Alleen
oudere Edenaren zullen weten welk stukje straat metn de Lord van Wjjhe-straat,
een onofficiële naam, wordt bedoeld.
Het betreft een klein deel van de
huidige Molenstraat, vanaf de kruising met de Grotestraat tot de Not. Fischerstraat.
De huizen zijn thans alle verdwenen, maar wij willen wat namen van hen die hier,
pak weg de eerste vijfentwintig jaar van deze eeuw, eens hebben gewoond, even
uit de vergetelheid halen.
Om te beginnen met de linkerzijde, gaande richting
markt. Daar bevond zich ruim halverwege "Het goedkope verkoophuis' van
R. Nestelroy. Deze verkocht hier alle mogelijke artikelen, zo ruim gesorteerd
dat hij tegen Sint-Nicolaastijd, folders huis aan huis liet bezorgen onderhet
motto: "Van A tot Z verkrijgbaar"bij Nestelroy". Die lijst begon
met asbakken en eindigde bij zakdoeken. Zelfs bij de moeilijke letters Q en X
stond; een acceptabel woord, al wist geen dorpeling wat het betekende. Bekend
was hij ook door de verkoop van zijn petten, het hoofddeksel van die tijd. Zocht
de klant een goedkoop exemplaar uit, dan trok hij bij het passen met een ruk de
klep over diens ogen en beweerde: Da's geen gezicht; kijk zelf maar; probeer deze
eens."Dan nam bij een pet van de dubbele prijs, frommelde er een strook
papier in en wist meestal de klant gellijk te overtuigen.
In 1892 verhuisde
"Het goedkope verkoophuis" naar een nieuw gebouwd pand aan de hoek van
de Torenstraat. Voor meerdere omzet stuurde hij zijn twee zoons, Johan en Hendrik,
er met de hondenkar op uit om. in de wijde omgeving zijn goederen aan de man te
brengen.
Van deze beide knapen is Hendrik een heel grote figuur in het Nederandse
zakenleven geworden. Helaas stierf broer Johan op jeugdige leeftijd. Kort nadat
zij het nieuwe huis hadden betrokken. Hendrik voelde er weinig voor om alleén
met de hondenkar op stap te gaan.
Hij begon op 4 september 1893, bijna achttien
jaar oud in een schuurtje aan de Brouwerstraat, een handel
in papieren zakken,
die hij zelf knipte, vouwde, plakte en aan de aan de man bracht. Daar zat
muziek in enkele jaren later vertrok hij naar Amsterdam Bloemgracht 61-69 waar
het bedrijf een enorme vlucht nam. Onder de naam: N.V. Papieridustrie Nestelroy,
Trompenburg is het uitgegroeid tot een groot concern.
 |
Links
in de winkeldeur R.Nestelroy,op de achtergrond zijn vrouw en kinderen |
Hendrik
Jan Nestelroy bleef ondanks zijn zakelijke beslommeringen in Amsterdam, volop
mee leven met zijn geboorteplaats. Hij was present bij de jaarlijkse tocht voor
ouden van dage, bezocht.a1le hoogtijdagen van de gymnastiekvereniging Sparta,waarvan
hij medeoprichter was ,een trouw bezoeker van de kersttentoonstellingen door de
Edese kunstenaars in Reehorst, werkte mee aan het behoud van de Doesburgermolen,
kortom er gebeurde te weinig in Ede waar hij geen , belangstelling: voor toonde.
Hij overleed 7 maart 1952 en werd, bijna vanzelfsprekend in Ede begraven. Ruim
een jaar later werd met de uitgave van een fraai jubileumboek, bet zestigjarig
bestaan van de zaak herdacht.
In 1912 werd ,Het goedkope verkoophuis"
overgenomen door , de heer Van Rooyen, die met een dochter van Nestelroy sr.
was getrouwd. De winkel ging in 1929 dicht, voortaan dreef Van Rooyenmede als
vertegenwoordiger van zijn zwager te Amsterdam,uitsluitend een papierhandel, die
door, zijn zoon nog altijd wordt voortgezet.
Het oude"huis van Nestelroy
werd, evenals de aangrenzende timmerzaak van Harmsen v. Vliet, aangekocht door
H.v.Wijhe .Deze was eveneens timmerman van beroep, maar begon tevens een zaak in
galanteriën. Nadat de ouders waren overleden en twee dochters het huis uit
waren, bleven de kinderen Jans en Gerrit Jan v. Wijhe daar wonen. De timmerwerkplaats
werd bij het huis getrokken waardoor een grotere winkelruimte ontstond en de
zaak met een afdeling kinderspeelgoed
werd uitgebreid.

Voortaan
heette het "De goedkope Winkel" welke naam later is omgedoopt tot: 't
ouwe huus"
Jarenlang hebben de twee, beiden bleven ongehuwd, deze bekende
zaak gedreven.
Gerrit werd al gauw een populaire figuur in het dorp; iedereen
noemde hem "Lord"een naam die hij van een paar jaar verblijf in Amsterdam
had overgehouden. Naar hem werd in de volksmond al gauw dit stukje straat
genoemd mede omdat hij als gangmaker bij alle mogelijke feesten optrad. Op Koninginnedagen
en vooral tijdens de vooroorlogse heideweken was hij de spil waar alles omdraaide.
Hij zorgde ervoor dat hij op zulke dagen deze straat complete massa van hossende
en e en feestvierende dorpelingen vormde.
Onder leiding van Lord werden
boerenbruiloften,gekostumeerde optochten, diverse wedstrijden en wat niet
al georganiseerd. Bovendien was Lord een goed toneelspeler in verschillende openluchtspelen
van die tijd vervulde hij een hoofdrol. Samen met Joh. Plooy verzorgde hij de
revue "Dat maken we wel", opgevoerd in oktober 1936 ter gelegenheid
van het veertigjarig bestaan van ,Sparta.
Avonden lang trok dit ,spektakelstuk
volle zalen in Reeborst en dat is sindsdien niet meer door Edese
amateurs geëvenaard.
Ook
was Lord sociaal bewogen; een beroep op hem om in moeilijke omstandigheden te
helpen, werd
nooit tevergeefs gedaan. In de tweede wereldoorlog hebben verschillende
gestrande Engelse parachutisten voor korte of langere tijd bij hem een veilige
schuilplaats gevonden. Inderdaad, een figuur die vele Edenaren zich nog zullen
herinneren en de moeite waard is er even bij stil te staan.
 |
Lord
van Wijhe,staande naast een praalwagen,voorstellende een negerband. |
Natuurlijk woonden meer mensen aan deze zijde van de straat: op de hoek van de
Grotestraat bakker Brinkman, in de wandeling altijd :Kees .Een klein winkeltje
dat met drie klanten al vol stond en waar heerlijk een lucht van vers gebak en
brood hing. Kees was geen man van veel woorden, maar dat maakte zijn vrouw Mientje
wel goed. Sommige huisvrouwen maakten daar een gepast gebruik van, door een half
pond koekjes te bestellen en tegelijk een babbeltje op te zetten.
Mientje raakte
dan op dreef, lettemniet op de weegschaal, maar liet maar koekjes in de zak vallen,
ook nadat de grens al lang gepasseerd was. Verderop nog een paar bescheiden zaken:
het garen en band winkeltje van juffrouw De Ruiter ,de schoenmaker Schuring en
de kuiperij van Kees v. Leeuwen.
De andere kant van de straat begon met de
smederij van Geels, de enige firma, die zich niet alleen heeft weten te handhaven,
maar door aankoop van beleffende percelen tot een enorme zaak is uitgegroeid,
waar nu een kleinzoon van de, vroeger zo bekende smid, de scepter zwaait. Bij
de smederij behoorde ook teen al een winkel die bijzondere aantrekkingskracht
bezat. Geels beschikte namelijk als enige in Ede over een vergunning om wapens
te verkopen. De etalage die hij daarvoor reserveerde, vol buksen, geweren en revolvers
trok altijd veel belangstelling.
Naast Geels woonde de handelaar in
aardewerk en manusje van alles, Herz, Deze bezat een speciale
vitrine waar
het betere serviesgoed werd opgeborgen. Op een onbewaakt ogenblik zagen twee
kwajongens kans een paar mussen, die zij van te voren in roet hadden gedompeld
in deze kast te stoppen.
Angstig vlogen de diertjes in de beperkte ruimte rond,
vernielden welliswaar niet veel, maar wel was de winkelier genoodzaakt al het
mooie porselein "n goede glansbeurt te geven
Vervolgens kwam P.
v. Voorthuizen, bakker annex sigarenwinkel. De oven werd hier nog met takkenbossen
gestookt, waarvan altijd een behoorlijke stapel op de binnenplaats stond. Elke
morgen, in alle vroegte, werd die oven schoon gemaakt; het afval verdween in
een grote ketel, de zg. "doofpot". Eenmaal per maand kwam Wassinkmaat,
de petroleumhandelaar die ketel leeghalen. Hij zeefde het spul ,waarna het goede
resterende gedeelte werd verkocht. Later werd de bakkerij overgenomen door A.de
Ronde en werd Van Voorthuizen administrateur bij het ziekenfonds, "Helpt
elkaar" . De sigarenzaak bleef gehandhaafd ,na het overlijden van Van Voorthuizen
in 1939 heeft zijn vrouw de winkel gedreven tot 1947,dit pand met als laatste
eigenaresse wed.Van de Brink ,is pas onlangs gesloopt.
Naast van Voorthuizen
de wed. van Dalendie een drogisterij dreef. Zij maakte zelf de boenwas waarbij
eens tijdens het koken de vlam in de pan sloeg. De kortdate vrouw greep de pan
en smeet deze pardoes door het keukenraam heen zodat de schade tot een gebroken
ruit en een paar brandwonden aan haar handen beperkt bleef. Later nam schilder
G.de Jager de zaak over en laat hem hetzelfde overkomen.. Hij dacht de zaak te
kunnen blussen met het gevolg dat de hele keuken uitbrande.
Tot besluit nog
even het bekende manufacturenbedrijf de Faam van de heer Th de Jong. Deze opende
zijn winkel op 14februari 1907 in het Maanderpark,maar verhuisde het zelfde jaar
naar de Grotestraat,thans hoe Molenstraat-Not Fischerstraat. De heer de Jong was
een joviale man,altijd vol grappen,bewoog zich veel in het openbare leven maar
ondanks zijn eerste kwaliteit goederen is het nooit de zaak geworden die hij zich
had voorgesteld. Wellicht was hij geen uitgesproken zakenman maar meer een gevoelsmens
waarvan een klein staartje.
In de maand maart 1911 werden Friese schippers
door zware stormen overvallen en leden enorme verliezen. Van enige tegemoetkoming
van overheidswegen was nog geen sprake,daarom trachtten landelijke comités
bijstand te verlenen.
De heer de Jong droeg daar het zijne aan bij door op
bepaalde dagen,vooraf per advertentie bekend gemaakt 20% van zijn dagomzet aan
de in nood verkerende vissers af te staan,zoiets tekent een mens.
Dat waren
wat vroegere bewoners van de z.g. Lord van Wijhestraat ,de ene zijde van het stukje
straat is verdwenen,er loopt nu een brede verkeersweg,terwijl aan de andere kant
inmiddels de huizen zijn vervangen door nieuwbouw.
H.J.Nijenhuis
 
|