We
weten niet of onderstaand verhaaltje op waarheid berust, maar wel blijkt er uit,
dat een kleine misstap soms een groot gemak kan zijn. Het moet zich in het begin
van de jaren twintig in Bennekom hebben afgespeeld. Een van de twee diakenen van
de kerk vond het welletjes en bedankte voor de eer. Als opvolger viel de keus
op een rustig en bescheiden man, die volop het vertrouwen van de gemeente genoot.
Deze
voelde er wel wat voor. Hij dreef een kruidenierszaak en zonder dat het een doorslag
gevende rol speelde, kwam de gedachte in zijn achterhoofd dat een dergelijke functie
ook zijn klantenkring ten goede kon komen. Dus nam hij zijn benoeming aan maar
kwam er al spoedig achter, dat aan deze baan meer vast zat dan men op het eerste
gezicht zou denken.
Het gemanoeuvreer met de lange stok, waaraan het zwarte
zakje bengelde, had hij trouwens vrij gauw onder de knie. Hij oefende een paar
maal in een lege kerk en verkreeg zodoende de nodige behendigheid om de grote
hoedenvan de dames te ontwijken.
Nee, de grootste tegenvaller was de hoeveelheid
doordeweekse tijd die er in ging zitten. Vooral tijdens de wintermaanden kwamen
regelmatig aanvragen voor ondersteuning, het zij in geld het zij in natura binnen,
waarbij men niet over één nacht ijs ging.
De diakenen moesten
een grondig onderzoek instellen, naar de positie van de aanvrager, zijn betrouwbaarheid
en vooral of geen extra inkomsten werden verzwegen. Daarna brachten zij advies
uit bij de kerkeraad, die uiteindelijk een beslissing nam, maar de uitvoering
aan de diakenen overliet.
Nu was in die jaren de klant nog koning: de
via een kruideniers boekje bestelde artikelen werden,zonder enige prijsverhoging
thuis bezorgd. Door het vele diaconiewerk kwam echter juist deze service in de
knel. Vrouwlief kon nog wel op de winkel passen, maar soms ontbrak hem gewoon
de tijd om er nog met de bestelmand op
uit te trekken.
Dat zou onherroepelijk
leiden tot klantenverlies. Dus nam hij in arren moede een loopjongen in dienst.
Deze ontlastte hem weliswaar van een portie werk, maar kostte wel een daalder
in de week, die hij eigenlijk niet kon missen.
Het probleem van beschikbare
tijd had plaats gemaakt voor geldgebrek, waar hij vooral s nachts danig over piekerde.
In gedachten zag hij zichzelf ook al bij de diaconie voor hulp aan kloppen.
Daarop
voortbordurend kreeg hij een helder idee, dat zijn moeilijkheden kon oplossen.
De arbeidvoor de diaconie was vanouds liefde werk, dat wist Arie drommels goed,
maar het zou toch redelijk zijn dat gemaakte onkosten, in zijn geval het loon
van de loopjongen werden vergoed.
Na de rondgang haalden de vier collectanten
voor kerk en diaconie de gevulde zakjes van de stokken en deponeerden die in de
consistoriekamer om vervolgens hun plaatsen in de ouderlingenbanken weer te bezetten..
Voortaan zorgde hij er voor als laatste binnen te komen, treuzelde een beetje
tot de anderen waren verdwenen om daarna een greep in de zakjes te doen. Hij zocht
precies een bedrag van een gulden vijftig cent bij elkaar en het weekloon van
de jongen was binnen. De man voelde totaal geen gewetenswroeging. In tegendeel.
Bevrijd van alle geldzorgen, kon hijnog meer en beter aandacht aan zijn ambt schenken.
Ook de gemeente was tevreden. Een diaken die zijn taak zo serieus nam, vond je
lang niet overal en moest in ere worden gehouden.
H.
J. Nijenhuis

