Een bekende Edese familie

Onlangs hebben we een middag genoeglijk zitten praten met de thans één en tachtig jarige mevr. Bouman-Brands, de enige nog in leven zijnde telg van de vroeger alom bekende familie Brands. Oudere Edenaren zullen zich ongetwijfeld genoemde naam nog herinneren, reden om er een en ander over te vertellen.


Barend Arnoldus Brands, van beroep timmerman werd 3 juni 1856 te Zutphen geboren .Hij trok, na zijn huwelijk met
Didrika Esser, in 1885 naar Ede, Deze Didrika was een kleinkind van de in de vorige eeuw overbekende Johannes
Gerrit Esser. Als jongeman mocht deze Esser bij het bevrijdingsfeest van 1813, nadat ons land van hel Franse juk was verlost, de vlag op de toren uitkeken, in 1863, om precies te zijn, op 17 november, dus vijftig jaar later, werd dit feit opnieuw herdacht.
Met groot enthousiasme werd die dag ook in Ede feest gevierd. Het gehele dorp was versierd, de schoolkinderen werden op kosten van de gemeente onthaald en aan behoeftige mensen werden gratis levensmiddelen verstrekt. De avond werd besloten met een fakkeloptocht en een vuurwerk afgestoken door leerlingen van instituut "Hartelust".
Tot zijn onuitsprekelijke vreugde Wij mocht ook ditmaal de inmiddels bejaarde Johannes Gerrit Esser in de vroege
morgenuren de nationale driekleur van de torenspits laten wapperen. Zijn tempo tijdens de klimpartij zal wel belangrijk lager hebben gelegen dan een halve eeuw geleden, maar de naam Esser, in kreeg voor goed een plaats in de Edese geschiedenis.
Voor die paar mensen moesten wij nu zoveel grond afstaan.

Timmerzaak
Zoals reeds gezegd, in 1885 kwam Brands naar Ede en nam toen wel de timmerzaak van zijn schoonvader over ,
maar ging aan het Maandereind wonen.
Pas toen Gijsbert Esser weduwnaar werd en zijn kinderen waren uitgevlogen, betrok de familie Brands het achterhuis en kreeg de bejaarde vader Esser een goed verzorgde oude dag.
Het dubbele voorhuis bleef verhuurd en heeft zelfs nog dienst gedaan als pastorie voor ds. Van Velzen, voorganger
van 1891 tot 1900 bij de Geref. Kerk.
Ook woonde hier eens politie inspecteur Kruysdijk en was ziekenfonds "Helpt Elkaar" er een tijdlang gevestigd.
Aan dit stukje Grotestraat groeiden de kinderen van het echtpaar Brands op, zij speelden rustig op straat, verkeer
was er vrijwel niet,of in het bos van Mulder, zoals de overtuin van hotel "Het Hof van Gelderland" werd genoemd. Een bijzondere attractie vormde Lamme Thijs met zijn draaiorgel, die elke vrijdag verscheen. Naast Brands
woonde een ietwat zonderlinge dame, bekend als "tante van Heukelum'. Zij was gek op muziek en gaf Thijs altijd
een kwartje in zijn centenbakje waarvoor deze, als tegenprestatie, bijkans een uur lang voor haar deur bleef
spelen, tot groot plezier van de jeugd.
Ook de kinderen van Brands groeiden op en we willen nog wat nader op hen ingaan.

Bouwkundige
De oudste zoon, Jan Brands, geboren 13 november 1885, kwam in 1904 in dienst van gem. werken te Ede. Om
meer ervaring op te doen, vertrok hij vijf jaar later naar Enschede om in 1915 als gouvernementsambtenaar van Openbare werken naar Batavia, de hoofdstad van het voormalige Ned. 0. Indië te vertrekken, In 1922 keerde hij terug naar zijn geboorteplaats en werd benoemd tot bouwkundig opzichter in gemeentedienst. Door deze functiewerd hij, vooral bij bouwvakkers al gauw bekend en populair want Brands toonde zich een ambtenaarwaar mee te praten viel, die altijd met raad en daad klaar stond. Heel wat projecten werden door hem ontworpen o.m. het mausoleum op de Paasberg. Naast zijn dagelijkse werkzaamheden was hij jarenlang leraar en later directeur van de avondvak tekenschool en hij had een tijdlang zitting in de kerkeraad van de Evang. Luth. Kerk te Ede. Op 31 december 1950 ging de heer J. Brands als technische hoofdambtenaar met pensioen.


Jan Brands was gehuwd met Wilhelmina Roosdorp; oudere Edenaren zullen zich haar vader, een zeer krasse ma, in de volksmond, opa Roosdorp, nog wel herinneren. Hij was geen Edenaar, maar 12 januari 1854 te Zaandijk geboren. Zijn vader bezat een stalhouderij en hij werd al op jeugdige leeftijd in het bedrijf opgenomen,later werd Roosdorp Koetsier bij :verschillende vooraanstaande familie's.
De zeventig reeds gepasseerd verruilde hij,om met zijn tijd mee te gaan, de zweep voor een chauffeurspet. In 1948 trok hij bij zijn dochter en schoonzoon in: vanaf die tijd kon men hem dagelijks zijn wandeling in het Park Paasberg, waar de familie Brands woonde, zien maken. Helaas mocht Jan Brands niet lang van zijn pensioen genieten, hij overleed 17 januari 1952, vijf dagen nadat opa Roosdorp achtennegentig was geworden.


Ook de tweede zoon, Gijsbert, zocht het in de bouwvakken; hij ging naar de ambachtschool te Arnhem, werd metselaar, en deed de nodige ervaring op diverse grote bouwwerken in en buiten Ede. Daarna begon hij met de heer V. Ettikhoven als compagnon, een aannemersbedrijf, gevestigd aan het begin van de Kreelseweg, dat al gauw een grote vlucht nam.

Vluchtoord
Heel bekend is de firma Ettikhoven en Brands geworden door de bouw van het vluchtoord voor Belgen, in het begin
van de mobilisatiejaren 1914-1918 op de Ginkelse heide. Nadien hebben zij aan de Oud-Arnhemseweg, Bergstraat en elders nog talrijke landhuizen gebouwd. Na afloop van de eerste wereld oorlog maakte Gijs Brands, in 1919,de reis van zijn leven.
Hij was actief van het Rode Kruis, afd. Ede en werd als zodanig mede aangewezen om een voedseltransport naar de Oostenrijkse hoofdstad Wenen te brengen en onder de bevolking te verdelen. Het werd een avontuurlijke tocht, de transportleiders moesten steeds bedacht zijn op plunderingen en mochten, zelfs, met het oog daarop, wapens dragen. Weer terug in Ede was er volop werk aan de winkel,de voorafgaande vier jaren hadden de woningbouw danig gestagneerd. De heer Van Ettikhoven overleed op betrekkelijk jonge leeftijd, waarna het aannemersbedrijf werd opgeheven. Brands en de weduwe Ettikhoven bepaalden zich voortaan tot het makelaars verzekeringswerk; als zodanig zijn zij nog jaren in ons dorp bekend gebleven.
Een derde zoon, Hendrik Brands,'trok naar Putten, waar hij directeur is geweest van een verzorgingshuis voor
oud-kolonialen.

Dochters
Na deze drie jongens kreeg het echtpaar Brands-Esser ook nog drie dochters. De oudste Sophia,Anthonia,Alida
huwde met Willem v.d. Bospoort, boekhouder aan de gemeentelijke gasfabriek, later administrateur van het
ziekenfonds "Helpt Elkaar". Deze man kreeg veel bekendheid door zijn wekelijkse kolom in een plaatselijk blad
waarin alle mogelijke dorpsaangelegenheden werden behandeld. Een volgend meisje, Willemina Geertruida,
mocht slechts een jaar oud worden terwijl het laatste kind, Didrika,geboren 14 april 1903, thans mevr. Bouman-
Brands nog altijd het ouderlijke huis bewoond.
Na het overlijden van zijn vrouw stopte Barend Arnoldus Brands met zijn werkzaamheden en werd de zaak overgenomen door de heer H. van Leersum, die reeds jaren bij hem in dienst was en zich aan het Heuvelsepad vestigde.
Juist afgelopen zomer is het oude achterhuis omgebouwd tot een moderne woning.
Het aardige is dat dit werk werd uitgevoerd door een kleinzoon van dezelfde Van Leersum die eens het bedrijf van Brands overnam. Het oude huis is gemoderniseerd, maar nog altijd is er de steeg tussen dit pand en cafetaria Vonk, vroeger rijwielhandel en electriciteitsbedrijf v. Wijk met aan het eind de machtige kastanjeboom. Elk jaar komen er nog kleinkinderen uit Londen, waar mevr. Bouman-Brands een dochter heeft wonen, om in de tuin van dit
rustige plekje, in het hart van ons dorp, te spelen, zoals eens hun ouders en grootouders dat deden.
H. J. Nijenhuis