Kerkstrijd in Lunteren

De volgende geschiedenis stemt nog uit de Middeleeuwen, maar is niettemin wel aardig, zij het in eigen woorden, nog eens op te halen met de aantekening dat feiten en jaartallen zijn ontleend aan het derde deel van de "geschiedenis van Ede' Ongetwijfeld ligt de leuze "Lunteren los van Ede" die even na de Tweede Wereldoorlog zoveel opgang maakte, nog goed in het geheugen. Die wens ging niet in vervulling maar ongeveer vier eeuwen daarvoor won men de Lunteranen, zij het op kerkelijk larrein, deze strijd glorieus.
Van oudsher behoorden Lunteren, Wekerom en diverse buurten tot de parochie Ede .Wel was in Lunteren een kleine kapel, gewijd aan Anthonius gebouwd, volgens deskundigen op vrijwel dezelfde plaats als nu de Oude Herv Kerk staat en waar de pastoor uit Ede tweemaal per week, op woensdag en vrijdag, een mis kwam lezen.
Als de Lunterse bevolking meer behoefte bezat aan geestelijk voedsel, waren zij genoodzaakt naar Ede te komen, Daar werden de zondagen en kerkelijke feestdagen gevierd alsmede de sacramenten bediend.

Dat deden zij ook wel maar toen in 't Woud westelijk van Lunteren geleidelijk meer boerderijen werden gebouwd begon vooral bij deze mensen de grote afstand een woordje mee te spreken .Voor hen die geen gerij bezaten betekende een kerkgang heen en terug al gauw een wandeling van gemiddeld drie uur. Vooral voor ouderen ,maar ook knechts en meiden die ondanks hel gebod "Gij zult de Sabbath heiligen en geen werk doen ,ook op deze dag het nodige te doen hadden, schoot het kerkbezoek er vaak bij in . Tevens werd door deze gang van zaken het godsdienstonderwijs aan kinderen geheel verwaarloosd .Geen wonder dat mensen die dichter bij Barneveld woonden voor dopen bijstand aan zieken en stervenden of noodgevallen de hulp van de pastoor uit die gemeente inriepen.
Tegen het feit op zichzelf maakte zijn Edese collega. Johan Arntsz of zoals hij in hogere kringen genoemd werd, Johannes Amoldi, geen enkel bezwaar. Hij zat meer om geld dan om werk verlegen .
Zolang de Lunteranen maar aan hun financiële verplichtingen voldeden was er geen vuiltje aan de lucht .
Het was vaste gewoonte dat de parochianen elk jaar, naar vermogen in de paasweek hun kerkelijke bijdrage. In geld of natura kwamen brengen .

Van de uitgebreide parochie Ede, woonden juist in Lunteren de rijkste boeren, die dan ook het meeste inbrachten Niet ten onterechte vonden de Lunteranen dat daar maar bitter weinig tegenover stond en besloten er een streep onder te zetten .De dag na Drie koningen 7januari 1856 werd de knoop doorgehakt . Zonder pastoor Arntsz erin te kennen trouwens in Lunteren zelf waren ook maar weinig mensen van de plannen op de hoogte werd een schrijven aan de aartsbisschop van Utrecht verzonden .
Hierin werd verzocht de Lunterse kapel tot parochie te verheffen en deed men tevens een pastoor aan de hand de heer Alexander van Zijll In eén moeite door werden tevens de grenzen van de nieuwe gemeente vastgesteld door aan te geven welke boerderijen en woonhuizen daaronder vleien.


Nu was destijds brieven schrijven een kunst die slechts weinigen verstonden .
Bovendien moest een adres aan een dergelijk hoogwaardigheidsbekleder gezegeld zijn; reden om dat onderdeel van de actie op te dragen aan een paar geletterde heren uit Amersfoort De aartsbisschop, begrijpelijker wijze blij met elke nieuwe parochie in deze tijd van groeiende kerkhervorming, dat reeds 20 januari d.a.v zijn toestemming .De wereldlijke autoriteiten, het "Hof van Gelderland" volgende 4 tebruari 1556 . Officieel was de zaak in kannen en kruiken, maar men had buiten de waard, in dit geval pastoor Arntsz, gerekend .
Alexander van Zijll was nog geen maand in functie of hij deed zijn beklag aan de Drost van de Veluwe
aangaande tegenwerking van zijn collega uit Ede . Deze weigerde inzage van de doopboeken en nadere gegevens omtrent zijn vroegere Lunterse parochianen .De Drost trok naar Ede om pastoor Arntsz op het matje te roepen en te waarschuwen voor de gevolgen van zijn halsstarrigheid . Deze kwam er niet van onder de indruk en meende dat de Lunterse gemeente illegaal was gesticht.
Men deed het voorkomen alsof de gehele bevolking er achter stond, maar niets was minder waar.
Slechts twee kerkmeesters, Gerrit Hendrik Vaerekamp en Jan Gertsen hadden de zaak door gedreven .De bedoeling van het tweetal was duidelijk van de jaarlijkse bijdragen af te komen .Vandaar de haast om nog voor de Pasen hun gemeente op poten te hebben .
De Drost luisterde geduldig maar meende dat hij deze bewering eerst maar eens waar moest maken "Dat zal ik zeker," meende pastoor Arntsz en hij wendde zich tot de Deken de heer Evert Sower te Nijkerk een goede vriend van hem . Deze liet er geen gras over groeien .Uit hoofde van zijn functie stuurde hij negenentwintig boeren uit Lunteren en omgeving een dagvaarding om op 9 april 1566 s morgens tien uur bij de notaris in Barneveld te verschijnen . Geen enkele opgeroepene dorst weg te blijven, dus zat de bewuste morgen de wachtkamer van de notaris vol met op z'n zondags aangeklede boeren.


De namen van deze mensen zijn alle bewaard gebleven, veelal daar achternamen nog niet zozeer in gebruik waren, met toevoeging van hun boerderij of hofstede .
Voor de aardigheid laten we er een paar volgen Rijck Hendriksz op Biesbroek ,Lambert Arntsz op Gutseler,
Hendrik Jansz op Backener ,Berend Brandsz op Heiveld, en Franck Brandsz op de Ham, om het daarbij
te laten .Stuk voor stuk werden zij bij de notaris geroepen, moesten voor hem de eed afleggen en daarna antwoord geven op de volgende vragen :


1 .Wist gij, voor 7 januari 1556 iets van de Oprichting van een kerk te Lunteren en hebt gij daarin meegewerkt?
2. Hebt gij iemand verzocht dit besluit te zegelen?
3. Hebt gij klachten Omtrent de bediening der sacramenten?

Merkwaardig, op de eerste en tweede vraag werd door allen ontkennend geantwoord; op de derde werd door verschillenden toegegeven, dat op bedoeld terrein nog wel een en ander haperde, terwijl sommigen ronduit toegaven voor het dopen van hun kinderen naar Barneveld te gaan.
Door dit resultaat werd weliswaar pastoor Arntzs volkomen In het gelijk gesteld, maar daarmee waren de moeilijkheden met van de baan .
De aartsbisschop van Utrecht had zijn toestemming gegeven evenals het Hof van Gelderland waarvan de heren nu beseften dat zij wellicht te voortvarend waren geweest. Zij deden nog een poging beide partijen bij elkaar te brengen en hielden 9 en 10 september zg verhoordagen waarbij ieder zijn standpunt kon verdedigen . De kerkmeesters uit Lunteren kwamen met de bekende argumenten, de grote afstand, met vooral in de winterdag vaak onbegaanbare wegen en opnieuw de moeilijkheden om de sacramenten deelachtig te worden Pastoor Arntsz speelde ditmaal open kaart en verklaarde ronduit de inkomsten uit Lunteren niet te kunnen missen .Hij zette uitvoerig uiteen dat een groot deel van het kerspel Ede dor en onvruchtbaar was en weinig kon bijdragen tot instandhouding van de kerk zijn bestaan en dat van de koster stond op het spel . Het Hof kon hem niet helemaal ongelijk geven en kwam tot een soort Salomons-oordeel De parochie in Lunteren mocht doorgaan mits die uit Ede er geen financieel nadeel van zou ondervinden .
Dat viel bij de Lunteranen allerminst in goede aarde straks zouden zij nog twee parochies moeten onderhouden .
Haastig verklaarden ze over geen geld te beschikken, wat er nog was, hadden zij, als eerste weldaad van de nieuwe parochie besteed aan de armen van het dorp.

Men kwam er niet uit en besloot alle stukken en bescheiden naar het hoogste gezagsorgaan regentes Margaretha van Parma in Brussel te zenden. die daar maar in beslissing in deze netelige kwestie moest nemen Dat duurde even en bijzonderheden daarover zijn niet bekend, maar wel ontving Lunteren voorjaar 1567 het verheugende bericht dat hun parochie zonder enige verplichting. haar werk mocht voort zetten.

Op 1 mei 1857 werden kerk en kerkhof persoonlijk door de aartsbisschop van Utrecht plechtig ingezegend .Overigens heeft deze parochie niet lang stand gehouden, de kerkhervorming In 1517 door Luther met het afkondigen van zijn zesennegentig stellingen te Wittenberg begonnen en door Calvijn e.a voortgezet veroverde ook de Veluwe in onze gemeente is deze omwenteling rustig en betrekkelijk harmonisch verlopen De laatste pastoor in Lunteren, Arend Hendriksz, verdween vrijwillig na het Hof van Gelderland verzocht te hebben hem een jaarlijks pensioen van 50 gulden uit te keren .

Zijn opvolger en eerste dominee van Lunteren werd in 1580 Hendrik Dekker tot 1930 zouden nog achtentwintig opvolgers komen, een gemiddelde ambtsperiode van ongeveer een half jaar.
H J Nijenhuis