De
bevrijding voorjaar 1945 trof een totaalontredderde Langenberggroep aan. in 1941
werd niet alleen de gehele padvinderij in ons land verboden, maar tevens alle
bezittingen in beslag genomen. Het troepenhuis deed aanvankelijk dienst als clubgebouw
van de N.S.B. jeugdstorm, daarna voor paardenstal. De laatste oorlogswinter werden
de golfplaten van het dak gehaald ten behoeve van de stellingbouw. Slechts een
paar wanden, die niet ten offer aan de brandstof schaarste waren gevallen, stonden
overeind. Deze werden, daar er toch niets meer mee te beginnen viel, verkocht
aan een Edenaar die er, zij het met kunst en vliegwerk, een noodwoning van timmerde.

Maar
zoals zoveel andere verenigingen in ons dorp, ging ook de Langenberggroep vol
goede moed weer aan de slag. Helaas mochten voortrekker v.d. Pol en vaandrig Smit
deze opbouw niet meemaken; de eerste overleed in Duitsland, terwijl Piet Smit
op 6 maart 1945 bij de " Woeste Hoeve" werd gefusilleerd. Reeds bij
de eerste spontane bevrijdingsfeesten werd de groep opgetrommeld om op bepaalde
plaatsen voor afzetting te zorgen, al kon van concrete kleding nog geen sprake
zijn. Jongens, aan het begin van de oorlog tien of elf jaar, waren nu hele kerels
geworden maar kwamen, bij gebrek aan beter toch met hun welpenpetje op het hoofd
aanzetten, hetgeen enigszins potsierlijk aandeed. In juni 1945, nadat de eerste
moeilijkheden waren overwonnen werd met zeventien jongens weer serieus begonnen.
A l spoedig daarop volgde een run van jongens die lid wilde worden van de Langenberg
, een verschijnsel dat zich ook elders voordeed.
Ook op het terrein van verenigingsleven
moesten de afgelopen oorlogsjaren worden ingehaald.
Binnen een maand bestond
de groep uit negenentwintig welpen ,vijf en zestig verkenners ren zeven voortrekkers
met tien leiders en leidsters. Op 15 december 1945 werd met een boerenkool en
worst fuif het vijftien jarig bestaan van de groep gevierd. Men beschikte toen
over een eigen huisorkest dat het feest tot een daverend gebeuren maakte.

Deze enorme toeloop van leden bleek echter van korte duur; niet alleen was het
enthousiasme bij sommige jongens al gauw bekoeld, er dook ook nog een andere moeilijkheid
op. De verkeners van de Langenberggroep hielden hun bijeenkomsten veelal op zondagmiddag,
maar onder de nieuwkomers bevond zich een aantal dat daar principiële bezwaren
tegen bezat.
Op voorstel van hopman Droog werd er nu een Christelijke groep
opgericht, die op 23 februari 1946 onder de naam Pieter Maritzgroep zelfstandig
verder ging werken, en waarbij achttien verkenners over gingen. Ook had het gemis
aan behoorlijk onderkomen deed zich danig gelden, de verschillende groepen waren
nog steeds her en derwaarts onder gebracht. Het koetshuis van hotel "Welgelegen",
een schuur achter Scherrenburg en een loods van de firma Ettikhoven en Brands,
elke ruimte werd dankbaar aanvaard.
De bouw van een broodnodig nieuw troepenhuis
verliep niet naar wens, direct na de bevrijding kon geen bouwvergunning worden
gegeven daar er plannen bestonden in deze omgeving een oorlogsmuseum te vestigen.
Nadat deze van de baan waren, liep de zaak, zoals gewoonlijk, vast op het benodigde
geld. Wel was er 'n geschatte oorlogsschade van f 848,-, maar het kon nog jaren
duren voor die werd uitbetaald. In 1947 ging men, onder leiding van hopman Gilijamse
pas serieus van start.
Voortbordurend op het beproefde stramien, oud papier
verzamelen, bazar houden etc, werd f 1750,- bjjeen gebracht. Genoemde hopman
wist dat achter de "Mauritskazerne" twee Duitse wasbarakken stonden,
die moesten verdwijnen. De heren Gilijamse en Bruil gingen aan het onderhandelen
met het ministerie van Financiën, afdeling oorlogsbuit teneinde deze twee
loodsen te kopen. Ambtelijke molens malen,maar na heel wat correspondentie kwam
de zaak toch rond. De twee barrakken werden haaks op elkaar geplaatst,zodat een
L vormig gebouw verrees,met twee grote vertrekken. De bouw en afwerking vereisten
meer tijd dan gepland was,zodat pas 14 juli 1951 het nieuwe troepenhuis in gebruik
werd genomen.

Volledigheidshalve
vermelden we ook nog even de bouw van het huidige troepenhuis. De twee barakken
toonden geleidelijk ouderdomsverschijnselen; de onderkanten van de wanden waren
verrot en hoewel de heer Mooyman, vrijwel op zijn eentje, de onderstukken vernieuwde,
werd in 1967 besloten tot de bouw van een nieuw onderkomen.
De tijden waren
veranderd, gemeente en rijk droegen nu ruimschoots bij in de kosten, terwijl een
verloting van duizend loten a 30,- het kostbare plan financieel rond maakte. De
hoofdprijs, een Fiat 850 werd door de complete. Langenberggroep, voorafgegaan
door het pijpercorps "Irene", bij de winnaar afgeleverd. De bouw zou
een veel jarenplan worden; in 1968 werd begonnen net het maken van de schotten
bij het gemeentelijk bosbedrijf op de Ginkel,maar pas op 6 september 1975 werd
het troepenhuis door burgemeester Slot geopend.

Dit
fraaie gebouw kreeg de naam "'t Zwem", ter nagedachtenis aan verkenner
Ton Zwemmer, de overleden zoon van de ontwerper van dit groepshuis.
Wij willen
de lezer niet vermoeien met de vele, vaak ingrijpende veranderingen die zich in
de loop der jaren, zowel Landelijk als plaatselijk, plaats vonden.
Wie daarin
geïnteresseerd is kan alle gegevens vinden in het speciale jubiumnummer van
de "Langenbergkoerier". Slechts twee heel belangrijke feiten: 6 januari
1973 werd het N.P.V. omgedoopt tot "Scouting Nederland", terwijl 1 januari
1975 de kabouters en padvindsters in de Langenberggroep werden opgenomen. Bepalen
wij ons ver tot de activiteiten van de Langenberggroep waarbij meer aan de openbare
weg werd getimmerd. Heel bekend werd de padvinderij in de vijftig en
zestiger
jaren door de actie. "Heitje voor een karweitje", een prachtig gevonden
idee om geld bij elkaar te krijgen,niet als gift,maar door het te verdienen.
De
helft van de opbrengst ging naar de verschillende groepen,30% naar het district
en 20% naar het hoofdkwartier. De actie werd altijd in de Paasvakantie gehouden
en sloeg ook bij de Edese bevolking aan. Tuin harken,boodschappen doen, schoenen
poetsen, fiets schoonmaken, aardappels schillen en noem maar op, alle mogelijke
karweitjes werden door meisjes en jongens enthousiast verricht. Dat de een het
kwartje gemakkelijker verdiende dan de ander bewijzen de volgende voorbeelden.
Zo
belde een verkenner aan bij bejaarde man, die meende"Ik weet zo gauw niets
te verzinnen, maar hier heb je 'n kwartje", "Nee meneer, ik moet er
iets voor doen". De man ging weer naar binnen en kwam terug met een reep
chocolade en beval. Hier eet die waar ik bijsta, dan heb je iets gedaan.
De
jongen keek wat beteuterd, maar voerde de opdracht toch uit, waarna hij zijn heitje
ontving, Een ander moest daarentegen, het was schoonmaaktijd voor hetzelfde bedrag,een
kelder witten.
Een volgende padvinder verscheen bij een huisvrouw als redder
in de nood,ik zie dat je een fiets bij je hebt mijn man heeft vanmorgen zijn thermosfles
met koffie vergeten. Hij werkt aan de Pr. Bernhardlaan in Veenendaal, als je die
er even heen brengen, anders heeft hij de hele dag niets te drinken.
Dat
vele kleintjes een grote kunnen maken, bewees de opbrengst van de Paasvakantie
1959 toen de districten Ede, Rhenen en Veenendaal ruim tweeduizend gulden bijeen
brachten,waarbij Albert Vis,uit Harskamp met f39,70 topscorer was. Soms werd tijdens
deze actie nog wat extra verdiend: juist in deze periodes zag een verkenner nabij
het Kreelse bos een radiografisch bestuurbaar vliegtuigje hangen. Blijkbaar was
het toestel op de heide buiten bereik gekomen. De padvinder haalde het dure speelgoed
uit de boom, de naam van de eigenaar stond erop geschilderd. Het bleek een bewoner
van de Margrietlaan te zijn die dolblij was zijn,reeds afgeschreven toestel terug
te zien en dat toonde door een tientje aan "Heitje voor een karweitje"te
geven. Ook ,om de kosten te dekken,werden vaak weken van te voren,door de verkenners
,diverse karweitjes gedaan. Eens werd zelfs tijdens een kamp in 't Harde een groot
bos uitgedund.
Deze zomer staat voor de gehele groep een kamp in Luxemburg
op het programma:het vervoer van de kampeerders met materiaal loopt aardig in
de papieren. Daarvoor werden eind december vorig jaar een slordige drieduizend
oliebollen gebakken. Voor hetzelfde doel bevinden zich elke zaterdag verkenners
op het parkeerterrein van de Berko auto's aan het wassen zijn.
De Langenberggroep
is nog springlevend en bruist van activiteiten.Er bestaat nauw contact met de
Wigan Trinity Methodist scoutgroep uit Engeland. Elk jaar neemt een delegatie
deel op 4 mei aan de dodenherdenking bij het Mausoleum op de Paasberg. Dan is
er nog de jaarlijkse St Jorismars rond 23 april.
Het dertigjarig bestaan werd
gevierd op 19 november 1960. Talrijke oud leden waren gekomen om het feest mee
te maken.
Voorafgaand door de Arnhemse padvinders drumband ging 't met fakkeloptocht
vanaf 't Zwem naar het Marnixcollege waar de revue Even terugdraaien werd opgevoerd.
H.
J. Nijenhuis.

