Akela
Versteeg heeft In die hoedanigheid afscheid genomen van de padvinders, thans aangeduld
met scoutinggroep"Pleter Maritz". Op zichzelf niet zo bijzonder, mutaties
In de leiding vinden op gezette tijden bij elke vereniging plaats, maar het feit
dat deze akela dit, zo uiterst nuttige werk niet minder dan twee en dertig Jaar,
zonder onderbreking (vakanties uitgezonderd) met liefde en toewijding heeft verricht,
Is het memoreren alleszins waard. Zij werd 27 november 1951 lid van de groep en
na het volgen van enkele opleidingen, op 8 september 1956 als akela geïnstalleerd.
De
Pieter Maritzgroep werd 22 februari 1946, onder leiding van hopman v. Klaveren
opgericht. De eerste jaren vormden ook hier het vinden van een geschikt onderkomen
het grote probleem. Men begon op de zolder van bakker Bloemhof. Daarna zouden
nog heel wat omzwervingen volgen: bij de Edese Waterleidingmij een vrijgekomen
lokaal van station Ede-centrum, thans museum "Oud Ede" en zelfs op de
deel van boer Janssen. Wie kan zich overigens nog die oude boerderij onderaan
de Paasbergerweg herinneren?

Tenslotte
werden in 1963 spijkers metkoppen geslagen; onder de bezielende leiding van de
heren J, Nab, W. Boeve en J. v.Spanje en dankzij de inspanning van leden en ouders,
werd, geheel in vrije tijd een trappenhuis aan het begin van de Doolhof aangebouwd.
Dit eigen onderkomen werd, onder de toepasselijke naam "De Doolhof"
in 1964 in gebruik genomen. Het is gelegen is een prachtige omgeving die alle
facetten in onderdelen van het padvinderswerk goed tot haar recht laat komen .
De
Pieter Maritzgroep kent vier spektakken: de welpen (jongens van circa zeven tot
ruim tien jaar), verkenners (elf tot vijftien jaar), rowens (vijftien tot zeventien
jaar) en daarboven de jongerentak. Daar akela Versteeg haar lange loopbaan
bij de welpen heeft doorgebracht. bepalen we ons even bij dit onderdeel. De welpen
spelen het rimboespel, een thema uit het Djungelboek van R. Kipling. Daaruit stammen
ook de namen zoals Akela. Baska. Baloven Mang, die voor buitenstaanders een vreemde
klank bezitten. De welpen vormen een horde, het streefgetal daarvoor is vierentwintig
jongens, maar door schommelingen niet altijd haalbaar.

Een
horde is weer onderverdeeld in nesten, groepjes welpen die door een bepaalde kleur
op hun rechtermouw aangeven tot welk nest zij behoren. De doelstelling is de
jeugd in hun vrije tijd plezierige belevenissen te bieden en een bijdrage
te leveren aan de vorming van de persoonlijkheid. Teneinde dit doel te bereiken
,worden allerlei soorten spelen en sport beoefend wardoor de jongen zichzelf weer
te ontdekken en anderen zal respecteren. Ook wordt veel de natuur ingetrokken
om kennis te vergaren van al wat daar leeft en groeit.
Bij voldoende kennis
van een bepaald onderdeel kan een insigne worden behaald, dat de jongen op zijn
mouw mag spelden. Zoveel mogelijk wordt getracht elke zaterdagmiddag een ander
spelprogramma te brengen, wat uiteraard de nodige voorbereiding kost.
Daar
wordt door de leiding één en soms wel twee avonden in de week over
vergaderd en dan blijkt pas duidelijk hoeveel vrije tijd akela Versteeg tientallen
jaren lang aan de Pieter Maritzgroep heeft gegeven. Ook de spelmiddag zelf bracht
soms de nodige inspanning mee, vooral als er "ontvoering" werd gespeeld.
Een deel van de horde ging er met akela vandoor, die dan, diep in het bos, stevig
aan een boom werd gebonden. De andere helft had tot taak de ontvoerde op te sporen
en te verlossen.
Door afleidende manoeuvres van het eerste stel, kon het soms
meer dan een uur duren eer de arme leidster werd bevrijd.

In
de scouting-wereld kent men een speciale manier van groeten: over de gehele wereld
geven welpen, verkenners, kabouters en padvindsters elkaar de linkerhand als teken
van vriendschap. Dit gebaar is afkomstig van de stichting, Baden Powell, die
deze vorm had gezien en overgenomen bij een Indianenstam. Het motief bestond hierin, dat
de linkerhand niet alleen het dichtst bij het hart zat, dus gevoelvoller, maar
ook nooit een wapen zou vasthouden.
Hoogtepunt, ook voor de welpen, vormt het
zomerkamp, een jaarlijks terugkerend feest. Tijdens zo'n kamp
vormt de ouderdag,
als vader en moeder komen kijken hoe hun zoon het in de rimboe maakt, altijd een
hoogtepunt.
Als het weer een beetje meewerkt slaagt een kamp al gauw, maar
de beste herinneringen bewaar akela Versteeg aan het welpen en verkennerskamp
in Eerbeek,daar was de inzet en samenwerking van jong en oud zo voortreffelijk,
dat zij er nog steeds het grootste respect voor heeft.
Het gaat goed met de
Pieter Maritzgroep: er heerst een goede en gezellige sfeer. De welpenhorde staat
nu, na het vertrek van akela Versteeg, onder de hoede van akela H. de Ruiter,
bijgestaan door baloe E. ten Have en mang J. Beekman. De verkenners worden
geleid door hopman R. Letswaard, de rowans door chief C. E. T. Bettonville en een
ijverig leidersteam, bestaande uit de heren M. Rijnbende, G. W. Gijsbertsen en
R. v. Riet. Zij allen zorgen er voor dat de groep uitstekend draait. Het troephuis
"de Doolhof" baart echter zorgen: door slijtage en vernielingen is het
gebouw aan een grote onderhoudsbeurt toe. Middels een balpenverkoop is reeds het
eerste geld voor de restauratie binnen, terwijl meerdere acties zullen volgen.
Daar is o.a. de Israëlmars, een landelijk gebeuren en die op 16 juli a.s.in
Ede wordt gehouden. Op bepaalde punten van de route heeft de Pieter Maritzgroep
vergunning gekregen om
frisdrank en versnaperingen te verkopen. Toch wil men,
hoe dringend het geld ook nodig is, niet alle beschikbare tijd aan dit doel
opofferen, het normale welpen en verkennerswerk mag er niet onder lijden.Zaterdag
25 juni betekende de grote.dag voor akela Versteeg, 's morgens om kwart over tien
stonden de zesentwintig welpen, onder leiding van akela De Ruiter, keurig opgesteld
voor haar woning aan de Van Heeckerenlaan. Zij kreeg een fraaie corsage opgespeld
en werd verzocht plaats te nemen in een versierde huifkar.

Onder
vrolijke klanken van de Egelander Kapel trok men in optocht naar het troepenhuis
aan de Doolhoflaan. Daar werd mevr. Versteeg, als officiële opening van deze
feestdag, toegesproken door de troepsvoorzitter die haar namens de rowans,
verkenners en welpen.
Vervolgens stonden een aantal spelletjes op het programma
en werden Welpen bezig met de maaltijd stukjes opgevoerd, die talrijke lachsalvo's
ontlokten, hetgeen werd afgesloten met het verorberen van de aanwezige lunchpakketten.
Om half drie werden de festiviteiten rond het troepenhuis beëindigd en toog
het gezelschap naar de versierde kantine van de firma EIbersen aan de Spindersteeg.
Hier werd een afscheidsreceptie gehouden waar honderden mensen;niet alleen uit
Ede, maar ook ver daar buiten, mevr. Vesteeg de hand kwamendrukken. De oud-districtsbestuursleden,
de heren Koster en Schimmel. boden haar de lolveren Jacobsstaf aan, een onderscheiding
nog stammend uit het vroegere N.P.V.
De penningmeester van de Pieter Maritzgroep
kwam met het gezamenlijke cadeau van de hele groep, een geheel verzorgde vakantiereis
naar Oostenrijk.
Namens B. en w. overhandigde wethouder J Broekhuis het boek
"Ede op De Veluwe .Het was voor mevr. Versteeg een onvergetelijke dag geworden,
waarop zij en de organisatoren met genoegen konden terugzien.

