
Het
vertrek van een groot aantal lidmaten uit de Ned. Herv. Kerk heeft, een kleine
honderd jaar geleden, in heel wat plaatsen de gemoederen danig in beweging gebracht.
Wel waren reeds eerder afscheidingen op kleinere schaal voorgevallen met als bekendste
die van ds. Hendrik de Cock in 1834. Zijn aanhangers, in de volksmond Cocksianen genoemd,
gingen nadien onder de naam Chr. Geref. gemeente hun eigen weg. Al enige Jaren
voor de grote uittocht van 1886 rommelde het geducht in de aloude Herv. Kerk.
Veel van haar leden waren van mening dat de Synode zich te veelvrijheid veroorloofde
ten opzichte van leer en belijdenis.
Zij wilden terug naar de zuivere stellingen
met algemene stemmen vastgesteld op de Dordtse Synode, gehouden in 1618-19.
Op deze bijeenkomst werd tevens besloten de Bijbel opnieuw vanuit de grondtekst
te vertalen, een omvangrijk werk dat in 1637 gereed kwam.
Deze uitgave is bekend
geworden als "de Statenbijbel" omdat de Staten generaal der Nederlanden
er hun goedkeuring aan hechtte. In het begin van de tachtiger jaren der vorige
eeuw hebben Groen van Prinsterer en Abraham Kuyper nog geprobeerd om langs de
geordende weg de ware grondslag van de kerk te herstellen, maar tevergeefs.
Daarna
kwam, in 1886, vooral door toedoen van laatstgenoemde, bekend theoloog en staatsman,
allerwege de afscheiding tot stand. Op de Veluwe vormden kleinere plaatsen
zoals Kootwijk en Voorthuizen de koplopers, in onze gemeente vond alleen te Ede
en Bennekom vertrek van enige betekenisplaats. Onder leiding van de kerkenraadsleden.
J. Tulp, R. Melissen, W. Bussink en A.L. Veenendaal verlieten in Ede een aantal
plaatsgenoten de Ned. Herv. Kerk.
Een en ander bracht in ons dorp heel
wat gekrakeel en ruzie teweeg. Mensen die tot dan goede vrienden waren, keerden
elkaar de rug toe en verscheidene families werden in twee vijandige kampen verdeeld.
Voorganger in Ede was, van 1872 tot 1890 ds. Kalshoven, een man die zich met alle
mogelijke middelen tegen de scheuring verzette, zij het zonder resultaat. Daar
echter predikant en het overgrote deel van de gemeente op haar post bleef en zich
slechts persoonlijke vete's voordeden, verliep de afscheiding hier toch wat minder
rumoerig dan in Bennekom. Een herinnering daaraan lazen we onlangs in het "Ede's
Nieuwsblad" van 9-6-1957 en waaraan we de volgende gegevens ontlenen.
In Bennekom keek men aanvankelijk de kat uit de boom, maar toen het tot handelen
kwam, gebeurde dat resoluut. Voorganger was daar sinds 1883 ds. Eisma en onder
zijn leiding besloot, op 14 februari 1887 de gehele kerkenraad, met uitzondering
van de president kerkvoogd, W.E.J. baron van Wassenaar, met de nieuwe richting
mee te gaan, waarmede ook het overgrote deel van de gemeenteleden akkoord ging.
Even
ter zijde, de adellijke familie v. Wassenaar was zeer bekend en gezien in Bennekom.
Zij bewoonden sinds 1749 de aloude buitenplaats "Hoekelom" die in
de geschiedenis boeken reeds in 1359 wordt vermeld. In 1914 werd huize, of
zoals men thans zegt, kasteel "Hoekelom" geheel verbouwd en gemoderniseerd.
Sinds het overlijden van de laatste bewoner K.G.W. baron van Wassenaar doet het
fraaie landgoed dienst als Luth. buitencentrum. Om echter op de Bennekomse gemeente
terug te komen, men dacht daar, na de uittreding, simpel door te gaan en de diensten
ook nu in het vertrouwde kerkgebouw te houden. Maar baron v. Wassenaar mocht dan
als eenling van de kerkenraad een andere opvatting huldigen, hij liet het er niet
bij zitten. Onmiddellijk stelde hij het hogere kerkbestuur in Arnhem van de gang
van zaken op de hoogte.
Reeds twee dagen na binnenkomst van dit bericht werden
ds. Eisma, de ouderlingen A. v. Steenbergen, G. v. Veldhuizen alsmede de diakenen
C. Kroesbergen, H. vd. Berg en T. v.Steenbergen door het classicaal bestuur uit
hun ambt ontheven. Tevens werd hen de toegang tot de kerk ontzegd wat een geduchte
tegenvaller betekende. Men had stilzwijgend aangenomen dat kerkgebouw en verdere
eigendommen, waaronder een aantal z.g. armen. of diaconie huisjes gemeenschappelijk
bezit vormden die door de kerkenraad werden beheerd.
De landelijke kerkelijke
overheden brachten de Bennekomse oppositie echter aan het verstand dat alleen
zij de
rechtmatige eigenaars waren. Dus stond ds. Eisman met zijn groot aantal
volgelingen met lege handen. Overigens gold deze beslissing voor vrijwel het
gehele land, voor weglopers geen cent en geen steen.
Noodgedwongen moesten
de afgescheiden en daarin berusten, zij noemden zich zelf daarom ook wel"dolerenden".
Doleren betekent klagen en door deze naam wilden zij te kennen geven dat hen groot
onrecht was aangedaan.
Men kan daarom respect hebben voor de manier waarop
de Gereformeerden in Bennekom, evenals overal elders, zonder enige middelen,
geheel op eigen kracht, hun gemeente hebben opgebouwd. Met dat al moesten echter
de kerkdiensten door gaan, de predikantplaats werd van hogerhand vacant verklaard
en ringpredikanten, voorgangers uit de omgeving, werden bij toerbeurt aangewezen
om in Bennekom voor te gaan. Groot bleek bij hen de animo niet, allen waren natuurlijk
op de hoogte van de toestand ter plaatse en zo er al een kwam opdagen, zorgden
de kerkvoogden, die nog altijd de sleutels in hun bezit hadden, er wel voor
dat de deuren gesloten bleven.
Niet echter voor ds. Eisman, die ondanks alles,
nog regelmatig de kansel beklom. Deze toestand kon niet langer gedoogd worden,
het classicaal bestuur bracht de zaak voor de burgelijke rechtbank te Arnhem.
Daar besliste de rechter dat de kerk voortaan Voor ds. J.Eisma gesloten moest
blijven en alleen ter beschikking stond voor predikanten aangewezen door genoemd
classicaal bestuur. Bovendien werd bepaald dat de sleutels in hande" van
de rechtmatige eigenaars moesten komen en dat bij halsstarrige houding tot verzet
van de dolerenden zonodig politie of militaire hulp kon worden ingeroepen.
Dat
deed de deur dicht, aan dit vonnis hadden ds. Eisma en zijn achterban zich maar
te houden. De eerste dienst na deze beslissing werd gehouden op zondag 19 juni
1887. Het zou voor het normaal zo rustige Bennekom een rumoerige dag worden, waar
nog jarenlang over gesproken werd. Aangewezen predikant was ds. Creutzberg uit
Arnhem, maar hij kwam niet alleen.
Als veiligheidsmaatregel kreeg hij een escorte
van Infanteristen en Gele Rijders mee, die, om eventuele ongeregeldheden meteen
de kop in te drukken, het Kerkplein afstoten en alleen kerkgangers lieten passeren.
De gesloten kring Hervormden haalden opgelucht adem maar onder de aanwezige bevonden
zich tevens een aantalafgescheidenen, die, toen ds, Creutzberg het eerste gezang
opgaf, nog eer het voorspel ten einde was, uit volle borst Psalm 68:1 aanhieven:
"De Heer zal opstaan tot de strijd, Hij zal zijn haters wijd en zijd, Verjaagd,
verstrooid doen zuchten."
Zo de Arnhemse voorganger er zich al had
geërgerd, hij liet het niet blijken, misschien vond hij het in de gegeven omstandigheden
ook wel een toepasselijke psalm. Onverstoorbaar vervolgde ds. Creutzberg de dienst
die daarna zonder incidenten verliep. Als tegenhanger hield ds. Eisma in de
nabij gelegen tuin van de pastorie een soort "hagepreek" die door velen
staande werd aangehoord. Voeg daarbij de talrijke nieuwsgierigen, die zich niet
zo zeer in de kerkstrijd verdiepten en de aanwezigheid van een aantal militairen,
dan wordt het duidelijk dat vrijwel heel Bennekom die zondag op de been was.
De
afgescheidenen waren nu wel overtuigd dat zij hun al of niet vermeende rechten
wel konden afschuiven en
zochten een andere plaats voor hun samenkomsten. Op
een gedaan verzoek werd door het gemeentebestuur de openb. lagere school ter
beschikking gesteld, Alle leden van de kerkenraad bleven voorlopig hun functie
behouden en kwamen voor vergaderingen regelmatig bijeen ten huize van C, Kroesbergen.
Met
spoed werd een noodkerk gebouwd die dienst deed tot 11 mei 1927, Genoemde dag
werd door de Geref.
Gemeente te Bennekom, een fraai nieuw kerkgebouw aan de
Veenderweg in gebruik genomen, Ds, Eisma vertrok in 1893 om te worden opgevolgd
door ds. C. de Gooier.
Ook de Ned, Herv. Gemeente, die zich wondersnel van
de leegloop herstelde, kreeg in 1888 een nieuwe voorganger in de persoon van ds,
K. Bosman, Sindsdien zijn de nodige jaren verstreken en de scherpe kanten van
deze eens zo hoog oplopende zaak, al lang afgesleten. Ook in Bennekom bestaat
thans tussen Herv. en Geref. gemeente een goede verstandhouding die door samenwerking
op verschillende terreinen duidelijk wordt.
H.J. Nijenhuis
 
|