In
de tijd, dat ik de Paasbergschool bezocht, was er leerplicht tot de veertienjarige
leeftijd. Had een jongen of meisje die leeftijd bereikt, dan stond de weg naar
de maatschappij open. Een kind met normale aanleg had met hooguit dertien jaar
de zeven klassen doorlopen, maar mocht de school nog niet verlaten tenzij het
doorleerde. Maar het overgrote deel van de ouders dacht daar niet aan, waarbij
kwam, dat het volgen van voortgezet onderwijs in het toenmalige Ede zeer beperkt
was.
Naast de openbare mulo-school op de Markt werd in
1923 de christelijke ulo aan de Beukenlaan in gebruik genomen, maar daarbij bleef
het voorlopig. Aan onze school kwamen de overjarige leerlingen onder toezicht
van het hoofd, bovenmeester Schreuders. Het onderwijs had weinig meer om het
lijf wat ophalen van vroegere leerstof, vooral van, het lievelingsvak van Schreuders,rekenen.
De
tucht was ook veel minder streng. Alles ging wat gemoedelijker, maar wel betekende
het voor kind en ouders een opluchting als de verlossende leeftijd werd bereikt.
Ongeacht
het tijdstip, op de dag, waarop de leerling veertien werd, was hij of zij vertrokken.
Eigenaardig,
maar deze wet bleef nog ettelijke jaren na de Tweede Wereldoorlog gehandhaafd,
al werd het aantal kinderen, dat gedwongen op de lagere school moest blijven minder.
Dit door het toenemend aantal scholen voor voortgezet onderwijs en de groeiende
welvaart.
Maar wet is wet.
Zo stonden op vrijdag 8 september 1955 zes huisvaders
allen uit Lunteren voor de Wageningse kantonrechter zich te verantwoorden voor
onwettig schoolverzuim van hun kinderen. De landbouwer V die regelmatig zijn dertienjarige
dochter thuis had gehouden om in zijn huishouden te helpen, zette de gang van
zaken uiteen. Het meisje had met goed gevolg alle klassen van de lagere school
doorlopen en werd met een tiental andere kinderen in een zogenaamde vervolgklas
geplaatst.
Dat klonk goed, maar het leek nergens op, de kinderen waren ondergebracht
in de keuken van een verenigingsgebouw aan de Julianastraat, waar alle comfort
ontbrak. Er waren geen banken, maar wel slechts enkele stoelen rond een gammele
keukentafel en vrijwel geen lesmateriaal. De helft van de tijd was er geen toezicht.
Volgens
V. kwam er van leren niets en de paar leerlingen, die nog aan kwamen zetten, verveelden
zich stierlijk, vandaar dat bij zijn dochtertje thuis hield om in de huishouding
te helpen. Wij hebben een groot gezin. Mijn vrouw kan best wat hulp gebruiken
en nu doet zij nuttiger werk dan de gehele dag vliegen vangen .
De anderen
knikten instemmend.
Eén van hen kwam met een andere verontschuldiging:
"Kiek es hier. Mien dochter is ook dartien, mer bar groot veur der leeftied
en noe schaamt ze zich om met veul kleinere kinderen om te gaon. Ik het der gedurig
weggebracht, mer nog geen half uur laoter komt ze schreeuwend tuus. Dat kun
je je eigen kind niet andoen".
De kantonrechter hoorde alles geduldig
aan en beloofde een onderzoek te laten doen naar de huisvesting van die vervolgklas.
Dat nam echter niet weg, dat alle verdachten schuldig werden bevonden wegens overtreding
van de leerplichtwet en elk tien gulden boete kregen.
H.
J. Nijenhuis

