In
vorige nummers van dit blad hebben wij reeds in het kort de verschijning aangekondigd
eener nieuwe uitgave van de Vereen. "Oud-Ede" betreffende de geschiedinis
van Ambt en Gemeente. Wij namen reeds gedeelten over uit dit mooie boek waarvan
de onvermoeibare navorscher, de Heer F. Sibbles, het oude gedeelte talentvol bewerkte,
terwijl die Heer O. R. Berger met zijn vaardige pen de laatste veertig jaren de
revue laat passeeren. Hulde aan deze beide Heeren voor den grooten dienst.
Ons, Edenaren van dezen tijd, bewezen. Wij nemen nog een paar willekeurige bladzijden
over. Over de politie in de jaren 1860-96 bestuursperiodevan burgemeester Jhr.
A. W. van Borssele schrijft het boek .
Al die jaren van Burgemeester van
Borssele , bleef het getal veldwachters gelijk: vijf. Het salaris bedroeg in
1861 f 4.- per week, dus in één jaar f 208.-. Maar de veld wachters
hadden nog,een enkel buitenkansje: zij haalden eieren op bij
de boeren en zij,
brachten almanakken rond. Het eerste werd hun verboden, zij kregen daarvoor f
7.- verhooging van jaarwedde per jaar .De almanakken, mochten ze tegen Nieuwjaar
nog rondbrengen. Spoedig ,werd het salaris f 250.-
(1 April 1862) .
In 1864
werd in den Raad geklaagd, dat de Veldwachters bij verkoopingen optraden als bedienden
van den notaris!
In 1872 werd het salaris f 325.-, of liever f 300 en f 25.-
als ze hun werk goed deden.
Ede gaf in 1878 f 380.-, Bennekom en Otterlo f
350.-, Lunteren, ,en Geldersch-Veenendaal (oude veldwachters) f 325.-. In 1882
werden de buitendorpen alle gebracht op f 375.-.
De veldwachter uit Ede, die
iets meer salaris had dan de anderen, trad ongeveer op als chef .
In enkele
dorpen waren ook Rijksveldwachters die mede surveilleerden en van de Gemeente
vee1al ,een kleine jaarlijksche gratificatie ontvingen.
Gedurende het Burgemeesterschap
van Van Borssele, hebben een paar keeren vrij ernstige ongeregeldheden plaats
gevonden, n.l. Geldersch- Veenendaal en Ede, beide gevolg van verbittering tegen
andersdenkenden op godsdienstig terrein. Te Ede was het Leger des Heils, begunstigd
door Mej. A. Knuttel, de aanleiding .Zoo kort na de afscheiding van "de Nederd.
Gereform. Gemeente", of de Doleerenden, was het optreden van de Heilsoldaten
oorzaak van groote beroering in het dorp. De uitbarsting kwam, de villa van
Mevr. Knuttel werd bestormd, maar toen de Justitie een onderzoek instelde naar
de daders, kon zij, vreemd genoeg, niemand vinden. Iets dergelijks veroorzaakte
de bekende "Zwart-Jannigje" beweging te Veenendaal is wel eens betwijfeld"
of het optreden van Burgemeester Van Borssele in deze gevallen niet laksch
geweest is. Het wil ons voorkomen, dat de reeds in vorige eeuwen waargenomen trek
om elkander niet te verraden ook bij deze gelegenheden een rol gespeeld heeft.
 |
Toen
deze burgemeester aftrad had hij 36 jaren het ambt vervuld en was daarvan tevens
33 jaar raadslid geweest. De raadsverkiezingen werden na 1885 ,politieke verkiezingen,
zoodat b.v. 1889 de A. R. tegenover den Burgermeester een eigen candidaat stelden..Dan
blijkt de vereeniging van Burgemeester-raadslid, ongewenscht.
Niemand zal ooit
den eisch stellen, dat een Burgemeester geen eigen meening in de politiek mag
hebben, eerder za1 men van hem eischen,wel degelijk een eigen meening te hebben,
maar staat als Raadslid in den Raad en niet meer daar boven.
De Heer Van Borssele
was bovendien meer dan 30 jaren onafgebroken lid der Provinciale Staten van Gelderland,
van 1894-1897 Lid van de 2e Kamer der Staten-Generaal. Ook was hij kamerheer in
buitengewonen dienst van Z. M.Koning. De Regeering erkende zijn verdiensten door
hem te benoemen tot Officier in de Orde van de Eiken Kroon en: tot Ridder in de
Orde van den Nederlandschen Leeuw. |
| |
|
De
Heer Van Bossele overleed 16 Maart 1903 te Oosterbeek op zijn landgoed "de
Oorsprong" ruim 70 jaren oud.
Voor den Edenaar van omtrent vijftig jaar
daarboven, is de ambtsperiode van Burgemeester Van Borsslle "de goede, oude
,tijd", de tijd van Zijn jeugd en jongelingsjaren,de tijd ,waarvan het
goede in zijn herinnering is gebleven,met den glans van zijn eigen gelukkige jeugd
ontstraald,en het onnaangename reeds lang is vergeten.
Hoor dien Edenaar vertellen,hoe
gezellig het was in het Ede of Lunteren,of Bennekom,of een der buurten van dien
tijd. Hoe kalm de rust,de kudden schapen op de heide ,hoe vreedzaam de bevolking
,hoe genoeglijk de gemoederlijke omgang der dorps of buurtgenooten,toen nog geen
garnizoen en geen fabrieken het dorp en de bewoners geheel veranderd hadden.
Ieder
kende zijn dorpsgenooten,en bij het elkander tegenkomen was een wederzijsche groet
al het minste wat men kon doen. En de Heeren:Burgemeester,Predikant e.d. werden
eerbiedig gegroet. In het 'bijzonder kwam de versdhouding der buren uit bij
famiiegebeurtenissen. Hulpvaardig stond men voor elkander klaar, en de laatste
burenplicht den overleden buur naar die begraafplaats dragen, liet alleen na,
dat die er nietmeer lichamelijk toe in staat was.
En de gezellig avonden van
het "vetpriezen" zijn niet vergeten, door wie daaraan meegedaan heeft.

Die
Edenaar zal U vertellen, hoe fraai het dorp Ede was met den grooten overtuin"
van 'het "Hof van GelderJiand", een boschje midden in het dorp! Hoe
de fraaie beuken van den Arnhemschen weg aansloten bij de kastanjeboomen bij den
tol, waar nu nog één slechts is blijven staan. En de Boschlaan!
Hij
zal U vertellen, hoe Burgemeester Van Borssele ,op mooie dagen door bet dorp kwam
wandelen om op het Gemeentehuis spreekuur te houden. Hoe op enkele meters achter
hem de veldwachter volgde. Hoe deze af en toe, op een teeken met den wandelstok
van den Burgemeester, nader bij hem kwam om een vraag te beantwoorden of inlichtingen
te geven.
Hij weet nog" hoe velen bij kleine burenruzies niet naar een
advocaat, maar naar den Gemeente-Secretaris gingen. En deze, die altijd het Burgerlijk
Wietboek onder zijn bereik had staan, vond al spoedig het artikel, dat op het
"geval"
betrekkmg had en raadde: Zeg maar, dat het niet mag Art.
zooveel B..W. Ten overvloede moest dan de veldwachter er soms nog heen om te dreigen:
"Als het nu niet uit is, maak ik procesverbaal op volgens Art. zooveel B.W.
Er
is zooveel verdwenen, waar de jongere geslachten en zij, die v,an buiten hier
kwamen, geen denkbeeld van hebben. En menigeen betreurt dien goeden ouden tijd
van buiten.

Ten
slot te reproduceeren wij uit de reeks afbeeldingen o.w. meerdere zeldzame de
vrijwel geheel onbekende portretten van den eersten Edeschen Burgemeester (H.
Th. Prins 1822.-1851 en Gemeentesecretaris R. Burggraaff 1818 -1850 .Feitelijk
is er nog een vroegere burgemeester geweest mr. E. :D. v. Meurs (1818-1822 doch
deze heette nog Schout, welken titel Burgemeester Prins ook nog drie jaren heeft
gevoerd. Van 1818 tot 1939 telde de gemeente Ede in totaal negen burgemeesters
,zes.secretarissen, negen ontvangers en vijf gem. opzichters.



