Evenals
met eerdere vertellingen uit Harskamp het geval was, is ook dit verhaal afkomstig
van de Heer L. v.d. Bospoort, die ondanks dat hij de acht kruisjes ruim gepasseerd
is, nog over een ijzersterk geheugen beschikt. In het begin van deze eeuw woonde
in de Dorpsstraat Aalbert Borgers, geboren 8 juli 1881, van beroep rijwielhersteller.
Nog lang niet alle Harskampers beschikten in die jaren over een dergelijk vervoersmiddel,
maar toch zal er voor hem een boterham in. Ondanks dat wilde Aalbert zijn
inkomsten wat opvoeren, zijn werkplaats deed vaak dienst als een soort ontmoetingscentrum.
Zowel jongere als oudere mensen kwamen daar om de dorpsnieuwtjes uit te wisselen
en van commentaar te voorzien. Op zeker avond kwam Aalbert met de verrassende
mededeling dat hij een auto ging kopen. Zijn toehoorders stonden perplex, een
auto in Harskamp.
De meeste dorpelingen hadden er nog nooit een gezien, laat
staan er in gezeten, maar wel voldoende over die
gevaarlijke monsters gehoord.
"Maar Aalbert", kwam er een, aIs je toch geld te veel hebt, koop dan
liever paard en
wagen, dal is veel veiliger ." Maar Borgers liet zich
niet van zijn stuk brengen, bij garage Van Laar in Ede stond een goede tweedehands
Ford te koop voor slechts tweehonderd en vijftig gulden.
Daarmee wilde hij
een taxibedrijf beginnen, je moest met je tijd meegaan.
De koop ging door,
twee dagen later stond de nieuwe aanwinst op zijn erf, het dorp liep bijkans uit
om de auto te
bewonderen. Het vierkante geval stond hoog op de wielen, waarvan
de stevige spaken knal geel waren geverfd, terwijl
op elk voorspatbord een
fraaie koperen carbidlantaren was geplaatst. Weliswaar waren wat krassen en deuken
de
zichtbaar, maar deze vormden, volgens de trotse eigenaar geen probleem,
de motor was prima.
"Zeg Aalbert, kun je d'r eigenlijk wel mee rijden?",
vroeg een practicus.
"Nog niet", moest deze toegeven, "maar
ik loop effe naar Willem v.d. A Hoef, die werkt in het kamp en heeft er
verstand
van." Willem kwam en toonde zich direkt bereid de fietsenmaker wegwijs te
maken. Hij informeerde: "waar is
de slinger?" Aalbert wist niet eens
watm hij bedoelde maar na enig zoeken vonden zij bedoeld apparaat onder een zitting.
Willem stak het stuk ijzer in de motor en begon als een gek te draaien.
De
zweeldruppels parelden al op zijn voorhoofd toen er leven in kwam: de auto begon
te schudden en was even
later startklaar. "Stap er maar in Aalbert, dan
laat ik je zien hoe je gas geven en remmen moet."
De eerste auto
van een Harskamper reed, door de Dorpsstraat tot aan de school en weer terug,
aangegaapt door
een groot aantal nieuwsgierigen. Aalbert meende aan die ene
les wel genoeg te hebben, na een paar dagen oefenen had hij de rijkunst al aardig
onder de knie en begon zijn taxibedrijf.
Klanten kwamen echter vooralsnog niet
opdagen, de dorpelingen, gewend als zij waren aan heel wat rustiger vervoer,
durfden
de snelheid van zijn auto niet aan. Als Aalbert al toeterend door het dorp reed,
vlogen de kippen kakelend
weg, de paarden steigerden en bezorgde huismoeders
haalden tijdig hun kroost van de straat.
De veldwachter toonde, zij het beroepshalve,
wel belangstelling. "Hoor es Borgers, bezit je wel een rijbewijs?"
Nooit
van gehoord", was het antwoord. "De wet schrijft het voor, volgend week
gaan wij samen naar de chef in Ede,
daar rij je, op het plein voor het gemeentehuis,
wat voor en achteruit, maak een paar bochten en geeft hij een
bewijs van rijvaardigheid.
De eisen waren nog niet zwaar en Aalbert had er geen moeite mee, maar nog was
hij met
de veldwachter niet klaar. "Borgers, je rijdt natuurlijk niet
altijd recht door dan moet je tijdig kenbaar maken of de
auto links of rechts
afslaat, richting aan geven noemen ze dat. Hier in het dorp zul je van mij wel
geen last hebben
maar buitenaf, vooral in de stad, ligt dat heel anders."
Nog diezelfde avond maakte Aalbert uit dunne plankjes twee
sierlijke armen
met gesloten vuist en uitgestrekte wijsvinger
Zijn vrouw schilderde deze werkstukken
in opvallende kleuren, waarna zij aan weerszijden aan een portier werden bevestigd
en middels vernuftig" aangebrachte touwtjes naar gelieve bediend konden worden.
Aan de wens
van de veldwachter was voldaan .
Sindsdien heeft Borgers
weinig last van de gezagsdrager ondervonden. Wel hield hij op gezette tijden de
auto aan,
maar dat bleek meer nieuwsgierigheid, hiij wilde graag weten wie
de passagiers waren. Een goed dorpsveldwachter
moet nu eenmaal zo goed mogelijk
van het doen en laten van de inwoners op de hoogte blijven.
Toen bleek dat
de burgerij niet direkt warm liep voor zijn onderneming, gooide Aalbert het over
een andere boeg. Middels aanplakbiljetten in de kantine van het militaire kamp,
vestigde hij de aandacht op zijn bedrijf. Verlofgangers moesten destijds simpelweg
door lopen naar het station in Ede of de halte plaats Stroe, een behoorlijke wandeling.
Voortaan konden zes man, voor gezamenlijke rekening op comfortabelere manier hun
doel bereiken. Daar werd druk gebruik van gemaakt, op vrijdagavond en zaterdagmorgen
reed Borgers ettelijke malen naar het station in Ede en gaf nog reduktie als "de
heren", zoals hij ze altijd aansprak, op maandagochtend weer wensten te worden
opgehaald. Helaas waren deze verdiensten alleen voor de zomermaanden, als het
kamp bezet was weggelegd. Maar nu Aalbert al geruime tijd reed zonder dat zich
de voorspelde ongelukken werkelijkheid waren geworden, dorsten ook de meer ondernemer de Harskampers een rit aan.
Zijn eerste twee klanten moesten een bezoek
afleggen in het Arnhemse ziekenhuis, normaal een reis die de volle
dag in beslag
nam, maar met zo'n auto had het niets te betekenen. Teruggekomen bracht een van
hen verslag uit:
Minsen, eerlijk, het was een belevenis Aalbert haalt
je aan de deur en je gaat maar op de zachte kussens zitten. Dan
slingert hij
de auto aan, gaat rijden en in een mum van tijd waren we in Arnhem.
Terug had
hij zeker de wind achter want we stonden al weer bij huis voor je er erg in had".
Dank zij deze reklame
maakten geleidelijk meer mensen, speciaal voor grotere
afstanden van zijn taxibedrijf gebruik. Zelfs kwam een
bruidspaar op het idee
om zich, met wederzijdse ouders, naar het gemeentehuis in Ede per auto te laten
rijden.
Deze rit werd echter geen succes , familieleden van het jonge paar
besloten de Ford voor deze plechtigheid
eens mooi te versieren. De avond voor
de grote dag kwamen zij bij de werkplaats van Borgers aanzetten met ijzer
draad
en fraaie slingers waarmede het voertuig zodanig werd versierd dat de portieren
amper geopend konden worden.
Triomfantelijk reed Aalbert, voor deze gelegenheid
in een lange slipjas gestoken, compleet met hoge hoed, de volgende morgen het
dorp uit en genoot van de grote belangstelling langs de weg. Bij het gemeentehuis
gekomen wilde hij afremmen om met een sierlijke bocht juist voor de stoep te stoppen.
Maar tot zijn schrik weigerde de remmen, wat Aalbert ook probeerde, de wagen verminderde
geen vaart. In arrenmoede reed hij toen, tot verbazing van het bruidspaar, het
plein weer af de markt op, een terrein naast café "de Posthoom".
Achteraan dit plein stond het koetshuis waarnaast een enorme mestvaalt lag. Daar
stuurde Aalbert regelrecht op af en bleef, wat zijn bedoeling was, midden in de
smurrie steken.
De inzittenden woedend, hoe moesten zij nu, in hun zondagse
spullen, onbeschadigd in het gemeentehuis komen. Vanuit het koetshuis kwam hulp
brede planken werden uitgelegd,waarover de passagiers veilig de begane grond konden
bereiken al moesten zij het laatste stukje naar de trouwzaal lopen. Tijdens de
trouwplechtigheid werd ijlings een monteur van garage v. Laar gehaald. Deze constateerde
al gauw dat de enthousiaste versierders niet alleen met hun draad de slingers
stevig hadden vastgebonden, maar tevens de remkabels. Met een draadtang was
het euvel spoedig verholpen waarna de remmen met succes werden beproefd en
de auto weer rijvaardig was. Na de huwelijksplechtigheid werd in "de Posthoorn"
een borreltje gedronken op de goede afloop en de terugweg aanvaard.
De nu vrij
gekomen slingers wapperden vrolijk achter de auto aan, tot verwondering van voorbijgangers,
maar
het bruilofstfeest in café Beerdsen werd er niet minder door.
Ook in Harskamp verschenen geleidelijk meerdere en
moderner auto's, zodat de
wagen van Aalbert minder aandacht kreeg. Toch heeft die oude Ford nog zes jaar
dienst
gedaan op alle mogelijke zandwegen met soms de nodige modderpoelen.
Het
einde kwam vrij onverwacht, nog wel op een Sinterklaasavond. De goedheiligman
en zijn knecht hadden diverse
kinderrijke gezinnen bezocht en geen aangeboden
neutje geweigerd.
Met vooruitziende blik en steunende op hun ervaring hadden
zij Aalbert het laatste bezoekadres gegeven en verzocht
hen daar tegen negen
huur af te halen. Uitgerekend op deze rit kreeg de motor kuren en gaf het,
na enig gereutel op.
Bijgestaan door een lallende Sinterklaas en de luidkeels
zingende Zwarte Piet, duwde Aalbert zijn nu waardeloos bezit naar huis.
Reparatie
bleek niet meer mogelijk maar Borgers had niet slecht geboerd en kon rustig een
nieuwe wagen kopen.
Toch kon hij geen afstand van de eens alom bewonderde oude
Ford, de wagen kreeg een plaatsje naast de werkplaats en werd een prachtig
speelobject voor zijn kinderen. De eigenhandig vervaardigde richtingaanwijzers
werden er afgehaald, een werd de veldwachter aangeboden de ander bewaarde hij
zelf als aandenken. Eens kwam een boer informeren of hij de wielen van het nu
onbruikbare voertuig wilde verkopen, maar Aalbert meende: Geen denken aan, als
jij straks oud bent en niet meer kunt, zou je toch evenmin je voeten willen missen."
Och, het was geen wereldschokkende gebeurtenis, Aalbert Borgers en zijn auto,
maar samen hebben zij een rol gespeeld in het vroegere Harskampse dorpsleven.
H.
J. Nijenhuis

Meer
foto's

