Voor een gulden kan je grond krijgen: de volgende dag was de urinoir zomaar verdwenen
Je woont hier best aan de Parkweg. Die cafe's hoeven van mij niet weg, zolang het niet erger wordt dan
het is. Ook heb ik er nooit aan gedacht te vertrekken naar een rustiger deel van Ede. Ik ben geboren en
getogen op dit plekje. Het enige dat hinderlijk is, zijn de auto's als 's nachts de kroegen sluiten. Wij slapen aan de straatkant, maar ik lig er niet echt wakker van. Je hoort ook wel eens, dat het gevaarlijk zou zijn om 's avonds door deze straat te lopen. Onzin vind ik dat. Dat stelt "kolenboer" G. Dekker , 83 jaar nu, en al die tijd woont hij
aan de Edese Parkweg. Het drukste plekje van Ede-Zuid: Precies tegen over de café's, .die de laatste jaren
hun klanten het meer en meel' proberen naar de zin te maken met steeds hardere muziek en latere sluitingstijden. Zijn vrouw voegt aan zijn verklaring nadrukkelijk toe, wel tot half drie 's nachts wakker te liggen.
Dekker ligt, wat betreft het langst in Ede-Zuid wonen, duidelijk aan kop. In 1902 is hij geboren in het
pand naast zijn huidige woning waar destijds zijn vader een kolenhandel dreef. Dekker senior maakte
;eind vorige eeuw de overstap van Ederveen (hij komt van het turfveld, heette dat toen) naar de Edese Parkweg. Het was toen nog helemaal geen weg , maar een kale zandvlakte; na nummer acht hield de wereld op. De Edervener, die zijn boerenbedrijf daar liet voor wat het was, werd voor gek verklaard. Een kolenhandel in een deel van Ede, waar geen sterveling woont, dat wordt niks, zo werd geredeneerd. "Het Wat wordt hier nog dichtbevolkt", voorspelde de man en hij zette de zaak op, die later door zijn nu 83-jarige was zoon werd voortgezet.
Deze laatste zit anno 1985, ietwat kwakkelend met zijn gezondheid, in de luie stoel bij de kolenkachel.
Ja, dat maak je niet meer mee.
Kolen stoken willen ze niet meer. Maar 't is en blijft de beste warmte die er is". Dat is in de kleine, inderdaad behaaglijk warme huiskamer niet het enige dat duidt op een hang naar vroegere tijden. Met een armgebaar wijst de kolenhandelaar in ruste op het ontbreken van een televisietoestel in de ruimte.
"Maar", moet hij kwijt, " we waren hier wel zo'n beetje de eerste die radio hadden. En verder lees ik twee
kranten per dag en daar staat alles in wat ik wil weten".
Over "zijn " Parkweg wil hij nog het volgende kwijt:’t Beste stukje was, nadat er vanaf het station hier
steeds verder gebouwd werd, aan deze kant. Nu is dat het slechtste.
Dat komt door de kroegen. Boze tongen beweren zelfs, dat er boven de cafe's slecht volk woont, Nou,
daar geloof ik niks van. Het is wel zo,dat die jongelui maar samen hokken dat is niet mijn idee van hoe
het hoort, maar last heb ik nog nooit van die overburen gehad. En de winkels aan de Parkweg, tja. Dat
waren vroeger zaken, waar Ede trots op mocht zijn. Beste winkell,maar ook dat is veranderd."
Tolgeld
Op 56-jarige leeftijd stopte Dekker met zijn kolenhandel. "Mijn zoon nam toen met veel enthousiasme de zaak Over. Maar dat was niet voor lang, want al spoedig kwam het aardgas, waarop gestookt kon worden. We waren al begonnen met ook stookolie te verkopen. Tegen het gas konden we niet op. Mijn zoon is een supermarkt in Apeldoorn begonnen en studeert nu voor makelaar.
De eerste twaalf jaar was Dekker voor Edenaren een vertrouwd figuur, wanneer hij, de handkar
voortduwend, zijn kolen aan de man bracht. I:Iij herinnert. zich uit die beginjaren, hoe hij er bijna alles
voor over had om 2 1/2 cent uit te sparen. "Op de Infanterie en Artillerielaan woonden de beroepsmilitairen. Wanneer ik daar de kolen wilde bezorgen, moest ik het Tolhuis op de Stationsweg passeren en 2 1/2 cent betalen. Om dat te voorkomen, duwde ik mijn kar via de Berkenlaan helemaal rond de kazernes naar de plaats van bestemming.
Later kwam voor de handkar met paard en wagen in de plaats en daarna de vrachtwagen. Dat moest
ook wel vanwege de vaten olie, die bezorgd moesten worden. De brandstof werd per wagon aangevoerd. Dat was gemakkelijk, vanaf de zaak was het maar een paar
tappen naar het station. Aan de overkant van de straat stapte Dekker nu en dan café Oud-Ede binnen
om voor drie cent een borreltje te drinken. "Je bleef in Ede-Zuid". Er was iets, vindt ook de kolenhandelaar, tussen Ede zelf en deze buitenwijk in opkomst.

Als je hier woonde, telde je niet mee, leek het wel.
De Parkweg; en later heel Zuid, was altijd een beetje minder .
Sta-in-de-weg
Dat bleek volgens Dekker wel uit de laksheid waarmee de gemeente reageerde op de hinderlijke aanwezigheid van toen urinoir tussen het station en de Parkweg, Nou, nou dat stonk een uur in de wind. We wilden ervan af. We hebben eens, toen de Heideweekstoet langs kwam, een' groot spandoek opgehangen met daarop een prachtig
gedicht dathandelde over de overlast die wij als bewoners ondervonden van dat ding.
Op een gegeven moment wilde de gemeente een trottoir aanleggen langs mijn woning, precies waar
mijn heg stond. Ik heb toen gezegd: Okee,jullie willen dat stukje graag hebben; Voor één gulden kan je het
krijgen, maar dan gaat meteen die pisbak weg; De volgende dag was hij weg.

