Hendrikus
Johannes Foeken, in de volksmond Henny, mag dan wel geen vooraanstaande plaats
in onze dorpsgemeenschap hebben ingenomen, eens was bij bekend bij jong en oud.
Zijn vader begon in 1890 een winkel aan de Grotestraat in Ede, precies tegenover
bet begin van de vroegere Bergstraat, destijds bekend als dorp 204. Het mes sneed
bij hem aan twee kanten: van de bescheiden etalages aan weerszijden van de winkeldeur
was de één gevuld met alle mogelijke kruideniersartikelen, terwijl
de andere bestemd bleek voor manufacturen, een wel wat eigenaardige combinatie.
Overigens
was er ruimte genoeg in het oude pand, waar achter nog een grote moestuin lag,
die doorliep tot aan de huizen van de ook al verdwenen Torenstraat. Hoewel
Henny als jongen volop in de zaak meewerkte, lag zijn loopbaan op geheel ander
terrein. Hij bezat muzikaal talent en volgde met succes een opleiding voor organist.
Daarna
begon bij met les geven, en bezat al spoedig heel wat leerlingen, vooral buitenmensen.
Op
het platteland bezaten veel mensen een orgel of harmonium om met begeleiding daarvan
in de avonduren gezamenlijk te zingen, maar slechts weinigen konden goed met het
instrument omgaan. Daar bracht Henny Foeken uitkomst.
Met de fiets als
enig vervoermiddel trok hij, zo nodig naar De Valk of Meulunteren om de inwoners
de kunst bij te brengen.
Jarenlang was Foeken als organist, men sprak toen
nog van orgelist, verbonden aan de evangelisch-lutherse kerk en later bij een
van de gereformeerde kerken.
Daar kreeg hij ondanks deze gewijde omgeving eens
de lachers op zijn hand. De voorganger gaf, als slotlied, een bepaald gezang
op, maar het orgel zweeg in alle talen. Ongeduldig drukte de dominee op het belknopje,
waarmede hij met de organist contact had. Daarop schoof Foeken de groene gordijntjes,
waarachter hij verscholen zat, opzij en riep met stentorstem: "Dat staat
er niet in" "Jawel", klonk het vanaf de kansel en wel op
bladzijde 60.
"Dan moet ik eerst een ander boek pakken", repliceerde
Henny en even later werd de dienst toch op normale wijze beëindigd.
Ja,
die Foeken was een man vol humor: Hij kende veel moppen, die hij op een aantrekkelijke\
manier wist te brengen, maar degrootste bekendheid heeft de Edenaar verworven
door het koekslaan, een aloude kermisattractie. Bij het schapenscheren, schapenmarkt
en op andere feestdagen was Henny gestoken in Veluws kostuum present. Op een
driepoot stond een soort bak met in het midden een gleuf, waarop een verse ontbijtkoek
werd gelegd. Het was de kunst om met een acaciaknuppeltje de koek in zo weinig
slagen door midden te slaan. Het spel werd gespeeld door twee personen, waarvan
de verliezer betaalde en de winnaar de brokken koek mocht hebben als de grijpgrage
jeugd hem niet voor was.
De opbrengst van het koekslaan was altijd voor een
of ander goed doel bestemd. Het oude winkelpand is al jaren verdwenen, aangekocht
en gesloopt door de gemeente, heeft de grond lange tijd dienst gedaan alsparkeerterrein,
totdat hier het inmiddels ook al weer opgeheven bowlingcentrum werd gebouwd.
Oudere
lezers zullen zich ongetwijfeld het geboortehuis van Henny Foeken voor de geest
kunnen halen, evenals de man aan wie deze regels zijn gewijd.
H.
J. Nijenhuis

