Vaktekenschool

In 1877 werd in Amsterdam de werkliedenvereniging Patrimonium, hetgeen betekent vaderlijk erfdeel, opgericht en in 1896 kwam ook in Ede een afdeling tot stand.

Uit het begrip werklieden zou men kunnen afleiden, dat het hier een organisatie van werknemers betrof,maar dat klopte allerminst. Althans het bestuur van de plaatselijke afdeling bestond in vooroorlogse jaren voor een groot deel uit middenstanders.

Om er enkelen te noemen: de meelhandelaar N. Roosenboom, schildersbaas H. G. Vorwald, meubelhandelaar H. L. Funcke, schoenmaker G. Heij en aannemer M. van Gestel, die allen in die tijd bekende Edenaren waren. Patrimonium
heeft in ons dorp verdienstelijk werk verricht: ze organiseerde tal van lezingen op allerlei gebied en opende in 1904 een bibliotheek, iets nieuws in Ede, waarvan veelvuldig gebruik werd gemaakt.

In 1916 werd begonnen met de bouw van 130 woningen rond de Kolkakkerweg,nog altijd bekend als de Patrimoniumbouw. Al vallen de huizen thans onder het beheer van de woningstichting. Een ander initiatief betrof de oprichting van een avondvaktekenschool voor jeugdige bouwvakkers. Veel Edese jongens zochten hun toekomst in de bouwvakken, maar slechts een enkeling volgde een vooropleiding aan de Ambachtsschool in Wageningen.

Dat kostte niet alleen de ouders extra geld, maar de plaatselijke aannemers namen liever een jongen zo van school, die was gewoonlijk volgzamer en het vak moest toch in de praktijk worden geleerd. Om deze jongens ook wat technische kennis bij te brengen, werd dit onderwijs op poten gezet en het bleek een schot in de roos.

Het onderwijs werd gegeven in gebouw Mignon aan de Torenstraat. Bij de opening, najam 1915, stonden reeds 52 leerlingen ingeschreven onder leiding van de eerste directeur, de heer P. de Nooy. Negen jaar later verhuisde men naar de leegstaande villa Heesterheide een veel betere behuizing en kwam de school thans onder leiding van heer J. Stroband, bijgestaan door vijf leraren tot grote bloei.
Er werden vier avonden in de week in de maanden oktober tot en met maart les gegeven, terwijl een volledige cursus, althans voor metselaars en timmerlieden, vijf jaar duurde. Geen kleinigheid voor een opgroeiende jongen. Overdag bij weer en wind bij de baas werken, daarna haastig eten en omkleden en vervolgens tot half tien 's avonds de lessen volgen.
Hoofdmoot van het onderwijs vormde het bouwkundig tekenen.

Daarnaast was er wat uitgebreider lager onderwijs en eenvoudige wiskunde. Elk cursusjaar werd besloten met een diploma uitreiking aan hen, die de school met goed gevolg hadden doorlopen en een tentoonstelling van gemaakte werkstukken die door de ouders en verdere belangstellenden met belangstelling werden bekeken.

De oorlogsjaren brachten ook hier de nodige moeilijkheden. Heesterheide werd gevorderd door de
luchtbeschermingsdienst en men moest uitwijken naar villa Chasselay boven op de Paasberg: allesbehalve een pretje om daar op winteravonden over verduisterde wegen naar toe te gaan.

Na de Bevrijding heeft de school nog enkele jaren gedraaid, maar is later opgenomen in de christelijke
nijverheidsschool, die op 7 september 1949 werd geopend. De avondvaktekenschool van Patrimonium verdween, maar is van grote betekenis geweest voor talrijke Edese bouwvakkers.

H. J. Nijenhuis