Door
de tijden heen zijn er lieden geweest die kans zagen wat te verdienen aan waardeloze
rommel die andere mensen afdankten. Ik herinner me nog goed hoe in mijn jeugd,
op gezette tijden een voddenkoopman aan de deur kwam en informeerde of er nog
één en ander was op te ruimen. Moeder bewaarde trouw alle lompen
in een zak, haalde die uit de schuur en dan begon het onderhandelen.
De gulden
die zijn in haar hoofd had, werd door de koopman onmiddellijk tot een dubbeltje
gehalveerd. Meteen begon de man op haar gemoed te werken, zette uitvoerig zijn
omstandigheden uiteen, klaagde over de slechte tijden en verhoogde, als uiterste
grens, een bod met een stuiver. Daarbij bleef het en moeder gaf zich gewonnen,
wel stond zij erop de jute zak terug te hebben, anders was die ook verdwenen.
Deze man, een heel bekende figuur in ons dorp die oudere Edenaren zich goed voor
de geest kunnen halen, was Geurt Altena, handelaar in afvalproducten, zoals hij
zichzelf betitelde.
Met een gammele handkar ventte Geurt langs de huizen. Lompen,
oud ijzer of afgedankte meubelen, alles accepteerde hij, mits voor eén
grijpstuiver. Zijn vaste term "'t is niks mins, d'r mot geld bij", wist hij
met zoveel overtuiging te brengen dat men eigenlijk blij moest zijn van de rommel
af te komen. Nu was Geurt bovendien een type om medeleven op te wekken, niet alleen
altijd sjofel gekleed, maar wat erger was, door een soort spierverlamming aan
zijn voeten, kon hij slecht lopen. Men moest respect hebben voor de manier waarop
deze gehandicapte man zijn kost opscharrelde. Door wind en weer
strompelde
Geurt met zijn kar door de straten. Geleidelijk ging zijn zaak vooruit, zelfs
zo dat hIj zich een hit en wagen kon aanschaffen waardoor hIj gemakkelijker ook
grotere trajecten kon afleggen.
Geurt was tevreden, maar helaas op een morgen
in het prille voorjaar van 1947 lag de hit dood in de stal. Een complete ramp
voor hem, hij werd te oud om weer achter de handkar te lopen, een nieuw paard
kopen was onmogelijk, dus stonden alle verdiensten stil. Toen bleek dat ook een
eenvoudig man populair kan zijn bij de mensen. Hij woonde toen aan de klaprooslaan
en de buurt, sterk met hem meelevend, sloeg onmiddellijk de handen in een om te
helpen. Onder leiding van de heren Wubs en Van Holland werd besloten met een lijst
rond te gaan. De hit met een nieuw tuig waren begroot op f 500,- in die tIjd
nog een heel bedrag. Na voor deze actie toestemming van B en W te hebben ontvangen
ging men op stap. Toen bleek hoezeer de mensen met de gedupeerde man waren begaan.
De huis aan huis collecte startte met de Verl. Maanderweg; alleen deze straat
bracht al f 300,- op, zodat het een koud kunstje was het benodigde bedrag bij
elkaar te krijgen. Begin april 1947 kon een nieuwe hit en tuig worden gekocht
en aan een dolgelukkige Geurt Altena overhandigd worden. Geurt kon zijn handel
, voortzetten, dankbaar voor zoveel spontane hulp.
H.
J. Nijenhuis

