Chr.Gymnastiekvereniging DOK

De Christelijke gymnastiekvereniging DOK bestaat op 6 maart zestig jaar. Een feit dat men niet onopgemerkt
zal laten passeren. Edenaar H. Nijenhuis, onder meer bekend van zijn regelmatig in Ede Stad verschillende historische verhalen, dook In de geschiedenis van de gymnastiekvereniging.
Dat resulteerde in een groot verhaal, waarin de nodige anekdotes uit de DOK historie de revue passeren.

Het klimaat in het begin van de twintiger jaren was blijkbaar uitermate geschikt om verenigingen op te richten en wat nog belangrijker is, in stand te houden. Vierden twee jaar geleden de v.v. "Ede" en "De Harmonie" hun zestig jarig' jubileum, thans herdenkt de Chr. Gymnastiekvereniging D.O.K. dit heugelijke feit. Reden om wat te grasduinen in zestig jaar geschiedenis van de jubilerende vereniging, daarbij technische en bestuurlijke zaken aan meerbevoegde mensen overlatend.

De allereerste foto in 1923


De allereerste stoot tot oprichting van D.O.K. werd eigenlijk gegeven op een bijeenkomst van de jongelingsvereniging op Geref. Grondslag "Amos 5:6a", waar tijdens een discussie de sportbeoefening ter sprake kwam.
De voorzitter vond dit onderwerp op zondag minder bespreekbaar, maar één van de leden, H. Busslnk, tilde daar minder zwaar aan en nam na afloop een aantal jongens mee naar zijn ouderlijke woning aan de vroegere Bospoortstraat, waar het idee verder werd uitgewerkt.
Per advertentie werden turnliefhebbers opgeroepen de avond van de zesde maart 1922 naar "Ons Huis" aan de Telefoonweg te komen. Deze bijeenkomst stond onder leiding van de heer D. Peereboom en men sloeg spijkers met koppen. Zestien jongelui werden, staande de vergadering lid, als naam kwam uit de bus: "Chr. gymnastiekvereniging Door Oefening Kracht", terwijl men in één moeite door een bestuur koos.


Voor de aardigheid de namen van deze mensen met de aantekening dat we alle verdere mutaties van het bestuur in de loop der jaren, onvermeld laten: R. Haverkamp, voorz.; A. D. v.d. Bospoort, secr.; W. Hartog, penningm.; H. Bussink, alg. adjunct en de heren A. te Sligte, A. de Haas. G. D. Jansen.

Schermzaal
Genoemde heer H. Bussink, die later in ons dorp grote bekendheid als journalist zou verwerven, bezat connecties met het garnizoen. Dank zij zijn bemiddeling met de 2de-Iuitenant Ellens, mocht D.O.K. de schermzaal aan de Berkenlaan als oefenlokaal gebruiken.
Een prachtoplossing, want dergelijke plaatsen waren in het toenmalige Ede dun gezaaid. Bovendien bevonden zich daar enkele toestellen, zoals paard en wandrek, ook een pluspunt, want met een wekelijkse contributie van twaalf en halve cent maak je direct geen bokkensprongen. Wel kon al gauw, met steun van enkele donateurs een tweedehands brug worden gekocht, terwijl twee enthousiaste leden, E. Steinmeier en A. te Sligte, beiden smid van beroep, een solide rekstok vervaardigden.

Eerste uitvoering
Een aantal jongens meldde zich aan, zodat een aspiranten en herengroep kon gevormd worden. Onder leiding van de heer Stoorvogel, sergeant bij de militaire politie, werd zodanig geoefend, dat reeds in het najaar van 1922 de eerste uitvoering kon worden gegeven.
Deze, meer bedoeld als propagandaavond, vond plaats in een achterzaaltje van "Ons Huis". Stoelen waren niet aanwezig, maar men leende bij Scherrenburg een aantal lege biervaten waarover balken, afkomstig van houthandel Tulp, werden gelegd. Geen comforlabele zitplaatsen, maar de toegang was dan ook gratis, al werd, ter dekking van de onkosten. wel een collecte gehouden, die 17,25 opbracht.

Korfbal ADO
Toch zat er, na de eerste hoopvolle jaren weinig schot in de turnvereniging,het ledenbestand bleef beneden de verwachting. Om dat op te voeren werd in 1925 een korfbalvereniging, onder de naam A.D.O. opgericht. Hierdoor vermeerderde weliswaar niet het aantal turners, maar wel de contributie-inkomsten. Aanvankelijk werd gespeeld op "het veldje van Pluim"; aan de Sijsseltselaan had de caféhouder Pluim een huis laten bouwen, heel toepasselijk door hem "De Eersteling" gedoopt.
Precies tegenover het huis lag een zanderig terrein, waar heel wat Edese jongelui, zij het op primitieve manier, de eerste beginselen van diverse sporten hebben beoefend en dat al gauw onder bovengenoemde naam bekend stond.

Later, toen er achter de Watertoren werd gevoetbald, verhuisde A.D.O. daarheen.
Geleidelijk verdween de anim, wel hebben nog enige tijd leden van de Lunterse gymnastiekvereniging E.L.S. het
twaalftal versterkt, maar in het midden van de dertiger jaren stierf A.D.O. een zachte dood.

ADO

Stijgende lijn
Inmiddels had D.O.K. de stijgende lijn weer te pakken, mede doordat in februari 1931 de vereniging .werd uitgebreid met een meisjes en damesafdeling. Niet alleen ging het ledental met sprongen omhoog. maar eens te meer werd bewezen dat het vrouwelijk element gezelligheid in een vereniging brengt. Vanaf dat moment werd D.O.K. een grote familie waar ieder lid zich
thuis voelde en waarvan tal van oudere mensen nu nog met plezier aan terug denken. De dames hielden hun oefenavonden in "Musica" op de markt, terwijl jongens en heren de schermzaal verlieten om onderdak te vinden in de nieuwe, in 1929 gebouwde Openbare school aan de Kerkweg, waar, heel vooruitstrevend, ook aan een gymnastiekzaal was gedacht.
Regelmatig werden nu winteruitvoeringen In "Reehorst" gegeven maar een optreden In de openlucht, waar zoveel propaganda van uitging, bleef moeilijk. De eerste buitendemonstratie werd gegeven op de markt, pal naast de muziektent. Om de rekstok te kunnen schoren moesten vier stukken U-ijzer in de grond worden geheid. Drie daarvan werden met een zware voorhamer vlot op de vereiste diepte geslagen, maar de vierde bleef stuiken, tot, door een forse slag van de gespierde Erst Steinmeier, plotseling een blauwe vlam uit de grond sloeg. Een electriciteitskabel was geraakt, wonder boven wonder zonder ongelukken, maar wel verscheen even later een verbolgen Top, de machinale houtbewerker uit de Brouwersstraat. Hij was bezig met een haastkarwei, maar schaafbank en cirkelzaag lieten het, door hun schuld, plotseling afweten.


Ook werden dergelijke demonstraties wel gegeven achter de Watertoren en Reehorst", maar de ideale oplossing kwam in 1936 met de opening van het Openluchttheater, destijds, wat minder werelds, aangekondigd als openluchtvergaderplaats. Voortaan werden hier de zomeruitvoeringen gegeven, in optocht, voorafgegaan door een muziekkorps, trok dan een lange stoet gymnasten, met aan het hoofd vaandeldrager Berend Bouwman, vanaf de markt, via Burg Prinslaan, naar de prachtige kuil, waar reeds duizenden toeschouwers in afwachting zaten.

Wedstrijden
Het ging crescendo met D.O.K. reeds in 1927 had men zich aangesloten bij het K.N-C.G.V. hetgeen betekende, door de jaarlijkse turndagen en wedstrijden, veel contact met andere verenigingen. Vanaf die tijd en later dateren de verhalen die onder andere mevr. Scherrenburg-Voskuilen, ruim dertig jaar actief en de ereleden B. Smits en C. de Bondt, beiden meer dan veertig jaar in verschillende functies werkzaam geweest, nu nog zo smakelijk kunnen vertellen. Belevenissen, op zichzelf van weinig betekenis, maar die bewijzen welke plaats D.O.K. in hun jeugd en bij zovelen anderen innam.
Zo trok een ploeg van elf heren, in 1935, naar Groningen waar tijdens de Pinksterdagen bondswedstrijden werden gehouden. Een kostbare reis in die crisisjaren waarvoor de deelnemers maandenlang hadden gespaard. De tocht werd gemaakt met twee auto's, a vijf cent per kilometer gehuurd bij Prette. Aan de achterzijde van de wagens was een doek aangebracht, waarop met grote letters stond: D.O.K. Ede, een beetje reclame kan nooit geen kwaad.

1935 herenploeg


De ploeg deed het voortreffelijk, zij verwierven een eerste en een derde prijs. Dinsdagmorgen werd de terugreis
aanvaard: één van hen wilde even een familielid in Leeuwarden bezoeken, zij waren nu toch in het hoge noorden. Dus terug via de Friese hoofdstad: in het centrum van de stad werd op een terras een kopje koffie gedronken. PIotseling slapten twee mannen, die aandachtig de auto's hadden bekeken op hen af met het verzoek: Doe de groeten bij café Centraal aan het Maandereind . Blijkbaar had het tweetal te Ede in dienst gelegen en aan dit, vroeger zo bekende, café prettige herinneringen overgehouden.


In die dagen en misschien nog wel,was het gewoonte bij winteruitvoeringen een paar kaarten naar bevriende verenigingen te sturen. Van dergelijke uitnodigingen maakte D.O.K. regelmatig gebruik, het betekende een avondje uit en men zag tevens de oefenstof van andere verenigingen. Niet altijd verliep zo'n uitstapje naar wens; gewoonlijk werd het laat, dus was openbaar vervoer minder gewenst. Gelukkig beschikten enkele vooruitstrevende leden al over een rijbewijs, zoals de reeds genoemde Steinmeier.
Deze reed eens op een koude februariavond, met vier kameraden, in een gehuurde auto naar een uitvoering in Zutphen. Na afloop, tegen middernacht, wilde Ernst de wagen starten maar kwam tot de ontdekking dat het koelwater bevroren was. Goede raad was duur: een linkerd, die overigens geen cent verstand van auto's bezat, stelde voor beurtelings vijf minuten op de motorkap te gaan zitten, de lichaamswarmte zou de zaak wel weer ontdooien. Bij toerbeurt werd dit een goed half uur volgehouden met al enig resultaat dat allen een koud achterwerk kregen. Een gedienstige, vlakblij wonende vrouw, die van achter haar gordijnen, dit wonderlijke gedoe al enige tijd had gadegeslagen, kwam tenslotte met een ketel warm water aanzetten,waardoor even later de motor weer wilde draaien.


Nog een latertje
Nog zo'n afvaardigingsbezoek, ditmaal in Voorthuizen; Gerrit v.d. Kuit had juist zijn rijbewijs gehaald en wilde persé rijden,.voor alle zekerheid nam Ernst ook voorin plaats. Niet ten onrechte,dank zij diens ingrijpen werd, op de heenweg, twee maal een sloot op het nippertje gemist. In Voorthuizen was het gewoonte het eerste deel van de avond aan gymnastiek te wijden en na de pauze een toneelstuk op te voeren, waarvoor, eerlijk gezegd het merendeel van de bezoekers kwam.
Door sport en amusement samen te laten gaan was men wel altijd verzekerd van een volle zaal. Buiten gekomen, na het,einde van de voorstelling hing er een dikke mist, maar Van de Kuit meende: "Geen nood, ik ken de weg hier op mijn duimpje". Dat zal wel zo geweest zijn, maar toen zij, na een tijdje, meenden Barneveld bereikt te hebben, bleek, bij nadere oriëntatie, het de kom van Putten te zijn, zodat ook deze avond op een latertje uitdraaide.


Die Gerrit van de Kuit was ook een figuur uit die jaren, uiterst lenig. en eigenlijk meer acrobaat dan turner. Hij kon geweldig op zijn handen lopen en geen oefening, zo ingewikkeld, of Gerrit probeerde, al of. niet met succes, die onder de knie te krijgen. De beste herinneringen evenwel bezitten vele turners aan hem, als er na afloop van een oefenings avond nog wat werd nagepraat.
Hij kon geweldig vertellen, waarbij hij gewoonlijk zelf de hoofdrol speelde en zijn fantasie de vrije loop liet; één staaltje daarvan. "Jongens, zorg altijd dat je de kop erbij houdt; verleden week nog kwam ik van de Grebbeberg fietsen. Je weet allemaal hoe steil die is, net had ik goed en wel de gang te pakken, toen ,bij het vertrek, het voorwiellos schoot. Ik zag het voor me uit gaan, razend snel, maar wel mooi midden op de weg, Als de bliksem gooi ik me achterover even balans zoeken en rij, alleen op het achterwiel verder. Laat ik nou, precies in de bocht naar de Nude, met de voorvork het weggelopen wiel weer oppikken en rustig naar huis rijden.

Clubblad
Begin januari 1937 werd de vereniging verrijkt met een clubblad "D.O.K.nieuws, de prijs per nummer, ook voor
leden. bedroeg vijf cent. Een aardigheid daaruit: er stond een voorbeschouwing in voor de komende winteruitvoering met de volgende vermaning: "Jongens voor de uitvoering eerste allemaal naar de kapper voor nette haren".
De bezettingsjaren waren voor D.O.K. evenals bij zoveel andere verenigingen, uiterst moeilijk. Met kunst en
vliegwerk werd door de verschillende afdelingen nog wel geoefend, maar van uitvoeringen of demonstraties was geen sprake. Na de bevrijding ging men direct vol ijver weer aan het werk; helaas trof D.O.K. in 1946 een zware slag.
Door een verkeersongeluk kwam voorzitter W. Hartog om het leven, een man die al vanaf de oprichting een bestuursfunctie had vervuld.
.
Niet alleen turnen.
Een jaar later werd met een receptie en jubileumuitvoering in, "Reehorst" het vijf en twintig jarig bestaan gevierd. De repetities voor dit optreden stonden in het teken van de oorlogsnaweeën.
Door kolenschaarste kon de zaal aan de Kerkweg niet verwarmd worden, maar elk lid bracht een arm vol brandhout waarmede de wel aanwezige salamanderkachel kon worden gestookt.
De onderlinge band tussen de leden werd, de jaren door versterkt door tal van activiteiten buiten het turnen om.

Deelname aan afstandsmarsen en atletiekwedstrijden gezamenlijke fietstochten werden georganiseerd met als vaste trip: kersen eten in de Betuwe en niet te vergeten, in de vroege ochtend, van Hemelvaartsdag, dauwtrappen.
Eens was het voor een dergelijke tocht verzamelen bij station Ede-Wagningen. De wandeling zou gaan naar
"Panorama-hoeve. Halverwege kwam Henk Verhaaff tot de ontdekking dat zijn fototoestel aan het stationshek was blijven hangen. Hij bedacht zich geen moment, keerde om en zette de sokken er in. Gelukkig, het apparaat was er nog ,in hetzelfde tempo liep hij de groep achterna, om gelijktijdig met hen op het terras van het restaurant te arriveren.
Verder verleende D.O.K. altijd belangeloze Feestdagen
Verder verleende D.O.K. altijd belangeloze medewerking bij nationale feestdagen, Heideweken en de vroeger veel in zwang zijnde defilé's voor meer of minder belangrijke personen. Wie herinnert zich in dit verband nog het vijftig jarig artsenjubileum, in 1947, van de populaire dokter Weyer. In een lange stoet trokken alle Edese verenigingen,van de meest uiteenlopende schakeringen langs "het Hof van Gelderland", waar de jubilaris op het terras stond.
Nog een initiatief van D.O.K. men had op grote bondsdagen men of meer jaloers gekeken naar verenigingen die over eigen muziek beschikten, vooral belangrijk bij marcheren. Daarom werd op 18 juli 1949 een chr. tamboer en pijperscorps opgericht, In D.O.K. verband. Vanaf 1956 ging dit corps onder de naam "Irene" een zelfstandig bestaan leiden en Is thans een begrip voor ons dorp geworden.


Geleidelijk vormden meisjes en damesgroepen het merendeel van het ledenbestand. vandaar ook enkele belevenissen uit deze afdelingen. Bij wedstrijden in Oosterbeek hadden een aantal dames hun verloofden overgehaald mee te gaan. Deze, blijkbaar minder sportief aangelegd, hadden het al gauw bekeken en zochten een kroegje op voor een glas bier en partij biljart. Zelfs bij de prijsuitreiking, het hoogtepunt van de dag, kwamen zij niet opdagen, tot groeiende woede van de dames. Die kenden echter hun pappenheimers en gingen op speurtocht: bij elke cafédeur werd een blik naar binnen geworpen, maar geen bekende gezichten. Ten einde raad namen zijn, zoals was afgesproken, de bus naar Arnhem en jawel hoor, daar stond het stel te wachten en volgde, na de nodige woorden, een algemene verzoening.


Kunstgebit
Ter gelegenheid van het gouden jubileum van het K.N.C.G.V. in juni 1960 werden wedstrijden in Coevorden gehouden. Het was warm die tweede Pinksterdag; naast het turnterrein lag een grote vijver en twee jongens, E. v. Schothorst en J. Verwey, konden de verleiding niet weerstaan een duik te nemen. De plas bleek allesbehalve schoon en de twee hadden er al gauw genoeg van. Aan de kant gekomen maakte Evert allereerst zijn mond schoon, maar met een straal water verdween tevens zijn kunstgebit in de modderpoel. Ondanks verwoede duikpogingen kwamen de tanden niet weer boven water en was Evert, begrijpelijk, op de thuisreis niet te genieten.


Knotsen
Een jaar later werden de bondswedstrijden in Zwolle gehouden. D.O.K. veroverde daar heel wat prijzen, terwijl
uit het grote deelnemersveld een ploeg van acht dames werd gekozen voor een demonstratie aan de ringen waarbij ook het D.O.K. Iid M. Voskuilen. Een groep D.O.K.-dames had voor deze gelegenheid een knotsoefening ingestudeerd.
Nu was het gewoonte dat op de avonddemonstratie in een zaal,.de beste groep als laatste mocht optreden, waardoor men van een goede climax verzekerd was, Laat nu hier in Zwolle de D.O.K. dames deze eer te beurt vallen.
Helaas, onbegrijpelijk, maar juist toen, viel de ene knots na de andere met een daverend geluid op de houten vloer zodat hun optreden ditmaal volkomen de mist in ging.
Het toestel turnen veroorzaakte bij de heren wel eens ongelukjes, maar ook de dames kenden pechvogels. Bij een optreden in "Musis Sacrum" te Arnhem verloor Reina Onderstal tegen het einde van een oefening op de evenwichtsbalk, haar balans. Om zich staande te houden, greep zij naar het hoofd van leider Verschuur, die haar nauwlettend in de gaten hield, Dat lukte, maar het kostte haar oefenmeester een flinke pluk haar, die Reina triomfantelijk in de hand hield.


Jubilea
Op zaterdag 10 maart 1962 werd met o.a, een receptie in hotel "Buitenzorg", het veertig jarig beslaan van
: D,O.K. gevierd. Wethouder A. Rosenboom, toen voorzitter van de Edese jeugdraad overhandigde daar aan het
bestuur de bondsvlag van het K.N.C.G.V., terwijl "De Harmonie". een muzikale hulde bracht, Tien jaar later
hel gouden jubileum: D.O.K. trad toen op als gastvrouwe van de "scala Gymnastica II". Dit feest. met meer dan drieduizend gymnasten werd, onder grote belangstelling gehouden op het sportpark "De Bosrand". Ook ditmaal, te beginnen 6 maart en eindigend op zaterdag 19 juni, is een uitvoerig programma samengesteld, waarvan de plaatselijke bladen u ongetwijfeld op de hoogte zullen houden.
In deze losse notities over het jubilerende D,O.K. zijn slechts enkele namen gevallen; daarom willen wij besluiten met de lijst van ereleden om in hen aan allen te denken die zich In de loop der laren voor korte of langere tijd jegens de vereniging verdienstelijk hebben gemaakt.
Allereerst zij die niet meer in leven : zijn: erevoorzitter D. Pereboom. verder R, Haverkamp; W. Hartog; A. C. Smits; F. E. Stelnmeler en D. H. Hazeleger. Vervolgens degenen die dit jubileum nog wel mogen meemaken: B. Smlts; B. Buddlngh; A. te Sligte; M. Verschuur; C. de Bondt en H. Bussink.
De in 1922, In alle bescheidenheid opgerichte Chr. Gymnastiekver: D.O.K. is, met thans 1153 leden uitgegroeid tot de grootste sportvereniging van Ede. Niet minder dan drie en twintig leidsters en leiders geven per week tachtig lessen In dertien verschillende zalen. Het kan niet anders, ook na zestig jaar, gaat D.O.K.
onder leiding van voorzitter P. Meerdink, een goede toekomst tegemoet.


H. J. Nijenhuis