Het treintje naar Barneveld

Op 1 mei 1902 werd de spoorlijn Ede-Barneveld in gebruik genomen, die een jaar later tot Nijkerk werd doorgetrokken. Over dit lokaaltreintje is al vaker verteld, maar toch willen we een paar gebeurtenissen ophalen die zich in de kinderjaren van het spoorwegvervoer konden afspelen.
Particulieren bezaten in die jaren, voor zoverre zij althans bij de aanleg van een spoorlijn betrokken waren, een belangrijke stem in het kapittel.
Een stem die zij terdege lieten gelden. Zo wilde Notaris Fischer de benodigde grond van zijn grote tuin slechts afstaan als achter Logement "De Posthoorn" een stopplaats zoukomen, al spoedig bekend als "Halte Ede-Gemeentehuis".
Hier bevond zich destijds het centrom van Ede en van deze halte werd druk gebruik gemaakt. De dienstregeling klopte lang niet altijd, maar reizigers konden onder het genot van een kop koffie of borreltje, de wachttijd in de gelagkamer van De
Posthoorn doorbrengen. Bij Ede- Gemeentehuis meldde een signaal het vertrek van het treintje uit Lunteren of van Stations Ede s.s. hetgeen werd doorgegeven naar het Logement, vanwaar de passagiers in alle rust naar de halte liepen.

Spoor 1 van station Ede- Wageningen heeft een nieuw perron. De reizigers van het
traject Ede-Amersfoort, de zgn. Kippenlijn, kunnen hier al enkele weken gebruik van
maken.

Vurig teken
Een andere grondeigenaar, de heer Tielkemeyer, bewoner van de villa "Stompekamp", wilde blijkbaar ook niet al te ver lopen en bedong het recht om bij de boterfabriek "Concordia" de trein te kunnen laten stoppen door simpel zijn hand op te steken. Een degelijke halteplaats bevond zich ook in de Doesburgerbuurt voor mensen uit deze omgeving.
Bij winterdag, als de duisternis vroeg inviel, nam de reiziger een oude krant. die hij in brand stak zodra hij de trein hoorde naderen en de machinist op dit vurige teken stopte. Kwajongens maakten van deze methode ook nog wel gebruik om dan, als de trein stilstond, hard weg te hollen tot woede van de bestuurder.
Die kon trouwens op verschillende onverwachte obstakels rekenen ,op een zomeravond in juli 1976 ontwaardde de machinist, even nadat hij uit Lunteren was vertrokken, een paard tussen de rails. Het dier bleef, ondanks een veelvuldig gebruik van de stoomfluit, onverstoorbaar op een sukkeldrafje lopen.
De man was genoodzaakt zich bij dit tempo aan te passen, tot eindelijk even voor de boterfabriek het paard door spoorwegbeambte Beekman kon worden gegrepen.

Hin en weerom
De gewone burger moest aan deze moderne manier Van reizen wennen; men sprak in die dagen van een compleet wonder. Ook een Lunters boertje wilde dat beleven en een reisje naar de Donderdagse markt in Barneveld leek hem een geschikte gelegenheid. Dus kocht hij een kaartje met de duidelijke toevoeging hin en weerom.
Na een kwartiertje kwam de trein. Gewoontegetrouw als hij bij iemand binnenkwam, trok hij zijn klompen uit en stapte naar binnen. Hij zocht een plaatsje bij het raam, even later gilde de stoomfluit en vertrok de trein. Inderdaad, de mensen hadden niet teveel verteld het was een genot met zo'n sneltrein te rijden en toch rustig naar buiten te kijken.
Pas in Barneveld, bij het uitstappen kwam onze reiziger tot de ontdekking dat zijn klompen nog op het perron in Lunteren stonden. Er zat niets anders op: hij trok op kousenvoeten naar de markt, waar zijn eerste aankoop een paar nieuwe
hoge klompen betrof. Dergelijke voorvallen behoren tot een ver verleden, waarin een treinreisje nog een
belevenis betekende.

H. J. Nijenhuis