De
Christelijke gymnastiekvereniging DOK bestaat op 6 maart zestig jaar. Een feit
dat men niet onopgemerkt
zal laten passeren. Edenaar H. Nijenhuis, onder meer
bekend van zijn regelmatig in Ede Stad verschillende historische verhalen, dook
In de geschiedenis van de gymnastiekvereniging.
Dat resulteerde in een groot
verhaal, waarin de nodige anekdotes uit de DOK historie de revue passeren.
Het
klimaat in het begin van de twintiger jaren was blijkbaar uitermate geschikt om
verenigingen op te richten en wat nog belangrijker is, in stand te houden. Vierden
twee jaar geleden de v.v. "Ede" en "De Harmonie" hun zestig
jarig' jubileum, thans herdenkt de Chr. Gymnastiekvereniging D.O.K. dit heugelijke
feit. Reden om wat te grasduinen in zestig jaar geschiedenis van de jubilerende
vereniging, daarbij technische en bestuurlijke zaken aan meerbevoegde mensen overlatend.

De
allereerste stoot tot oprichting van D.O.K. werd eigenlijk gegeven op een bijeenkomst
van de jongelingsvereniging op Geref. Grondslag "Amos 5:6a", waar tijdens
een discussie de sportbeoefening ter sprake kwam.
De voorzitter vond dit onderwerp
op zondag minder bespreekbaar, maar één van de leden, H. Busslnk,
tilde daar minder zwaar aan en nam na afloop een aantal jongens mee naar zijn
ouderlijke woning aan de vroegere Bospoortstraat, waar het idee verder werd uitgewerkt.
Per
advertentie werden turnliefhebbers opgeroepen de avond van de zesde maart 1922
naar "Ons Huis" aan de Telefoonweg te komen. Deze bijeenkomst stond
onder leiding van de heer D. Peereboom en men sloeg spijkers met koppen. Zestien
jongelui werden, staande de vergadering lid, als naam kwam uit de bus: "Chr.
gymnastiekvereniging Door Oefening Kracht", terwijl men in één
moeite door een bestuur koos.
Voor de aardigheid de namen van deze mensen
met de aantekening dat we alle verdere mutaties van het bestuur in de loop der
jaren, onvermeld laten: R. Haverkamp, voorz.; A. D. v.d. Bospoort, secr.; W. Hartog,
penningm.; H. Bussink, alg. adjunct en de heren A. te Sligte, A. de Haas. G. D.
Jansen.
Schermzaal
Genoemde heer H. Bussink, die later in ons
dorp grote bekendheid als journalist zou verwerven, bezat connecties met het
garnizoen. Dank zij zijn bemiddeling met de 2de-Iuitenant Ellens, mocht D.O.K.
de schermzaal aan de Berkenlaan als oefenlokaal gebruiken.
Een prachtoplossing,
want dergelijke plaatsen waren in het toenmalige Ede dun gezaaid. Bovendien bevonden
zich daar enkele toestellen, zoals paard en wandrek, ook een pluspunt, want
met een wekelijkse contributie van twaalf en halve cent maak je direct geen
bokkensprongen. Wel kon al gauw, met steun van enkele donateurs een tweedehands
brug worden gekocht, terwijl twee enthousiaste leden, E. Steinmeier en A. te Sligte,
beiden smid van beroep, een solide rekstok vervaardigden.

Eerste
uitvoering
Een aantal jongens meldde zich aan, zodat een aspiranten en
herengroep kon gevormd worden. Onder leiding van de heer Stoorvogel, sergeant
bij de militaire politie, werd zodanig geoefend, dat reeds in het najaar van 1922
de eerste uitvoering kon worden gegeven.
Deze, meer bedoeld als propagandaavond,
vond plaats in een achterzaaltje van "Ons Huis". Stoelen waren niet
aanwezig, maar men leende bij Scherrenburg een aantal lege biervaten waarover
balken, afkomstig van houthandel Tulp, werden gelegd. Geen comforlabele zitplaatsen,
maar de toegang was dan ook gratis, al werd, ter dekking van de onkosten. wel
een collecte gehouden, die 17,25 opbracht.
Korfbal ADO
Toch zat
er, na de eerste hoopvolle jaren weinig schot in de turnvereniging,het ledenbestand
bleef beneden de verwachting. Om dat op te voeren werd in 1925 een korfbalvereniging,
onder de naam A.D.O. opgericht. Hierdoor vermeerderde weliswaar niet het aantal
turners, maar wel de contributie-inkomsten. Aanvankelijk werd gespeeld op "het
veldje van Pluim"; aan de Sijsseltselaan had de caféhouder Pluim een
huis laten bouwen, heel toepasselijk door hem "De Eersteling" gedoopt.
Precies
tegenover het huis lag een zanderig terrein, waar heel wat Edese jongelui, zij
het op primitieve manier, de eerste beginselen van diverse sporten hebben beoefend
en dat al gauw onder bovengenoemde naam bekend stond.
Later, toen er achter
de Watertoren werd gevoetbald, verhuisde A.D.O. daarheen.
Geleidelijk verdween
de anim, wel hebben nog enige tijd leden van de Lunterse gymnastiekvereniging
E.L.S. het
twaalftal versterkt, maar in het midden van de dertiger jaren stierf
A.D.O. een zachte dood.

Stijgende lijn
Inmiddels had D.O.K. de stijgende lijn weer te pakken,
mede doordat in februari 1931 de vereniging .werd uitgebreid met een meisjes en
damesafdeling. Niet alleen ging het ledental met sprongen omhoog. maar eens te
meer werd bewezen dat het vrouwelijk element gezelligheid in een vereniging brengt.
Vanaf dat moment werd D.O.K. een grote familie waar ieder lid zich
thuis voelde
en waarvan tal van oudere mensen nu nog met plezier aan terug denken. De dames
hielden hun oefenavonden in "Musica" op de markt, terwijl jongens en
heren de schermzaal verlieten om onderdak te vinden in de nieuwe, in 1929 gebouwde
Openbare school aan de Kerkweg, waar, heel vooruitstrevend, ook aan een gymnastiekzaal
was gedacht.
Regelmatig werden nu winteruitvoeringen In "Reehorst"
gegeven maar een optreden In de openlucht, waar zoveel propaganda van uitging,
bleef moeilijk. De eerste buitendemonstratie werd gegeven op de markt, pal naast
de muziektent. Om de rekstok te kunnen schoren moesten vier stukken U-ijzer
in de grond worden geheid. Drie daarvan werden met een zware voorhamer vlot
op de vereiste diepte geslagen, maar de vierde bleef stuiken, tot, door een forse
slag van de gespierde Erst Steinmeier, plotseling een blauwe vlam uit de grond
sloeg. Een electriciteitskabel was geraakt, wonder boven wonder zonder ongelukken,
maar wel verscheen even later een verbolgen Top, de machinale houtbewerker uit
de Brouwersstraat. Hij was bezig met een haastkarwei, maar schaafbank en cirkelzaag
lieten het, door hun schuld, plotseling afweten.
Ook werden dergelijke
demonstraties wel gegeven achter de Watertoren en Reehorst", maar de ideale
oplossing kwam in 1936 met de opening van het Openluchttheater, destijds, wat
minder werelds, aangekondigd als openluchtvergaderplaats. Voortaan werden hier
de zomeruitvoeringen gegeven, in optocht, voorafgegaan door een muziekkorps, trok
dan een lange stoet gymnasten, met aan het hoofd vaandeldrager Berend Bouwman,
vanaf de markt, via Burg Prinslaan, naar de prachtige kuil, waar reeds duizenden
toeschouwers in afwachting zaten.
Wedstrijden
Het ging crescendo
met D.O.K. reeds in 1927 had men zich aangesloten bij het K.N-C.G.V. hetgeen betekende,
door de jaarlijkse turndagen en wedstrijden, veel contact met andere verenigingen.
Vanaf die tijd en later dateren de verhalen die onder andere mevr. Scherrenburg-Voskuilen,
ruim dertig jaar actief en de ereleden B. Smits en C. de Bondt, beiden meer dan veertig
jaar in verschillende functies werkzaam geweest, nu nog zo smakelijk kunnen vertellen.
Belevenissen, op zichzelf van weinig betekenis, maar die bewijzen welke plaats
D.O.K. in hun jeugd en bij zovelen anderen innam.
Zo trok een ploeg van elf
heren, in 1935, naar Groningen waar tijdens de Pinksterdagen bondswedstrijden
werden gehouden. Een kostbare reis in die crisisjaren waarvoor de deelnemers maandenlang
hadden gespaard. De tocht werd gemaakt met twee auto's, a vijf cent per kilometer
gehuurd bij Prette. Aan de achterzijde van de wagens was een doek aangebracht,
waarop met grote letters stond: D.O.K. Ede, een beetje reclame kan nooit
geen kwaad.

De
ploeg deed het voortreffelijk, zij verwierven een eerste en een derde prijs. Dinsdagmorgen
werd de terugreis
aanvaard: één van hen wilde even een familielid
in Leeuwarden bezoeken, zij waren nu toch in het hoge noorden. Dus terug via
de Friese hoofdstad: in het centrum van de stad werd op een terras een kopje koffie
gedronken. PIotseling slapten twee mannen, die aandachtig de auto's hadden bekeken
op hen af met het verzoek: Doe de groeten bij café Centraal aan
het Maandereind . Blijkbaar had het tweetal te Ede in dienst gelegen en aan
dit, vroeger zo bekende, café prettige herinneringen overgehouden.
In die dagen en misschien nog wel,was het gewoonte bij winteruitvoeringen een
paar kaarten naar bevriende verenigingen te sturen. Van dergelijke uitnodigingen
maakte D.O.K. regelmatig gebruik, het betekende een avondje uit en men zag tevens
de oefenstof van andere verenigingen. Niet altijd verliep zo'n uitstapje naar
wens; gewoonlijk werd het laat, dus was openbaar vervoer minder gewenst. Gelukkig
beschikten enkele vooruitstrevende leden al over een rijbewijs, zoals de reeds genoemde Steinmeier.
Deze reed eens op een koude februariavond, met vier
kameraden, in een gehuurde auto naar een uitvoering in Zutphen. Na afloop, tegen
middernacht, wilde Ernst de wagen starten maar kwam tot de ontdekking dat het
koelwater bevroren was. Goede raad was duur: een linkerd, die overigens geen cent
verstand van auto's bezat, stelde voor beurtelings vijf minuten op de motorkap
te gaan zitten, de lichaamswarmte zou de zaak wel weer ontdooien. Bij toerbeurt
werd dit een goed half uur volgehouden met al enig resultaat dat allen een
koud achterwerk kregen. Een gedienstige, vlakblij wonende vrouw, die van achter
haar gordijnen, dit wonderlijke gedoe al enige tijd had gadegeslagen, kwam tenslotte
met een ketel warm water aanzetten,waardoor even later de motor weer wilde draaien.
Nog een latertje
Nog zo'n afvaardigingsbezoek, ditmaal in
Voorthuizen; Gerrit v.d. Kuit had juist zijn rijbewijs gehaald en wilde persé
rijden,.voor alle zekerheid nam Ernst ook voorin plaats. Niet ten onrechte,dank
zij diens ingrijpen werd, op de heenweg, twee maal een sloot op het nippertje
gemist. In Voorthuizen was het gewoonte het eerste deel van de avond aan gymnastiek
te wijden en na de pauze een toneelstuk op te voeren, waarvoor, eerlijk gezegd
het merendeel van de bezoekers kwam.
Door sport en amusement samen te laten
gaan was men wel altijd verzekerd van een volle zaal. Buiten gekomen, na het,einde
van de voorstelling hing er een dikke mist, maar Van de Kuit meende: "Geen
nood, ik ken de weg hier op mijn duimpje". Dat zal wel zo geweest zijn,
maar toen zij, na een tijdje, meenden Barneveld bereikt te hebben, bleek, bij
nadere oriëntatie, het de kom van Putten te zijn, zodat ook deze avond op
een latertje uitdraaide.
Die Gerrit van de Kuit was ook een figuur
uit die jaren, uiterst lenig. en eigenlijk meer acrobaat dan turner. Hij kon geweldig
op zijn handen lopen en geen oefening, zo ingewikkeld, of Gerrit probeerde, al
of. niet met succes, die onder de knie te krijgen. De beste herinneringen evenwel
bezitten vele turners aan hem, als er na afloop van een oefenings avond nog wat
werd nagepraat.
Hij kon geweldig vertellen, waarbij hij gewoonlijk zelf de
hoofdrol speelde en zijn fantasie de vrije loop liet; één staaltje
daarvan. "Jongens, zorg altijd dat je de kop erbij houdt; verleden week nog
kwam ik van de Grebbeberg fietsen. Je weet allemaal hoe steil die is, net had
ik goed en wel de gang te pakken, toen ,bij het vertrek, het voorwiellos schoot.
Ik zag het voor me uit gaan, razend snel, maar wel mooi midden op de weg, Als
de bliksem gooi ik me achterover even balans zoeken en rij, alleen op het achterwiel
verder. Laat ik nou, precies in de bocht naar de Nude, met de voorvork het weggelopen
wiel weer oppikken en rustig naar huis rijden.
Clubblad
Begin
januari 1937 werd de vereniging verrijkt met een clubblad "D.O.K.nieuws,
de prijs per nummer, ook voor
leden. bedroeg vijf cent. Een aardigheid daaruit:
er stond een voorbeschouwing in voor de komende winteruitvoering met de volgende
vermaning: "Jongens voor de uitvoering eerste allemaal naar de kapper voor
nette haren".
De bezettingsjaren waren voor D.O.K. evenals bij zoveel
andere verenigingen, uiterst moeilijk. Met kunst en
vliegwerk werd door de
verschillende afdelingen nog wel geoefend, maar van uitvoeringen of demonstraties
was geen sprake. Na de bevrijding ging men direct vol ijver weer aan het werk;
helaas trof D.O.K. in 1946 een zware slag.
Door een verkeersongeluk kwam voorzitter
W. Hartog om het leven, een man die al vanaf de oprichting een bestuursfunctie
had vervuld.
.
Niet alleen turnen.
Een jaar later werd met een
receptie en jubileumuitvoering in, "Reehorst" het vijf en twintig jarig
bestaan gevierd. De repetities voor dit optreden stonden in het teken van de
oorlogsnaweeën.
Door kolenschaarste kon de zaal aan de Kerkweg niet verwarmd
worden, maar elk lid bracht een arm vol brandhout waarmede de wel aanwezige salamanderkachel
kon worden gestookt.
De onderlinge band tussen de leden werd, de jaren door
versterkt door tal van activiteiten buiten het turnen om.
Deelname aan afstandsmarsen
en atletiekwedstrijden gezamenlijke fietstochten werden georganiseerd met als
vaste trip: kersen eten in de Betuwe en niet te vergeten, in de vroege ochtend,
van Hemelvaartsdag, dauwtrappen.
Eens was het voor een dergelijke tocht verzamelen
bij station Ede-Wagningen. De wandeling zou gaan naar
"Panorama-hoeve.
Halverwege kwam Henk Verhaaff tot de ontdekking dat zijn fototoestel aan het stationshek
was blijven hangen. Hij bedacht zich geen moment, keerde om en zette de sokken
er in. Gelukkig, het apparaat was er nog ,in hetzelfde tempo liep hij de groep
achterna, om gelijktijdig met hen op het terras van het restaurant te arriveren.
Verder
verleende D.O.K. altijd belangeloze Feestdagen
Verder verleende D.O.K. altijd
belangeloze medewerking bij nationale feestdagen, Heideweken en de vroeger veel in
zwang zijnde defilé's voor meer of minder belangrijke personen. Wie herinnert
zich in dit verband nog het vijftig jarig artsenjubileum, in 1947, van de populaire
dokter Weyer. In een lange stoet trokken alle Edese verenigingen,van de meest
uiteenlopende schakeringen langs "het Hof van Gelderland", waar de jubilaris
op het terras stond.
Nog een initiatief van D.O.K. men had op grote bondsdagen
men of meer jaloers gekeken naar verenigingen die over eigen muziek beschikten,
vooral belangrijk bij marcheren. Daarom werd op 18 juli 1949 een chr. tamboer
en pijperscorps opgericht, In D.O.K. verband. Vanaf 1956 ging dit corps onder
de naam "Irene" een zelfstandig bestaan leiden en Is thans een begrip
voor ons dorp geworden.
Geleidelijk vormden meisjes en damesgroepen het merendeel
van het ledenbestand. vandaar ook enkele belevenissen uit deze afdelingen. Bij
wedstrijden in Oosterbeek hadden een aantal dames hun verloofden overgehaald mee
te gaan. Deze, blijkbaar minder sportief aangelegd, hadden het al gauw bekeken
en zochten een kroegje op voor een glas bier en partij biljart. Zelfs bij
de prijsuitreiking, het hoogtepunt van de dag, kwamen zij niet opdagen, tot groeiende
woede van de dames. Die kenden echter hun pappenheimers en gingen op speurtocht:
bij elke cafédeur werd een blik naar binnen geworpen, maar geen bekende
gezichten. Ten einde raad namen zijn, zoals was afgesproken, de bus naar Arnhem
en jawel hoor, daar stond het stel te wachten en volgde, na de nodige woorden,
een algemene verzoening.
Kunstgebit
Ter gelegenheid van het
gouden jubileum van het K.N.C.G.V. in juni 1960 werden wedstrijden in Coevorden
gehouden. Het was warm die tweede Pinksterdag; naast het turnterrein lag een grote
vijver en twee jongens, E. v. Schothorst en J. Verwey, konden de verleiding niet
weerstaan een duik te nemen. De plas bleek allesbehalve schoon en de twee hadden
er al gauw genoeg van. Aan de kant gekomen maakte Evert allereerst zijn mond
schoon, maar met een straal water verdween tevens zijn kunstgebit in de modderpoel.
Ondanks verwoede duikpogingen kwamen de tanden niet weer boven water en was Evert,
begrijpelijk, op de thuisreis niet te genieten.
Knotsen
Een
jaar later werden de bondswedstrijden in Zwolle gehouden. D.O.K. veroverde daar
heel wat prijzen, terwijl
uit het grote deelnemersveld een ploeg van acht
dames werd gekozen voor een demonstratie aan de ringen waarbij ook het D.O.K. Iid
M. Voskuilen. Een groep D.O.K.-dames had voor deze gelegenheid een knotsoefening
ingestudeerd.
Nu was het gewoonte dat op de avonddemonstratie in een zaal,.de
beste groep als laatste mocht optreden, waardoor men van een goede climax verzekerd
was, Laat nu hier in Zwolle de D.O.K. dames deze eer te beurt vallen.
Helaas,
onbegrijpelijk, maar juist toen, viel de ene knots na de andere met een daverend
geluid op de houten vloer zodat hun optreden ditmaal volkomen de mist in ging.
Het
toestel turnen veroorzaakte bij de heren wel eens ongelukjes, maar ook de dames
kenden pechvogels. Bij een optreden in "Musis Sacrum" te Arnhem verloor
Reina Onderstal tegen het einde van een oefening op de evenwichtsbalk, haar balans.
Om zich staande te houden, greep zij naar het hoofd van leider Verschuur, die
haar nauwlettend in de gaten hield, Dat lukte, maar het kostte haar oefenmeester
een flinke pluk haar, die Reina triomfantelijk in de hand hield.

Jubilea
Op
zaterdag 10 maart 1962 werd met o.a, een receptie in hotel "Buitenzorg",
het veertig jarig beslaan van
: D,O.K. gevierd. Wethouder A. Rosenboom, toen
voorzitter van de Edese jeugdraad overhandigde daar aan het
bestuur de bondsvlag
van het K.N.C.G.V., terwijl "De Harmonie". een muzikale hulde bracht,
Tien jaar later
hel gouden jubileum: D.O.K. trad toen op als gastvrouwe van
de "scala Gymnastica II". Dit feest. met meer dan drieduizend gymnasten
werd, onder grote belangstelling gehouden op het sportpark "De Bosrand".
Ook ditmaal, te beginnen 6 maart en eindigend op zaterdag 19 juni, is een uitvoerig
programma samengesteld, waarvan de plaatselijke bladen u ongetwijfeld op de hoogte
zullen houden.
In deze losse notities over het jubilerende D,O.K. zijn slechts
enkele namen gevallen; daarom willen wij besluiten met de lijst van ereleden om
in hen aan allen te denken die zich In de loop der laren voor korte of langere
tijd jegens de vereniging verdienstelijk hebben gemaakt.
Allereerst zij die
niet meer in leven : zijn: erevoorzitter D. Pereboom. verder R, Haverkamp; W.
Hartog; A. C. Smits; F. E. Stelnmeler en D. H. Hazeleger. Vervolgens degenen die
dit jubileum nog wel mogen meemaken: B. Smlts; B. Buddlngh; A. te Sligte; M. Verschuur;
C. de Bondt en H. Bussink.
De in 1922, In alle bescheidenheid opgerichte Chr.
Gymnastiekver: D.O.K. is, met thans 1153 leden uitgegroeid tot de grootste sportvereniging
van Ede. Niet minder dan drie en twintig leidsters en leiders geven per week tachtig
lessen In dertien verschillende zalen. Het kan niet anders, ook na zestig jaar,
gaat D.O.K.
onder leiding van voorzitter P. Meerdink, een goede toekomst tegemoet.

H.
J. Nijenhuis

