Verarmde adel

Als kind woonde ik enige jaren in een blokje van vijf, nu al lang verdwenen, huizen aan de
Paasbergerweg in Ede. Het waren goedkope woningen, ook al doordat er geen schep grond bij lag en iedere Edenaar van die tijd toch over een tuin wilde beschikken om aardappelen en
groenten te verbouwen.

Naast ons woonden de freules De Bije, twee zusters op gevorderde leeftijd van een zeer oude, maar even arme adeltak.
Helaas vond de buurt die titel veel te deftig; men sprak altijd van de dames de Bie, wat toch
een zeker ontzag inhield, want de rest van de bewoonsters werd immer als " vrouw die of
die" aangeduid.


Boodschappen
Als buurjongetje moest ik nog wel eens boodschappen voor hen doen, vooral als ze op zwart zaad zaten en onder aan het lijstje stond: "Schrijft u het maar op de rekening". Bij terugkomst mocht ik dan, gezeten op een oude canapé, waarvan geen enkele veer nog intact was, plaatjes kijken in een deel van "De aarde en haar volken".
Voor de buurt bleef het eenn raadsel, waarvan de twee leefden. Voor zover bekend bezaten ze geen inkomsten. Kerks waren beiden evenmin, zodat op de diaconie niet viel te rekenen. Het Burgerlijk Armbestuur stond allesbehalve als royaal bekend en de AOW lag nog in een ver verschiet.

Fonds
Er werd wel gemompeld, dat in dergelijke kringen een speciaal fonds bestond, dat verarmde adel in het leven hield, maar geen mens wist precies hoe de vork in de steel zat, een probleem, dat de meeste huisvrouwen uit de buurt sterk interesseerde.
Maar hoe dan ook. Het bleven schattige dametjes, altijd vrolijk en opgewekt, die graag met iedereen een babbeltje maakten en nooit iets van hun moeilijkheden lieten blijken.
Daarbij zonder uit de hoogte te doen doen, gaven hun manieren en woordkeus duidelijk blijk van een zeer beschaafde afkomst.
Van tijd tot tijd gingen beiden gezamenlijk winkelen: zij het met gesloten portemonnaie.

Geschat
Zij stapten dan bijvoorbeeld naar Meijer, horlogemaker en juwelier, en lieten zich een aantal sieraden voorleggen. Deze werden aandachtig bekeken en op hun waarde geschat, maar het eind van het liedje luidde: "Het spijt ons, maar Wij kunnen onze keus nog niet bepalen" .
Ook textielzaken werden op deze manier bezocht om op de hoogte te blijven van de nieuwste mode. Dat winkelen deden de twee dames op hun gemak en ze waren tevreden met alleen het bewonderen van al dat moois. Om de brandstoffenrekening beperkt te houden, bezaten de dames een, eigen oplossing. Zij verzamelden alle kranten en oud papier uit de buurt, maakten daar proppen van ongeveer tien centimeter middellijn van en deden die in een teil met water. Nadat deze geheel doorweekt waren, werden ze opnieuw geperst en vervolgens nu weliswaar sterk gekrompen in het schuurtje te drogen gelegd om in de wintermaanden als brandstof dienst te doen.


In het najaar als het land aan de achterzijde van het blok vol witte knollen stond, gooiden de
dames het met hun stand even op een accoordje. Tegen schemering hield de een het puntdraad dat de afscheiding vormde omhoog waar de ander onder door kroop om even later met een schort vol van dat veevoer terug te komen, die dan enkele dagen het menu vormden.
Gezien hun omstandigheden en de duizenden knollen, die op het bouwland stonden, heeft niemand dit ooit als een vergrijp beschouwd. Later gingen we verhuizen en verloren de freules uit het oog, maar de indruk die ze hebben nagelaten was zo groot, dat ik hen nu zoveel jaren later nog duidelijk voor de geest kan halen.

H. J. Nijenhuis