
Velen met een vooruitziende blik zagen een geweldig toekomstbeeld: ons eenvoudige dorp, centraa1 in het land gelegen, zou uitgroeien tot een wereldluchthaven, met alle voordelen van dien. Vol ijver togen B en W aan de arbeid: Notaris Dinger uit Lunteren werd ingeschakeld en met diens medewerking wist men in betrekkelijk korte tijd, door pacht en koop, op zoveel percelen beslag te leggen als de firma nodig oordeelde.

Niet minder dan 112 huur en koopcontracten moesten worden opgemaakt, maar het college had al deze trammelant graag voor de goede zaak over.
De onderhandelingen werden nog bemoei1ijkt doordat eigenaar met een scherpe neus al gauw doorhadden dat de grond een prachtig speculatieobject was geworden, waardoor de prijzen soms tot f 150,- per hectare opliepen. De eerstvolgende jaren steeg de grondprijs nog steeds.
Zo betaalde de heer P. Duys in 1916, toen hij aan de Hessenweg ongeveer 150 hectare heide als ontginningsproject kocht, gemiddeld f 175,- per hectare.
Nog wat later was het vet er af, de prijzen zakten weer, zodat niet alle speculanten ,er beter van zijn geworden. Nadat de zaak rond was, werd het terrein aan de firma verhuurd.
Voor al haar bemoeienissen stelde de gemeente slechts één voorwaarde: er zou niet op zondag gevlogen worden.

Wordt vervolgd

H. J. Nijenhuis