De wethoudersbuurt

Al kort na de bevrijding werd een groot stuk bouwland, gelegen tussen Molenstraat en Veenderweg door het aanleggen van drie wegen bouwrijp gemaakt, waaraan de eerste nieuwbouwwoningen van na de oorlog verrezen. Deze wegen kregen de naam van vroegere wethouders,de Thomaslaan, IJssel de Schepperlaan en Van Voorthuizenlaan. Daar de naamborden geen nadere aanduiding omtrent deze mensen verstrekken, is het wel aardig, vooral voor de jongere generatie, zij het kort, te vertellen wat zij voor Ede betekend hebben.

Beginnen we met de Thomaslaan als herinnering aan dokter Andreas Jacobus Thomas, geboren 28 juli 1821 te
Leiden, Hij vestigde zich als jong arts in ons dorp en bewoonde een groot vierkant huis hoek Molenstraat-Not. Fischerstraat. Omtrent zijn dokterspraktijk is weinig bekend, maar al spoedig na zijn komst in Ede, begaf hij zich in de plaatselijke politiek. Als liberaal deed dokter Thomas 31 juli 1858 zijn intrede in de gemeenteraad om op 5 september 1865 tot wethouder te worden gekozen.
Het college van B. en W. bestond toen uit Jhr. A.W. van Borssele, burgemeester en de wethouders A. v. Schothorst en A.J. Thomas. Dit drietal, bekend door hun zuinig beheer van de gemeentefinanciën, zou twintig jaar lang, van 1865 tot 1885, in dezelfde samenstelling, het dagelijks bestuur van de gemeente Ede uitmaken.

De heer v. Schothorst bezat ook een behoorlijke staat van dienst, wethouder van 1859 tot 1887, naar hem werd in
Lunteren, waar hij 18 januari 1899 overleed, een straat genoemd.
Wethouder en in mindere mate ook raadslid betekende in die jaren min of meer een erebaan. Rijk kon je er
allerminst van worden: het was een aardige bezigheid voor mensen die over voldoende geld, vrije tijd en een
beetje mensenkennis beschikten. Vandaar ook dat iemand, eenmaal in de Raad gekozen, er soms jarenlang bleef
zitten. Dokter Thomas was al spoedig een populair man in Ede. AI bleek hij, volgens sommigen wel wat al te vooruitstrevend, hij behartigde de belangen van onze gemeente op uitstekende wijze. Zijn wethouderschap kreeg, zij het weliswaar een abrupt einde in 1885.


Tot dan toe had de bevolking zich niet warm gelopen voor gemeenteraadsverkiezingen. De mensen die er in zaten
hadden geen bepaalde politieke kleur en zij deden het goed, waar zou men zich druk om maken.
Deze gelatenheid veranderde na de doleantie, er werden Christelijke verkiezingspartijen opgericht, die met eigen
candidaten naar voren kwamen. Die Liberalen waren voor het merendeel vrijdenkers die nergens aan deden en
alleen maar oog hadden voor materiële zaken.
Bovendien toonden zit zich veel te vooruitstrevend, het werd hoog tijd dat in de Raad mensen met meer principiële opvattingen zitting namen. Voor het eerst ontbrandde in genoemd jaar een hevige verkiezingsstrijd in ons dorp.

Om bepaalde candidaten naar voren te schuiven werden onfaire middelen niet geschuwd.
Vooral dokter Thomas moest het ontgelden, zij het onder de mom dat deze aanvallen niet de man, maar zijn
beginselen golden. Het eind van het liedje was dat de dokter zijn zetel verloor, al zou hij later, toen de gemoederen bedaard waren toch weer in de Raad terugkeren.
Men miste deze capabele man; op30 juli 1892, de zeventig al gepasseerd,deed hij opnieuw zijn intrede in de
gemeenteraad, om van 7 september 1897 tot 24 juni 1903 zelfs weer als wethouder te fungeren. Op laatstgenoemde datum vond dokter Thomas het, gezien zijn leeftijd, welletjes en trok zich terug uit het politieke leven, hij overleed 4 februari1908.


Zijn opvolger werd mr. Gerhard, Jacob IJssel de Schepper, geboren 16 mei 1870 te Utrecht, ook al spoedig in
het landelijke Ede ingeburgerd. Mr. IJssel de Schepper behoorde niet tot een bepaalde politieke richting maar
was van mening dat gemeentebelangen het beste konden worden behartigd door mensen die niet aan partijregels
gebonden waren. Reeds 3 september 1901 deed hij zijn intrede in de Raad omop 1 september 1903 tot wethouder te worden benoemd, een functie die deze man bijna dertig jaar zou vervullen. Mr. IJssel de Schepper was een
financieelonafhankelijk man die een fraaie villa met grote tuin aan de Stationsweg bewoonde. Hij beschikte, middels paarden en rijtuigen, over eigen vervoer, waarvoor hij aan de Klaas Katerlaan een speciale manege had laten bouwen.


Als koetsier, verzorger en africhter van de paarden, was R. v.d. Scheur bij hem in dienst, een man in het dorp ever
bekend als zijn baas en die op 31 maan 1931, als zodanig zijn zilveren jubileum vierde. Op zijn eigen terrein, de manege, werd de jubilaris door verschillende sprekers, mr. IJssel de Schepper voorop, in het zonnetje gezet.
Door de Kon. Jachtvereniging werd hem, vanwege zijn kennis van en omgaan met paarden, door Luitenant Tonnet de eremedaille van deze vereniging aangeboden. Overigens had v.d Scheur toen reeds de rijzweep verwisseld voor een chauffeurspet want ook hier had de auto haar intrede gedaan, al werden de rijpaarden nog aangehouden.


Wethouder mr. IJssel de Schepper heeft in zijn lange ambtsperiode heel wat veranderingen in ons dorp meegemaakt. De bouw van gasfabriek en watertoren, de komst van het garnizoen, de moeilijke mobilisatiejaren en na de eerste wereldoorlog de uitbreiding van Ede.
Uit hoofde van zijn functie was hij bij heel wat objecten nauw betrokken en heeft er enthousiast aan gewerkt. Ook
buiten het politieke leven heeft mr. IJssel de Schepper zich verdienstelijk gemaakt, zo behoorde hij bij het eerste
bestuur van V.V.V., werd in 1903 bestuurslid en van 1927 tot zijn overlijden zelfs voorzitter van de Spaarbank voor
Ede. Daarnaast droeg hij de plaatselijke verenigingen een warm hart toe en altijd bereid tot medewerking.
Ook zijn vrouw had daarbij een werkzaam aandeel: zij was bestuurslid van de bewaarschool en had zitting in de nodige damescomité's. Hoewel geen Edenaar zijnde was mr. IJssel de Schepper al gauw met het doen en laten van de inwoners op de hoogte, bovendien kende hij elke weg en straat en wist wie er woonde een kennis die hem bij raadsvergaderingen vaak van pas kwam. Tijdens de raadsvergadering van 10 september 1926 werd zijn vijfentwintig jarig jubileum als raadslid herdacht. Burgemeester Creutz bracht hem daar dank en hulde voor het vele door hem, in het belang van de Edese gemeenschap verricht.
Vijf jaar later, 1 september 1931 nam mr. IJssel de Schepper afscheid van de Raad, waarvan hij dertig jaar deel had uitgemaakt, hij leefde nog jaren als rustig burger en overleed 19 december 1944.


Rest ons nog de Van Voorthuizenlaan, genoemd naar Willem Stephanus van Voorthuizen, geboren 1 maart 1880
te Ede. Hij stond bij de burgelijke stand ingeschreven als koopman, maar heeft zich vrijwel zijn gehele leven met politiek beziggehouden. Behalve het feit dat deze man ook jarenlang een wethouderszetel heeft bezet, bestond er
weinig overeenkomst tussen hem en de twee reeds genoemde wethouders.
Waren deze beide ruim denkend en breed van opvattingen, Willem van Voorthuizen toonde zich een man van
strenge principes. Hij was, in zijn tijd de steunpilaar van de plaatselijke afdeling C.H.U. waarvan hij reeds op vierentwintig jarige leeftijd voorzitter werd.
Voor deze partij werd hij op 4 april 1912 als raadslid geïnstalleerd en zou daar tot zijn overlijden deel uitmaken.
Op 4 september 1923 werd hij tot wethouder gekozen een functie die hij, meteen kleine onderbreking. van 1927-29, ook tot zijn dood toe vervulde. De heer Van Voorthuizen bleef, ondanks de soms felle oppositie vanuit de Raad,
trouw aan zijn beginselen en kwam daar rond voor uit, maar juist daardoor werd hij een alom gerespecteerd man.
Aan zijn zorg waren vele jaren volkshuisvesting. openbare gebouwen en hinderwet toevertrouwd. zaken die hij
naar beste weten behartigde.
Tijdens de vele jaren van zijn wethouderschap trad hij, bij afwezigheid van het hoofd der gemeente ook vaak op als
waarnemend burgemeester. Na het vertrek van burgemeester Creutz in 1937 toen de benoeming van een nieuwe burgervader nog op zich liet wachten fungeerde Van Voorthuizen, tot ieders tevredenheid, geruime tijd als loco-burgemeester, Willem v, Voorthuizen was geen man van veel woorden, maar als hij zijn mening gaf, was deze
altijd goed gefundeerd, eerlijk en oprecht.
Als geboren en getogen Edenaar kende hij de mensen als geen ander, hij sprak met hen in de vertrouwde dorpstaal en had een open oor voor hun moeilijkheden. Heel wat dorpelingen wisten de weg naar zijn huis aan de Molenstraat, juist even over de spoorlijn, te vinden als zij zijn raad of hulp nodig hadden. Een ziekbed heelt hij niet gekend, hij was slechts twee dagen onwel, toen 25 maart 1941 de mare zich voor het dorp verspreidde' "Willem v Voorthuizen is overleden",

Wethouder dokter A.J. Thomas
Wethouder mr.G.J.IJssel de Schepper
Wethouder W.S.v.Voorthuizen


Dit waren wat korte impressies van drie mannen die eens een belangrijke rol in ons dorpsleven speelden en wier
namen in de wethoudersbuurt voortleven.
H. J. Nijenhuis