DE
V ALK -Vergeleken met andere dorpen binnen onze gemeenten te wordt De Valk nog
altijd meer als een buurtschap beschouwd. De mensen wonen er tamelijk verspreid
maar kennen elkaar toch van haver tot gort en zijn, in blijde en moeilijke dagen,
buren in de goede zin van het woord. Er worden van hier weinig schokkende gebeurtenissen
gemeld, maar toch haalde De Valk in de dertiger jaren eens de grote landelijke
dagbladen.
Dat was te danken aan Gies v. d. Voort, een man die wondersnel
uit het hoofd kon rekenen.
De naam v. d. Voort strekt zich in deze omgeving over
talrijke families uit. Deze Gijsbertus v. d. Voort, zoals hij na zijn geboorte,
I maart 1883, officieel werd ingeschreven, was het , derde kind van Gijsbert v.
d. Voort, geboren 19 februari 1846, beroep landbouwer en Heintje v. Werven,
geboren 20 september 1853. Dit echtpaar kreeg twaalf kinderen waarvan er twee
jong zijn overleden en van de rest niet minder dan acht naar Amerika emigreerden.
Maar Gies, zoals wij hem maar blijven noemen, had daar geen behoefte aan
en bleek zijn geboorteland trouw. Op school bleek hij weliswaar een pientere leerling,
die zelfs een klas over sloeg, maar zijn specialiteit, rekenen, viel niet direct
op. Na vijf schooljaren, nog geen twaalf jaar oud, was het werken geblazen. Hij
volgde de voetsporen van zijn vader, werd eveneens landbouwer en later tevens
huisslachter.
Gies v. d. Voort huwde 23 juli 1910 met Evertje van Veldhuizen en
kocht toen de oude onderwijzerswoning naast de school aan de Hoge Valkseweg, hoek
Ganzekampweg. Want De Valk mag dan van bescheiden betekenis zijn, maar reeds in
1855 liet de gemeente Ede hier een openbare school bouwen, zij het dat die
ook
bestemd was voor kinderen uit Wekerom.
Tevens verrees een
woning voor het hoofd met een grote lap grond waar meester zijn vrije tijd op
kon doorbrengen wat, gezien hun salaris ook wel nodig bleek. De gemeente betaalde
hem f 100,- per jaar terwijl op een zelfde bijdrage van het rijk kon rekenen.
Bovendien ontving hij van elke leerling dertig cent per maand; voor kinderen van
onvermogenden betaalde het armbestuur over eenzelfde periode twee dubbeltjes,
later toen de salarissen van leerkrachten op een beter peil waren gebracht
en tevens een moderner woning voor de bovenmeester werd gebouwd kon deze zich
ook zonder het zware boerenwerk redden.
Zoals reeds gezegd het oude huis met
grond kwam in handen van Gies v. d. Voort, die er tot zijn dood heeft gewoond.
De school werd op 1 september overgemen door een inmiddels opgerichte vereniging
voor Chr. onderwijs. Sinds 1919 was toen de heer Van Son hoofd van de school met
naast hem, de zo bekend geworden schrijver over de Veluwe, Jac, Gazenbeek, als
onderwijzer. Na de omwenteling werden beiden in dezelfde functie benoemd aan de
nieuw gebouwde Openb. School aan de Kerkweg te Ede. Het was deze heer Van
Son die Gies v. d. Voort in de publiciteit heeft gebracht. Als buurman had hij
vrij veel contact met Gies en was, ook al uit hoofde van zijn beroep, verwonderd
hoe snel deze getallen en prijzen uit de mouw schudde.
Kwam Gies met 675 eieren
op de veiling en zag hij dat de dagprijs zes en halve cent per stuk bedroeg, dan
stelde hij onmiddellijk vast: "Dan beur ik drie en veertig gulden, zeven
en tachtig en halve cent". Als slachter kwam hij, vooral in de novembermaand
bij veel boeren en burgers over de vloer. Op zijn fiets, gewapend met het nodige slachtgereedschap,
reed hij in het gure najaarsweer naar zijn klanten tot in Otterlo toe. Ook bij
hen gaf hij soms staaltjes van rekenkunst ten beste die de mensen verstomd deed
staan.
In 1936 stond in "De Courant Het nieuws van
de Dag" een artikel over een student uit Amsterdam, die fabelachtig uit het
hoofd kon rekenen. Meester Van Son las dat verhaal en herinnerde zich zijn vroegere
buurman uit De Valk.
Prompt schreef hij een brief naar de redactie met de mededeling
dat hij deze student weliswaar bewonderde, maar hoofdrekenen behoefde geen privilege
alleen voor de grote stad te zijn. In het landelijke De Valk woonde een eenvoudige boer die daar ook wat van kon. De redactie liet het er niet bij zitten, er
werd een verslaggever op afgestuurd.
Deze bestudeerde grondig een kaart van
de Veluwe, toog op pad en arriveerde op een' zaterdagmorgen, na heel wat zoeken en vragen tenslotte bij de oude schoolmeesterswoning. In zijn blad van 1 december
1936 geeft hij een uitgebreid verslag, met foto van Gies, over zijn uitstapje
naar de binnenlanden dat nog altijd trouw bewaard is gebleven. De man uit de
stad trof het niet: "De boer is niet thuus, hij mot slachten bie Top",werd
hem medegedeeld. Het dochterje Heintje zou hem wel de weg wijzen wijzen en inderdaad
trof de reporter daar eindelijk de persoon voor zijn interview, Gies toonde zich
ten zeerste verbaasd: "Wel, wel, hoe is 't meugelijk, een meneer hele gaar
uut Amsterdam, alleen om effe met mien te praten."
En, op een vraag van
de man: "Ja, rekenen he " altied goed gekund, maar je mot , niet vragen
hoe, 't komt van zelf. "Mag ik de proef op de som nemen," vraagt
de verslaggever en zonder het antwoord af te wachten: "Hoeveel is 29 x 36,
v. d. Voort. " Hij is amper uitgesproken of Gies zegt: "eenduizend
vier en veertig."
De Amsterdammer staat perplex, hij stelt nog een aantal
lastige vermenigvuldigingen om dan onverwachts op optellen over te gaan. "
Wat is de uitkomstvan 85 + 94 + 33 + 24." Vrijwel op hetzelfde ogenblik klinkt
het "tweehonderd zes en dertig".Hoe kunt u dat zo vlug, v. d.
Voort," vraagt de man, terwijl hij op een blocnoot snel het antwoord controleert.
"He'k
je al gezegd, heel krek weet ik het ook niet, maar ik hou de getallen in gedachten
vast en laat ze niet los veur ik weet wat er uut mot kommen." Zij babbelen
nog een half uurtje, er wordt een foto van Gies gemaakt, tot deze meent: "Kom
ik mot weer an de slag, karwei hier is nog niet klaar."
De Amsterdammer
keert weer terug naar de familie v. d. Voort waar hij op koffie met koek wordt
onthaald. Hij maakt een babbeltje met de kinderen en polst naar hun vorderingen
op school. Het blijkt dat zij weliswaar goed mee komen, maar rekenen als vader,
bij lange na niet. Dan vertrekt de man weer naar de hoofdstad met de wetenschap
dat ook op het platteland mensen met hersens wonen. Het destijds zo bekende weekblad
"De Haagse Post" wijdde in haar rubriek De daverende dingen dezer dagen'
ook een tekening aan Gies v. d. Voort, nu zouden wij spreken van een cartoon.
Twee deftig geklede heren zitten aan een tafel ijverig te rekenen, terwijl op
de achtergrond een Veluws boertje staat die de antwoorden al opdreunt lang voor
de twee klaar zijn. Gies v. d. Voort is nooit prat gegaan op zijn bijzondere gave;
integendeel, hij was de bescheidenheid zelve.
Maar toch kon hij nooit de
verleiding weerstaan als er ergens gerekend werd, in stilte mee te doen.
Eens
stond hij in een kruidenierswinkel te Barneveld waar een vrouw voor hem een behoorlijke
voorraad levensmiddelen insloeg. De man beschikte nog niet over een kassa maar
schreef elk bedrag op een stuk papier om daarna de zaak op te tellen. De ogen
van Gies gleden over de lijst; hoewel hij vanzelfsprekend de cijfers op de kop
zag, had hij het totaal bedrag al rond, toen de kruidenier amper half weg
was. Eindelijk was deze gereed en noemde de klant het eindbedrag. Gies zei terstond:
"Je hebt je twaalf cent verrekend man." De kruidenier keek hem aan met
een gezicht van, bemoei je met je eigen zaken, maar telde voor alle zekerheid
toch de lijst weer over.
Inderdaad, Gies had gelijk en toen bleek dat hij zichzelf
die twaalf cent te kort had gedaan was de kruidenier niet alleen verbaasd maar
ook dankbaar.Geen wonder dat Gies v. d. Voort met zijn capaciteiten ook in het
openbare leven van De Valk een belangrijke rol heeft gespeeld.
Op 26 mei
1923 werd hij gekozen tot voorzitter van de coöperatieve boerenleenbank ter
plaatse.
Men had geen betere keus kunnen doen het financiële terrein als
geen ander, er ontging hem niets. Het beste bewijs dat hij niet gemist kon worden
is het feit dat v. d. Voort deze post tot zijn overlijden, 20 oktober 1965, dus
toen al twee en tachtig jaar oud, heeft bezet. Hij bleef zeer vitaal en ouder
geworden wist hij zich wonderwel bij de zo zeer veranderde omstandigheden aan
te passen.
Bovendien heeft v. d. Voort ook meer dan veertig jaar zitting gehad
in de raad van commissarissen van de Coöp. aankoopver. "De Valk en omstreken".
Deze werd in 1916 opgericht. Het gebouwencomplex met de hoge wit gesausde silo's,
is al van grote afstand zichtbaar, overigens de enigste hoogbouw in deze omgeving.
Aan beide coöperaties heeft v. d. Voort vanaf het begin zijn beste krachten
gegeven en ze uit zien groeien tot krachtige instellingen van grote betekenis
voor De Valk en omstreken.
In de voltallige vergadering van 26 Mei 1963 met
beide besturen en raden van commissarissen werd het veertig jarig jubileum van
Gies v. d. Voort als voorzitter van de boerenleenbank herdacht. Het werd geen
daverende feestavond,zou hij trouwens zelf niet gewild hebben, maar alom werd
de waardering voor deze onopvallende werker tot uiting gebracht. Na zijn overlijden
heeft zijn zoon Evert nog dertien jaar zitting gehad in de raad van commissarissen
van de Coöp. aankoopver. Nog altijd staat er, omzoomd door fraaie lindebomen,
het aloude meestershuis, als herinnering aan de man die hier eens woonde en
werkte.
H. J. Nijenhuis

