Tunnel

Een ieder kan thans bij het station Ede-Wagningen zien hoe de tunnelbouw vordert en binnen afzienbare tijd in gebruik genomen kan worden. Daarmede komt een eind aan bijkans een halve eeuw praten en plannen maken. Reeds in de raadsvergadering van 9 juni 1938 kwam als punt zeven van de agenda een adres in behandeling van het raadslid, de heer A. Roseboom.
Hierin verzoekt adressant maatregelen te nemen om aan de levensgevaarlijke toestand bij de overweg van station Ede S.S (Stadspoor}, Wageningen was er nog niet aan toegevoegd, een einde te maken. De enige oplossing is de aanleg van een tunnel zoals bijv. in Apeldoorn.

Om de kosten te drukken zou een beroep op het werkfonds, een instelling uit de crisisjaren waaruit belangrijke werken voor een deel werden gefinancierd, mogelijk zijn. De heer Roseboom had twee dagen van 's morgens half acht tot 's avonds half zes, dus tien uur, het verkeer opgenomen. De eerste dag was de overweg 62 maal gesloten met een totale duur van 179,5 minuten, de tweede dag waren de bomen even vaak dicht geweest, maar bedroeg de wachttijd iets minder, 166 minuten.


In hun prae-advies delen B en W mede, dat ingevolge raadsbesluit van 27 januari j.l, toen deze kwestie ook al was besproken, het college blj de NS had aangedrongen op verbreding van de spoorwegovergang, waarop nog geen antwoord was ontvangen. Een dergelijke oplossing zou weliswaar de wachttijd niet bekorten maar wel de doorstroming bevorderen. Gaarne erkennen Een W dat het advies van de heer Roseboom de juiste uitkomst betekende, maar op medewerking van werkfonds of andere instanties valt niet te rekenen. De kosten van de tunnel in Apeldoorn bedroegen f 84.000,- een bedrag dat de gemeente Ede zich niet kan permitteren. Het college ziet dan ook als enige oplossing de overweg met een fiets en wandelpad te verbreden.

De heer Pereboom kan zich hiermede verenigen: " Wij moeten met benen op de grond blijven en niet verder springen dan de polsstok lang is". De heer Mens verzoekt het college belde NS eerst op een tunnel aan te dringen en als dat werkelijk onmogelijk blijkt dan pas praten over verbreding. De heer Van Silfhout meent dat ook garnizoen en ENKA alsmede andere belanghebbenden in de kosten moeten bijdragen. De heer De Koning is voor verbreding en niet voor een "onderdoorgang", zoals hij het uitdrukte Verder geeft spreker de heer Roseboom de raad eerst eens met mr Trip , president van de Ned. Bank te gaan praten alvorens met dergelijke dure plannen te komen.


Tenslotte wordt het voorstel van Ben W met de aantekening van de heer Mens, eest het tunnelplan en dan pas verbreding aangenomen. De vroede vaderen van toen konden onmogelijk vermoeden dat de plannen die zij bespraken, pas in de tachtiger jaren verwezenlijkt zouden worden.
H. J. Nijenhuis