
In
de oude Hervormde Kerk worden, veelal in de zomermaanden, regelmatig orgelconcerten
gegeven, uitgevoerd door bekende organisten, die zich in een talrijk bezoek mogen
verheugen. Maar weinigen van deze muziek liefhebbers zal echter iets bekend zijn
omtrent het allereerste orgelconcert, dat in deze kerk zou worden gegeven. De
verwachtingen waren destijds hoog gespannen; het eerste kerkorgel in onze gemeente
werd in gebruik genomen. Helaas, niemand had kunnen voorzien, dat de veelbelovende
avond op een totaal fiasco zou uitlopen. Een en ander is allang geleden, er zijn
inmiddels de nodige jaren overheen ge gaan, maar toch leek het ons wel aardig
deze ware geschiedenis nog eens op te halen.
Omtrent de dertiger jaren van
de vorige eeuw begon de gedachte om, als begeleiding van de te zingen psalmen,
over een orgel te kunnen beschikken, steeds meer ingang te vinden. De kerk nam
toen nog een centrale plaats in bij de dorpsgemeenschap van de bijna 9000 inwoners
van de gemeente Ede was niet minder dan 98% als Nederlands Hervormd ingeschreven.
De toenmalige predikant en kerkeraad stonden volledig achter de plannen, een eerste
pluspunt, want in die dagen was dat lang niet overal het geval. Integendeel, in
verschillende, vooral plattelandsgemeenten, werd muziek tijdens een godsdienstoefening,
in welke vorm ook, als een duivelse uitvinding beschouwd en derhalve streng verboden
.
De plannen in Ede, hoewel steeds vastere vorm aannemend, werden echter
door een chronisch geldgebrek, steeds op de lange baan geschoven. Tot in 1842
de buurt Ede-Veldhuizen de eerste stap deed door op de buurtvergadering van dat
jaar te besluiten f 500,-- voor het goede doel ter beschikking te stellen. Nu
dit eerste schaap over de dam wás, kwam er schot in ,er werd een commissie
gevormd, die de zaken serieus ter hand nam en naar later zou blijken, niet zonder
succes.
Om wat namen uit die z.g. "orgelcommissie" te noemen, zonder
volledig te zijn: namens de kerkeraad: Ds. Detmar; voor de buurt Ede-Veldhuizen:
J. Willemsen; voor de buurt Manen: A. v. Eck; voor de buurt Doesburg T. Jansen;
voor Wekerom: T. Toonen; en voor de burgerij : notaris J .C .Fischer en de
koster-schoolmeester P.C. Neelmeijer .
Helaas heeft dominee D .A .Detmar de werkzaamheden
niet tot het einde kunnen meemaken. Hij overleed in 1844, na tien jaar in Ede
gewerkt te hebben; deze voorganger was een gezien man; niet ten onrechte heeft
men in latere jaren een straat naar hem genoemd, de Detmarlaan .
In 1845 kwam
als zijn opvolger ds. O.D.L. Buhler naar Ede. Zoals reeds gezegd, nog meer personen
hadden zitting in het comité, maar één figuur stak er al
spoedig bovenuit: notaris Fischer. Deze werd benoemd als voorzitter-secretarisen ontplooide
zo'n grote activiteit .Oude standplaats orgel, dat al gauw het hele gebeuren om
de Hervormde Kerk te Ede .
hem draaide. De notaris wist de mensen het geld
uit de zak te kloppen; de verschillende buurten, de al of niet adellijke grondbezitters
en niet te vergeten de doodgewone burger op zijn aandringen droeg ieder naar vermogen
zijn steentje bij .In betrekkelijk korte tijd was een bedrag van f 2.696,59 bijeengebracht.
|
De
totale kosten voor orgel, montage en plaatsing waren geraamd op f 8.451, 19/5
of men vroeger ook scherp calculeerde. De kerkeraad maakte een royaal gebaar,
die had nog altijd wel de nodige bezittingen achter de hand, en
nam het ontbrekende
bedrag voor haar rekening.
Alles verliep verder vlot en in goede harmonie;
voor plaatsing van het instrument werd een speciale orgel gaanderij gebouwd, waardoor
het orgel voor een ieder goed zichtbaar werd. |
| |
|
In 1852 werd deze gaanderij nog met een aantal zitplaatsen uitgebreid, maar ruim
een eeuw later, bij de grote
restauratie van de kerk, weer gesloopt. Op 5 februari
1845 was de zaak in kannen en kruiken en kon de commissie het orgel aan de kerkeraad
overgedragen. Het zou op zondagavond 23 februari 's avonds om zeven uur, met een
concert ,te geven door de Arnhemse organist van de Dussen feestelijk worden ingewijd.
Het programma was, in overleg met de organist, met zorg gekozen en de verwachtingen
hoog gespannen, maar helaas, de avond zou geheel anders uitpakken .
Reeds
in de middag gonsde het dorp van geruchten; men is het blijkbaar niet eens met
de manier waarop het orgel in gebruik genomen zou worden .
Ook notaris Fischer
werd hiervan op de hoogte gesteld, maar die beurde er niet zwaar aan. "Vermoedelijk
nog wat van die ouderwetse mensen, die nog tegen muziek in de kerk zijn",
was zijn oordeel. Maar toch waarschuwde hij veiligheidshalve burgemeester Prins,
die op zijn beurt het gehele politiecorps van de gemeente, in totaal vier veldwachters
sterk, optrommelde. Zij kregen opdracht is avonds om half zeven bij de kerk present
te zijn om een oogje in het zeil te houden.
Voor de aardigheid even de
namen van deze gezagsdragers: Gerrit Busser uit Ede; Teunis de Jager uit Lunteren,
Herman Busser uit Otterlo en Aart Veenendaal uit Geld-Veenendaal. Teneinde op
alles voorbereid te zijn, ontbood de burgemeester tevens de gerechtsdienaar Arend
Jan te Loo uit Wageningen om zo nodig de veldwachters behulpzaam te zijn
De
mening van notaris Fischer de ontevredenen onder de anti-muziek-mensen, die er
ongetwijfeld wel waren, te zoeken, bleek een vergissing.
Uitgerekend de laatste
beslissing die de commissie, na het vele werk, had genomen, was in het verkeerde
keelgat geschoten. Men had nl. voor dit openingsconcert een toegangsprijs van
dertig cent vastgesteld, in die dagen een kapitaal voor de gewone man. Daar kwam
nog bij dat de commissie en vooraanstaande burgers, dus zij, die een dergelijke
entreeprijs beter konden betalen, vrijkaartjes hadden ontvangen. Dat nam men niet;
de eens zo geprezen commissie viel met een klap van haar voetstuk. Een ieder had
nu eenmaal naar vermogen bijgedragen, niet meer dan billijk dat ook
iedereen
in de gelegenheid moest worden gesteld, het concert gratis bij te wonen. Het begon
aanvankelijk met mopperen en kankeren, hetgeen echter al gauw werd overgenomen
door opgeschoten jongelui en mensen van agressievere aard, die meer voelden voor
hardere acties, om in de taal van onze tijd te spreken. Dat velen van hen totaal
onmuziekaal waren en normaal voor een orgelbespeling heus niet warm zouden lopen,
deed minder terzake .
De zondagmiddag werd benut om zoveel mogelijk mensen
op te trommelen met als resultaat, dat reeds om half zeven een groot aantal mensen
op het kerkplein aanwezig waren. Veiligheidshalve had men alleen de deuren aan
de zijde van de Paasbergerweg geopend, waardoor zij die kaartjes bezaten, naar
binnen druppelden.

Het
aantal buitenstaanders groeide nog steeds ,aan de aanwezige veldwachters probeerden
deze mensen tot kalmte
aan te man en, wat echter een averechtse uitwerking
had. Men werd brutaal, slingerde allerlei verwensingen naar het hoofd van de ordebewaarders
en begon steeds meer op te dringen. Een van de grootste praatjesmakers was Teunis
Jansen, landbouwer uit de buurtschap Doesburg. Deze was nog wel ouderling en lid
van de orgelcommissie, maar van stonde af de enige die vierkant tegen het heffen
van een entreeprijs was. Hij stak zijn verontwaardiging niet onder stoelen of
banken; zwaaiend met zijn twee entreekaartjes die hij, als commissielid ook ontvangen
had, verklaarde hij tegen
een ieder die het maar horen wilde: "Liever
slik ik die dingen door, dan ermee de kerk binnen te gaan". Zijn huisvrouw,
Gijsbertje Koudijs,schaamde zich bijna dood,al huilend en jammerend probeerde
zij hem erop te wijzen dat zijn gedrag een ouderling onwaardig was en trachtte
hem naar huis te krijgen. Maar Teunis liet zich niet vermurwen,hij schudde zijn
vrouw van zich af en beweerde: Pas als het recht zijn loop heeft gehad ga ik mee.
De
een stak de ander aan ,men begon massaal op te dringen naar de deuren,ook zij
die dat heel niet van plan waren,maar met de stroom mee moesten. Bijtijds zag
de koster het gevaar ,hij liet de kaartjes controle voor wat het was ,sloot de
deuren en grendelde die aan de binnenzijde stevig af. Het was olie op het vuur
,onder de kreet ,druk maar door,werd getracht de deuren te forceren,maar de stevige
eikenconstructie gaf geen krimp.Inmiddels was het zeven uur geworden en na een
inleidend woord van notaris Fischer ,begon de organist voor de ongeveer 250 bezoekers
,die tijdig waren binnen gekomen te spelen. De eerste tonen van het gloednieuwe
orgel ,die natuurlijk ook naar buiten doordrongen,bracht de verzamelde menigte
op het kookpunt. Een greep een steen en gooide deze door de ruiten,wat het sein
werd voor een waar bombardement. De gele klinkertjes van het kerkpad werden opengebroken
en vonden hun weg door de hoge ramen. de zojuist begonnen orgeltonen braken abdrupt
af ,de organist vluchte van zijn kwetsbare plaats naar beneden om zich met de
angstige toehoorders ,in het midden van de kerk te verzamelen. Hier was men tenminste
veilig voor de rondvliegende stenen en glasscherven. De raddraaiers waren door
het dolle heen ,een riep er steeds als een projectiel doel trof"zo gaat het
goed,die steen komt waar hij wezen moet"
Tenslotte werd burgemeester
Prins ,die zich onder de genodigden in de kerk bevond op te treden. Vergezeld
van raadslid Horsting kwam hij naar buiten om de inmiddels tot duizend man aangroeiende
massa ,tot bedaren te brengen. Hij trachtte te wijzen op het goede van de entreeprijzen
, de opbrengst was bestemd voor de diaconie en voor de armen in onze samenleving
moest men toch wat over hebben. Het maakte totaal geen indruk op de mensen ,zijn
babbeltje werd met hoon gelach ontvangen, terwijl er zelfs stenen in zijn richting
gegooid werden. Een daarvan raakte zijn hand ,het geen naar zijn eigen verklaring
,later in het proces verbaal ,welliswaar een pijnlijke hand maar geen verwonding
veroorzaakte. Nochtans achtte hij het raadzaam zich met het raadslid achter veilige
muren terug te trekken. (Burgemeester Prins was toen al jaren eerste burger van
Ede) . In 1822 aanvankelijk als schout,kwam hij naar ons dorp om in 1825 burgemeester
te worden. In 1851 deelde hij de gemeenteraad mede ,dat hij wegens toenemende
lichaamszwakte ontslag als zodanig had aangevraagd aan Z.M Koning Willem 3. Z.M.
verleende dat goedgunstig en benoemde als zijn opvolger de oudste zoon.Th.Prins.
Wel een unicum dat een zoon zijn vader opvolgt.
Weer achter veilige muren
deed de burgemeester het enige wat hij doen kon ,het concesrt afgelasten. Toen
dit bekend werd steeg er een oorverdovend gejubel vanaf het kerkplein op ,het
doel was bereikt. De bezoekers waren opgelucht en verlieten het kerkgebouw. Geleidelijk
verdwenen ook de mensen rondom de kerk nu er niets meer te beleven viel. Het was
niet alleen een mislukt maar ook een duur concert geworden. Inplaats van een batig
saldo aan de diocanie te kunnen overdragen,stond de kerkeraad voor de belangrijke
kosten van reparatie aan deuren en ramen.
Van het gebeurde werden twee
processen verbaal opgemaakt,een door de burgemeester ,het ander door gerechtsdienaar
te Loo,mede ondertekend door de vier aanwezige veldwachters. Deze processen verbaal
bevinden zich in het gemeentelijk archief. Natuurlijk werd er ijverig naar de
aanstekers gezocht ,maar dat bleek niet zo eenvoudig. Een aantal namen werden
genoteerd o.a. Evert v.Deelen ,boerenknecht bij landbouwer Peter v.Donselaar onder
de Doesburg. Simon v.Groningen,knecht bij landbouwer Anthony v. Veldhuizen te
Ede ,Peter Scherrenburg,arbeider te Ede ,Gerrit van Galen ,karman te Ede en nog
vele anderen. Maar toen het puntje bij paaltje kwam ,kon geen der veldwachters
met zekerheid verklaren ,dat een met hem met stenen had gegooid of schuldig was
aan strafbare feiten. Getuigen waren evenmin te vinden,in dat opzicht dekten de
Edenaren elkaar . Wel kwamen twee jongens ,de tienjarige Willem Nip en de twaalf
jarige Hendrik Borgers beweren dat Evert v Deelen en zijn broer Thijmen ettelijke
stenen hadden gegooid. Niet alleen de leeftijd maakten deze getuigenissen zwak
,bij nader aan de tand voelen bleek dat deze knapen in de voorgaande wek knollen
hadden gejat bij Peter v Donselaar. Zij werden daarbij betrapt door Evert v Deelen
en kregen een behoorlijke aframmeling. Zij waren dan ook op wraak belust en zagen
hier hun kans schoon. De vlieger ging echter niet op . De vier veldwachters en
gerechtsdienaars komen aan het eind van hun proces verbaal tot de conclusie ,dat
geen verdachten konden worden aangewezen en besloten hiermede het onderzoek. de
rust in het dorp was tereug gekeerd,maar nog jarenlang is dit eerste orgelconcert
H. J. Nijenhuis

