Kleine dorpen op de Veluwe en elders vormden vroeger
gesloten gemeenschappen met eigen normen en leefregels. Een daarvan luidde: onder
geen voorwaarde mocht een jongen uit naburig dorp of stad verkering zoeken in
hun domein. Mocht een jongeman toch het lef bezitten, dan werd hij bij de ingang
van het dorp opgewacht en kreeg een geduchte aframmeling waarbij de plaatselijke
jeugd wel zorgde sterk in de meerderheid te zijn. Het kwam ook voor dat de minnaar
een pak slaag kon afkopen door in het dorpscafé een of meer rondjes te
geven. Dat betekende een vorm van chantage want trapte hij daarin dan werd om
de paar weken de eis herhaald waardoor zijn liefde een kostbare geschiedenis werd.
Overigens
kwam het ondanks alles toch tot een huwelijk dan was de hele kwestie spoedig vergeten
en vergeven. Meestal kwamen dergelijke voorvallen niet in de publiciteit, maar
een enkele maal haalde zo'n kloppartij de plaatselijke bladen vooral als de minnaar
zijn aanvallers te glad af was.
Zo had in het begin van de dertiger
jaren een Edese jongen verkering met een meisje uit de omgeving
van Lunteren.
Hij was al enkele malen gewaarschuwd, maar dat maakte op hem weinig indruk. Op
een zondagavond netste het tweetal op de Edeseweg toen zij nabij de Ieplaan werden
opgewacht door een stelopgeschoten jongens. Zij rukten met geweld de Edenaar van
zijn fiets terwijl het meisje veiligheidshalve doorreed.
Dreigend kwam men
op hem af, maar hij greep zijn nets, gooide daarmee de voorste aanvallers tegen
de vlakte om vervolgens de spurt erin te zetten naar zijn geliefde. Het tweetal,
niet van gisteren, reed regelrecht naar het politiebureau en deed aangifte van
het gebeurde. Met de enige auto waarover het korps beschikte,
reden twee agenten
richting Lunteren. Inderdaad groepten de jongens daar nog, vol wraakzucht, maar
in de wetenschap dat het meisje toch weer werd thuisgebracht. Het viel enigszins
anders uit stuk voor stuk kregen zij een bekeuring en moesten zich vrijdag 24
april 1933 voor het kantongerecht in Wageningen verantwoorden.
Gezien het feit
dat er geen klappen waren gevallen, bleef de straf beperkt tot een gulden boete
of een dag hechtenis.
Nog beroerder bracht een verdediger van het vrouwenlijk
schoon uit de buurtschappen Essen het er af. Het gebeurde in januari 1928 een
boerenknecht uit het naburige Esveld had kennis aangeknoopt met een plaatselijke
schoonheid. Op een woensdagavond, vroeger de vaste uitgaansavond, bracht hij zijn
geliefde naar huis toen, op een eenzame plek uit het donker een onguur opdook,
gewapend met een knuppel en pardoes op de jongeman uit Esveld los sloeg. Maar
boerenjongens zijn niet van gisteren; in een oogwenk had hij de knuppel ontfutseld
en diende op zijn beurt een slag uit, die de aanvaller half bewusteloos ter aarde
deed vallen.
Op dat moment kwamen uit het struikgewas nog vier knapen aan zetten,
die zich op de gevallen jongen stortten. Overtuigd dat hij de minnaar was begonnen
zij aan een geduchte aframmeling. Het duurde even voor het versufte slachtoffer
kon duidelijk maken dat zij hun eigen kameraad aan het afrossen waren. Stomverbaasd
stopten zij, keken om zich heen maar het paartje was al lang in de duisternis
verdwenen.
H. J. Nijenhuis
 
|