Meester Schreuders

Oudere lezers, die in hun jeugd de Paasbergschool bezochten, herinneren zich ongetwijfeld Meester Schreuders. Sinds 1 met 1891 stond hij aan het hoofd van de Christelijke school te Staphorst. Toen in Ede, in 1905 " de eerste Hervormde School aan de Bergstraat werd geopend,kwam uit de vele sollicitaties deheer L. C. Schreuders als eerste Hoofd van deze school uit de bus. Overigens sprak men in die jaren nog van "bovenmeester".
Men zal van deze benoeming geen spijt hebben gehad. Meester Schreuders bleek een man vol humor met twinkelende ogen achter zijn dikke brilleglazen, maar regeerde de hem toevertrouwde jeugd met straffe hand. Nog zie ik hem, zo in het begin van de twintiger jaren, duidelijk voor me. Hij had toen zijn beste jaren al achter de rug en was uitgegroeid tot een bijna kogelrond mannetje.

Vruchtbomen
Meester Schreuders woonde naast de school, achter het huis bevond zich een grote tuin vol vruchtbomen. Als het fruit rijpte, werd dit door hem met argusogen bewaakt. Want verschillende jongens vonden het een topprestatie om bij de bovenmeester appels te jatten en zij mochten zich dan verheugen in de bewondering van minder moedigen. Het oogsten bezorgde Meester niet veel moeilijkheden: hij gaf eenvoudig een paar grotere jongens van de "overblijvers", na het verorberen van de meegebrachte boterhammen,opdracht zorgvuldig de rijpe appels of peren te plukken.
Als beloning kregen Ze wat wormstekige vruchten, maar een flinke knaap had zijn zakken al vol.


De hoogste klas was Zijn domein. Daarin zaten kinderen die vlot de zeven klassen hadden doorlopen, niet verder leerden, maar vanwege hun leeftijd toch nog leerplichtig bleven. Hij bereidde hen voor op het practische leven, want voor deze leerlingen was het na de schooljaren meteen werken geblazen . Meester Schreuders deed dat door hen zoveel moglijk parate kennis bij te brengen. Hij liet ingewikkelde rekensommen, zijn lievelingsvak maken en vertelde af en toe verhalen met een opvoedkundige strekking.

Opvoedkunde
Eén van Zijn verhalen: een vader liep op een maandagmorgen met zijn tienjarig zoontje naar de markt. Onderweg zagen zijeen. vrij gaaf hoefijzer liggen. "Pak het op", adviseerde de man, maar zoonlief vond het niet de moeite waard daarvoor te bukken. Vader dacht er anders over; op de markt beurde hij voor het ijzer bij een hoefsmid een dubbeltje en zette dit muntstuk om in een zak kersen.
Op de terugweg liet hij op bepaalde momenten een kers vallen, die door de jongen gretig werd opgeraapt. Toen de zak leeg was, kwam de onvermijdelijke moraal: "kijk, jongen, als jij vanmorgen één keer had willen bukken omdat hoefijzer op te rapen, had je het nu geen, pakweg vijftig keer behoeven te doen".

Zingen
Zo was meester Schreuders.
Een man, die naast zijn dagelijks werk, zitting had in diverse commissies en bovendien jarenlang de functie van voorzanger in de Grote Kerk vervulde.
Blijkbaar was dit baantje gekoppeld aan dat van hoofd der hervormde school, want meester was een kundig man, maar van dingen had hij weinig kaas gegeten. Slechts een onmelodieus gebrom was alles wat hij voort kon brengen; Maar in een volle kerk viel dat gelukkig niet op. Op maandag 4 november 1932 nam de heer L. C. Schreuders afscheid van het chr. onderwijs om van een welverdiend pensioen te gaan genieten. Zijn opvolger werd de heer M. Faas.
H. J. Nijenhuis