Hippisch centrum

Wellicht zullen oudere lezers zich nog herinneren dat een kleine vijf en dertig jaar geleden in onze gemeente bijkans de vestiging van een groot paardensportcentrum tot stand was gekomen. De plannen waren afkomstig van de "Stichting tot bevordering van de paardensport in Nederland"

Eén van de initiatiefnemers was de destijds in Ede wonende, zeer bekende ritmeester b.d., de heer J. J.
Gruppelaar, in zijn tijd een vermaard springruiter, die zelfs eens ons land tijdens de Olympische Spelen heeft vertegenwoordigd. Achter zijn landhuis aan de Oude Arnhemseweg lagen toen nog uitgestrekte bouwlanden, waarvan hij een gedeelte kocht. Daar verrees een renstal met boxen als onderkomen voor zijn paarden. Er bleef nog voldoende ruimte over om een aantal hindernissen te plaatsen, die hem gelegenheid gaven vlak bij huis naar hartelust te trainen.
De plannenmakers hadden het oog laten vallen op een stuk van de Ginkelse heide, waar in de beruchte dertiger crisisjaren eens het werkkamp "De wijde blik" stond. Men achtte Ede, zo centraal in het land gelegen, bij uitstek geschikt om talrijke deelnemers en toeschouwers te trekken. De zaak werd groots opgezet: naast een ren en springbaan zou een crosscountry-parcours worden uitgezet. Verder tribunes en een restaurant voor het te verwachten publiek, alsmede de nodige onderkomens voor een groot aantal paarden.

Niet op zondag
Onder de naam "Stichting Hippisch Centrum" Ede", werd de gemeente verzocht haar onmisbare medewerking te verlenen. Het college van Ben W stond niet afwijzend tegenover de plannen; in het prae-advies werd de Raad voorgesteld het gevraagde terrein voor een periode van vijftig jaar in erfpacht te geven tegen een jaarlijkse vergoeding van driehonderd gulden.
Gezien de toestand van de schrale grond zand en hei bestond er geen gevaar voor aantasting van de natuur. Wel moest vanaf de rijksweg tot het centrum een verharde weg worden aangelegd, waarvan de kosten op twaalfhonderd gulden werden geraamd. Bovendien zou, aldus burgemeester Boot, het sportpark op zondag gesloten moeten blijven.
Het voorstel kwam tijdens de raadsvergadering van 18 augustus 1949 in behandeling. Niet alle raadsleden
toonden zich even enthousiast, zoals o.a. de heer De Koning. Deze verweet het college haar grote voortvarendheid; zij had alleen maar oog voor de vermakelijkheidsbelasting die uit het project kon voortvloeien.
Ook de zondagsrust was, naar het oordeel van de heer Hardeman, niet voldoende gewaarborgd: voor de onlangs gehouden tentoonstelling gold dat verbod ook, maar toch was die op zondag geopend en dezelfde overtreding vindt regelmatig plaats in het openluchtbad "De Zanding" te Otterlo".


Niettemin werd het voorstel zonder hoofdelijke stemming aangenomen en kon de Stichting aan het werk gaan. Op woensdag 21 december 1949 werd, ten overstaan van notaris D. H. C. Neervoort, de acte van oprichting voor het "Hippisch Centrum Ede" gepasseerd. Daarna valt het doek. Het is ons niet bekend waarom de plannen zo abrupt werden afgebroken, maar wel stond vast: geen dravende paarden en drommen toeschouwers op de Ginkelse heide. Ons dorp, dat voor de oorlog dank zij de veldartillerie, een goede naam bezat op het gebied van paardensport, was een illusie armer.
H. J. Nijenhuis