Slechts
oudere mensen zullen zich herinneren dat Ede reeds in de twintiger jaren een wielervereniging
rijk was. Dit ondanks het feit, dat de sportbeoefening hier toen nog op een laag
pitje stond.
We vonden onlangs een oude advertentie, waarin werd bekend gemaakt,
dat de ren en toeristenclub ENKA ter gelegenheid van haar eerste lustrum op zondag
17 juni 1928 grote grasbaanwedstrijden zou organiseren.
Inschrijving bij de
heer H Boersma, Kempjeslaan 1 Ede.
Toegangsprijs vijftien cent, kinderen een
dubbeltje.
Overigens betekende wielrennen in die dagen voor de eenvoudige
Edese jongen een peperdure sport. Een racefiets met bijbehorend materiaal en het
nodige onderhoud kostte handen vol geld, waarvan nooit iets terug kwam.
Startgelden,
geldprijzen of premies waren voor deze volbloed amateurs nog onbekend: voor de
winnaar was er slechts een goedkope medaille en de eer .
Toch waren er enthousiastelingen,
die al hun zakcenten voor deze sport over hadden. Om een paar namen van de Edese
wielerpioniers uit de vergetelheid te halen: Kees Klein, Rijk Kuit, Lambert Klok,
Leen van de Berg en de broers Jansen.
Wedstrijden werden gehouden achter
de villa Reehorst, waar de oorspronkelijke moestuin was omgewerkt tot voetbalveld.
Met behulp van wit lint was een baan uitgezet van ongeveer vijf meter breed
,waarop de renners een bepaald aantal ronden moesten afleggen. Als gewoonlijk
wanneer iets georganiseerd, dat verband hield met de kunstzijfabriek, was de Enka
harmonie present en zorgde dan voor vrolijke marsmuziek. Het werd een feestelijke
middag en de vele toeschouwers genoten met volle teugen want het peil van de renners
mocht dan niet al te hoog zijn, hun werklust vergoedde veel.
Op het
programma stonden een koppelrace, een klassementswedstrijd, beide over honderd
ronden, en een afvalrace, waarbij elke drie ronden een renner afviel. Daar
een geluidsinstallatie ontbrak, werd het publiek over de gang van zaken, uitslagen
en tussenstanden op de hoogte gehouden door een man, gewapend met een megafoon,
een soort trechter, die de menselijke stem aanmerkelijk versterkte.
Dat laatste
was niet geheel overbodig, want op het hobbelige grasveld deden zich in de bochten
talrijke valpartijen voor, zodat een goed overzicht voor het grotendeels ondeskundige
publiek vrijwel onmogelijk werd.
Maar dat mocht de pret niet drukken. Er was
sfeer en de plaatselijke favorieten werden luidkeels aangemoedigd. Zij deden hun
best, daar niet van, maar de meer geroutineerde renners, vooral uit Arnhem en
Amersfoort, zorgden er wel voor, dat de Edenaren buiten de prijzen vielen.
Na
afloop vond de prijsuitreiking plaats in de grote zaal van de villa. Trotse winnaars
dronken met de mindere goden broederlijk een pilsje om daarna op hun racefiets
weer naar huis te peddelen.
Helaas nog geen twee jaar na dit hoogtepunt was
de wielerclub Enka ter ziele. Wel kwam er, nu in het dorp, een nieuwe vereniging,
"De Veluwe", die zich op wegwedstrijden toelegde,een enkele keer zelfs
met succes. Maar ook deze dub was geen lang leven beschoren. De beruchte crisisjaren
deden hun intrede.
H.
J. Nijenhuis

