De Valk mag dan wel in de rij dorpen van de gemeente Ede een bescheiden plaats innemen, het feit blijft dat in deze landelijke omgeving de eerste gemeenteschool werd gebouwd.
Op 28 november 1853 kwam er een einde aan de buurt Wekerom, De Valk en Eschoten en werden de gemeenschappelijke bezittingen onder de geërfden verdeeld. Op de laatste bijeenkomst werd, op voorstel van wethouder Van Schothorst, twee bunder heide aan de gemeente geschonken teneinde daar
een school met meesterswoning te bouwen ten behoeve van de opgeheven buurt.
Het gemeentebestuur nam de grond dankbaar in ontvangst, maar de verwezenlijking van de plannen liet nog even op zich wachten. Eerst werden de tekeningen afgekeurd, daarna was het wachten op de subsidiebijdragen van provincie en rijk. Maar in het voorjaar 1855 kon school en meestershuis worden aanbesteed en op 19 november van dat jaar vond de ingebruikname plaats.

Inmiddels was de meester tevens tot hoofd van de nieuwe school benoemd. Normaal werd voor een dergelijke functie een oproep geplaatst en uit de opgekomen kandidaten een keuze gedaan. Burgemeester Prins vestigde evenwel de aandacht op de hulponderwijzer, Jacob van Zanten te Otterlo,
die daar blijk gaf van grote aanleg en bekwaamheid. Derhalve stelde de burgervader voor deze man te benoemen, een suggestie waarmede de raad akkoord ging. De voorwaarden aan deze baan verbonden waren nauwkeurig vastgesteld en zijn trouw bewaard gebleven.
Allereerst de inkomsten: een jaarwedde van honderd gulden met het
vooruitzicht van eenzelfde rijkstoelage, die echter op de datum van benoeming nog niet vaststond. Verder dertig cent per maand per leerling, vrij wonen en gratis brandstof voor de school.
Daar stond tegenover dat aan kinderen van bedeelde en zeer arme ouders kosteloos onderwijs moest worden gegeven en de meester zelf voor de nodige leermiddelen moest zorgen, die dan wel zijn eigendom bleven.
Bij deze laatste bepaling was weliswaar toegevoegd dat hij, naar mate het aantal leerlingen steeg, een bijdrage in deze kosten zou ontvangen, maar zover is het nooit gekomen. Bij de ingebruikname van de school telde De Valk honderdachtendertig en Wekerom driehonderddrieentwintig inwoners,
zodat het aantal leerlingen niet overweldigend kon zijn. Bovendien oefenden de seizoenen veel invloed uit; zo bedroeg in 1861 het aantal schoolgaande kinderen bij winterdag rond de tachtig, een getal dat is zomers, als veel kinderen op het land moesten werken, minstens tot de helft terugliep.
Meester Van Zanten heeft het slechts twee jaar volgehouden, reeds in 1857 vertrok hij naar een Hervormde school te Utrecht.
Trouwens als we tot 1919 de lange lijst van namen bekijken, blijkt dat ook zijn opvolgers het in De Valk niet zo zagen zitten.
Van 1855 tot 1919 waren er elf functionarissen, dus voor een gemiddelde periode van nog geen zes jaar.
Een merkwaardige ruil deed zich voor in 1863; het toenmalige hoofd in De Valk, de heer G. Brummel, vertrok naar Otterlo en het hoofd van de school aldaar, de heer M. Colijn, nam zijn plaats in. Laatstgenoemde kon met het college van kerkvoogden in Otterlo niet bijster overweg. Hoewel
het openbare scholen betrof, was een goede verstandhouding met de kerk toch wenselijk, reden waarom de gemeenteraad deze beslissing nam.
In 1919 werd tot hoofd van de school in De Valk de heer A.G.P. van
Son benoemd. Tien jaar later werd het gebouw overgenomen door een inmiddels opgerichte vereniging voor christelijk onderwijs en werd als zodanig voortgezet. De heer Van Son werd met ingang van 1 januari tot hoofd benoemd aan een nieuw gebouwde openbare school aan de Kerkweg te Ede.

De aloude school in De Valk heeft in vroeger jaren, naast haar eigenlijke bestemming voor heel wat doeleinden dienst gedaan. Jeugdverenigingen hielden er eens hun bijeenkomsten, diverse instanties hun vergaderingen en er werden zelfs kerkdiensten gehouden.
Het is alles verleden tijd maar voor wat het georganiseerde onderwijs in de gemeente Ede betreft, begon de victorie in De Valk.
door: R. van Amerongen
T. Onderstal en
H.J. Nijenhuis

