In
1846 vestigde de heer J. Tulp afkomstig uit Zaandam zich in Ede. Deze man begon
in 1854 een zeer bescheiden houthandel een bedrijf dat in de loop der jaren door
de werklust en zakelijk inzicht van zijn drie zonen, Leendert, Pieter Willem een
enorme vlucht zou nemen. De twee laatstgenoemden bepaalden hun werkzaamheden voornamelijk
tot de zaak, maar Leendert heeft ook in het openbaar leven van ons dorp een belangrijke
rol gespeeld.
Reeds in 1897 werd hij voor de A.R. partij, in 1878 door
Abraham Kuyper opgericht, tot gemeenteraadlid gekozen en zou dat een kwart eeuw
blijven. Blijkbaar had de naam Tulp al een bekende klank want hij werd al gauw
benoemd in een commissie die de plannen voor een nieuw gemeentehuis moest uitwerken.
Tot de bouw daarvan werd op 25 maart 1898 besloten ruim een jaar later 27 april
1899 werd het nieuwe gemeentehuis officieel geopend. Leendert Tulp toonde zich,
in het begin van deze eeuw een fel voorstander ,voor oprichting van gasfabriek
en waterleidingmy. iets waar veel raadsleden, gezien de grote kosten, voor terugdeinsden.
Reeds in 1905 diende de heer Tulp een voorstel in tot opheffing van de gemeentelijke
tollen die hij een middeleeuwse instelling noemde. Maar deze wens zou pas in 1917
in vervulling gaan; men kon het tolgeld niet missen.
Leendert Tulp was
een man van streng Christelijke beginselen en principe's, maar zou zijn oordeel
nooit aan anders denkenenden opdringen.
De Herv. Kerkeraad van Ede diende in
1902 een voorstel in ter bevordering van de Zondagsrust. Zij verzocht het gemeentebestuur
voortaan alle café's en herbergen de gehele zondag te sluiten. Tot verwondering
van velen toonde de heer Tulp zich een fervent tegenstander van dit rekest, dat
overigens niet werd aangenomen. Behalve gemeenteraadslid had Leendert Tulp van
1903 tot 1923 ook zitting in de Provinciale Staten en talrijke Edese instellingen.
Jarenlang bestuurslid van de Spaarbank en de School met de Bijbel aan de Telefoonweg
terwijl hij actief betrokken was bij het Chr. Mil. Tehuis.
Voor de gewone
man stond hij altijd met raad en daad klaar; heel wat mensen heeft hij geholpen
zonder dat de buitenwereld er weet van had. Naarmate hij onder werd ging zijn
gezondheid achteruit; reeds in 1916 wilde hij zich uit het politieke leven terugtrekken.
Van verschillende zijden, lang niet alle partijgenoten, werden, met succes, pogingen gedaan
om van dit plan af te stappen. In 1922 vond hij het echter welletjes, hij stelde
zich niet meer herkiesbaar voor de gemeenteraad en bedankte een jaar later ook
voor de Prov. Staten. De laatste jaren van zijn leven was de zo actieve Leendert
Tulp gedwongen het rustig aan te doen; hij overleed 16 juli 1928, zeventig jaar
oud. Onder enorme belangstelling werd hij donderdag 19 juli begraven. Na vertrek
van het sterfhuis, sloot zich bij de houthandel het gehele personeel aan en bij
het Mil. Tehuis het bestuur van deze instelling. Via de School met de Bijbel waar
alle leerlingen stonden opgesteld, ging men langs de Spaarbank waar zich diverse
bestuursleden bij de reeds enorme stoet voegden. Het leven van een werkzaam man
was afgesloten niet ten onrechte heeft men later een straat naar hem genoemd,
de Leendert Tulplaan.
H.
J. Nijenhuis

