Evenals elders
heeft ook de Nederlandse Hervormde gemeente van Bennekom in de loop der jaren
heel
wat predikanten gekend. In het boekwerk "De geschiedenis van Ede",
deel 3 wordt als eerste vermeld, ds. Godefridus Fabriti. Na een lange lijst
stuiten we dan in 1883 op ds. E. Eisma, die echter in 1887 met de doleantie, die
ook hier voor de nodige beroering zorgde, meeging, waardoor Bennekom ook een gereformeerde
kerk rijk werd. Maar de predikant die nog altijd bij velen in herinnering voortleeft
was ds. Pauwe, de man die een scheuring in de plaatselijke Herv. gemeente teweeg
bracht.
Jan Pieter Pauwe werd 18 okto1872 te Charlois, bij Rotterdam geboren.
Na voltooide studie begon hij zijn loopbaan als predikant te Ierseke. Reeds daar
voelde hij zich, als hervormd voorganger, te veel gebonden aan tal van voorschriften,
van hogerhand verstrekt.
De rechtzinnige opvattingen omtrent de ware leer,
vertolkt door de gereformeerde predikant, ds. Ledeboer, spraken hem meer aan.
In 1907 aanvaardde ds. Pauwe een beroep naar Bennekom en ruilde de Zeeuwse klei
voor de Veluwse zandgrond. AI vrij spoedig deden zich de eerste strubbelingen
voor in Bennekom had zich een predikant gevestigd die zijn actieve jaren in West
Indië had doorgebracht en zich als lidmaat wilde laten inschrijven. Ds. Pauwe
weigerde echter pertinent dit verzoek in te willigen ,de man stond als vrijzinnig
bekend en paste derhalve niet in zijn geestelijke straatje. Dit standpunt veroorzaakte
moeilijkheden, want niet alle kerkgangers waren het met hem eens. Een paar jaar
eerder dergelijk knelpunt: er kwam een verzoek van de kerkenraad uit Haarlem
om een bewijs van goed redelijk en moreel gedrag van een de Bennekomse kerkvoogden
te sturen. Deze man wilde zijn kind niet door ds. Pauwe laten dopen, maar dit
sacrament door een hem bevriende predikant te Haarlem later bedienen.
Ds. Pauwe
bleek gepikeerd er vroeg waarom deze plechtigheid zo ver van huis moest plaats
vinden. De vader volstond met de opmerking: "Daar ben ik u geen verantwoording
voor schuldig." Het gevraagde bewijs werd niet verstrekt, maar het kind wel
in Haarlem gedoopt. Op zijn beurt weiger de ds. Pauwe de jongeborene al dooplid
van de Bennekomse gemeente in te schrijven. Zelfs wilde hij de betrokken kerkvoogd
onder censuur stellen, maar zo ver wilde de kerkenraad toch niet gaan. Ds Pauwe,
die meerdere malen te kennen had gegeven zich niets van de reglementen en voorschriften
gesteld door de Herv. Synode, die hij overigens zelf bij zijn ambtsaanvaarding
had ondertekend, aan te trekken, bleef zijn eigen weg bewandelen naar het
hem goed dacht.
In een dienst, gehouden 2 november 1913, wond hij er
geen doekjes om en zette zijn standpunt duidelijk uiteen. De preek handelde over
de drie vrienden van Daniël, die resoluut weigerden voor het beeld van Nebucadnezar
te knielen. Hij vergeleek daarbij de onverbrekelijke trouw van deze drie jonge
mannen met veel huidige predikanten die door talrijke menselijke bepalingen gebonden
zijn. Hij verklaarde, vanaf de kansel, rond uit dat hij voortaan alle inmenging
van hogerhand aan zijn laars zou lappen.
Met dergelijke krasse woorden kon
een conflict niet uitblijven, zoals spoedig zou blijken. Een viertal jongelui
uit Bennekom, twee meisjes van de fam. Duthij, alsmede een zoon en dochter van
de fam. v. Dalem, die het blijkbaar bij ds. Pauwe niet zo zagen zitten, hadden
belijdenis gedaan bij een gematigder dominee in Tiel. Daar zij echter Bennekomse
ingezetenen waren wensten zij als nieuwe lidmaten bij de kerk van hun woonplaats
te worden ingeschreven. Ds. Pauwe peinsde er niet over en vond ditmaal de volledige
kerkenraad achter zich. Het college uit Tiel hield er een andere lezing op namen
was, niet ten onrechte, van mening dat bij deze openbare geloofsbelijdenis door
alle vier geheel aan de gestelde voorwaarden was voldaan.
De vier waren nu
leden van de Ned. Herv. kerk, onverschillig of het kerkgebouw in Tiel of Bennekom
stond.
De Tielse kerkeraad ging derhalve in beroep bij het classicaal bestuur te Arnhem.
Zij werden volkomen in het gelijk gesteld: ds.Pauwe werd er op gewezen dat deze
aanneming geheel op de normale wijze was verlopen, zodat tot inschrijving moest
worden overgegaan. Maar ds, Pauwe, die zoals reeds gezegd, openlijk alle voorschriften
had afgezworen, hield het been stijf en weigerde ronduit de nieuwe leden in zijn
gemeente opte nemen. Daarop werd hij in Arnhem op het matje geroepen, maar handhaafde
zijn ingenomen standpunt.
Het gevolg was dat ds. Pauwe, wegens kerkelijke ongehoorzaamheid
per 1 januari 1914, voorlopigwerd geschorst. De Bennekomse kerkenraad stuurde
op haar beurt een verweerschrift dat wel enig uitstel maar geen afstel opleverde.
De
schorsing werd nu per 1 juli 1914 een feit en leidde zelfs, door de halsstarrige
houding van ds. Pauwe, in augustus d.a.v. tot zijn afzetting als voorganger van
de Ned. Herv. gemeente te Bennekom.
De slag kwam hardaan, geen zinnig mens
die een dergelijke afloop had verwacht. Maar ds. Pauwe vond in
deze moeilijke
dagen vrijwel de gehele kerkenraad een groot deel van zijn gemeente achter zich.
Men was verontwaardigd en op hun aandringen bleef dominee doorgaan met preken
al was het dan niet meer in de kerk, die voor hem verboden terrein was geworden.
Als
eerste onderkomen voor de groep afgescheidenen deed de timmerwerkplaats van aannemer
Mekking dienst, daarna vond men onderdak bij de schilder Renes om vandaar te verhuizen
naar de ruimedeel van boerderij Floor .
Ds. Pauwe mocht dan wel een eigenzinnig
man zijn, een begaafd spreker was hij buiten kijf. Door zijn voor een ieder begrijpelijke
tekst en uitleg, wist hij zijn gehoor uitermate te boeien. Hij bezat al spoedig
een grote aanhang en het gebrek aan een grotere en meer comfortabele ruimte deed
zich danig voelen.
Daarom besloten de heren Mekking en Floor voor eigen rekening
een soort noodkerk op een terrein hoek Schoolstraat-Pr. Bernhardlaan te bouwen.
Zij waren echter wel zo wijs het gebouw een dusdanige vorm te geven dat, mocht
door een bepaalde oorzaak, de belangstelling voor de diensten verminderen, het
pand met weinig kosten tot een normaal woonhuis verbouwd kon worden.
Overigens
een vooruitziende blik, want later werd hier het loodgietersbedrijf Ansink gevestigd.
Voorlopig
lieten echter de Bennekommers hun predikant niet in de steek, integendeel, elke
zondag was "het Pauwekerkje", zoals het gebouw al spoedig bekend stond,8tot
de laatste plaats bezet. Het is begrijpelijk dat ds. Pauwe met zijn aanhang niet
bij een of andere kerkelijke organisatie of synode waren aangesloten. Zij noemden
zich
"vrije Hervormden en dopten hun eigen boontjes. Helaas toonde ds. Pauwe zich
minder trouw dan zijn volgelingen, want enkele jaren na de ingebruikname van het
eigen kerkje vertrok hij naar Den Haag. Daar preekte hij regelmatig in de Waalse
kerk en trok, dankzij zijn glasheldere uiteenzettingen enorme belangstelling.
Wel
ging hij nog dikwijls voor gewoonlijk op door de weekse avonden, in diensten te
Bennekom,waar men hem nog niet vergeten was. De toeloop bleek dan te groot, dat
deze bijeenkomsten gehouden werden in het verenigingsgebouw aan de Kerkstraat.
Soms was de niet al te grote zaal gevuld met meer dan achthonderd mensen die hem,
dicht op elkaar gedrongen, de woorden van zijn lippen lazen. Wilde men zeker zijn
van een zitplaats dan was het zaak minstens een uur voor de aanvang aanwezig te
zijn.
Op 27 augustus 1947 werd het feit herdacht dat ds. Pauwe veertig
jaar geleden zijn intrede te Bennekom had gedaan. Ter gelegenheid daarvan wilde
hij een herdenkingsrede houden waarvoor een dermate belangstelling bestond, dat
in Bennekom geen geschikt gebouw te vinden was en men uitweek naar Utrecht
de toen reeds vijf en zeventig jarige predikant, hield een gloedvol betoog waarin
hij nogmaals, nu zoveel jaren later, een uiteenzetting gaf over zijn conflict met
de heersende kerkorde. Hem was alles ontnomen, zijn functie, huis en tractement,
maar desondanks bezat hij geen enkel berouw ten opzichte van zijn handelswijze.
Integendeel,
dankzij gestadige hulp van hogerhand en medeleven van veel mensen, had hij de
weg kunnen gaan die voor hem was uitgestippeld.
Ds. Pauwe overleed op 6 juli
1956 nog in de lente van dat jaar hield hij zijn laatste dienst te Bennekom,
al was toen reeds zodanig verzwakt dat hij tijdens de preek moest blijven zitten.
Na zijn dood slonk geleidelijk het aantal volgelingen en gingen op in andere kerkgenootschappen.
Zijn trouwste aanhangers hebben nog geruime tijd hoop gekoesterd dat nog eens
een opvolger van dezelfde geestelijke strekking zou komen, maar die wens is niet
in vervulling gegaan.
Maar bij oudere Bennekommers leeft de nagedachtenis aan
ds. Pauwe, ongetwijfeld in zijn leven een man van allure, nog altijd voort.
H.
J. Nijenhuis.
 
|