Het poppenschooltje


Vaak komt deze of gene met gegevens voor een verhaal, waarvoor ik uiteraard erkentelijk ben,waaruit blijkt dat er nog genoeg te vertellen is over het oude Ede.
Zo ook over het poppenschooltje inderdaad, thans met zoveel kleuterscholen en crèches, zou men vergeten dat ons dorp, zij het lang geleden, ook een bewaarschool rijk is gewest. In het midden van de vorige eeuw kwamen, vooral in de steden, steeds meer van deze, meestal particuliere, inrichtingen. De naam duidt er al op het was meer de bedoeling de kinderen in bewaring te geven,dan hen kennis bij te brengen.


Ook in Ede werd op 18 oktober 1864 een bewaarschool opgericht waarvan de statuten op 19 november d.a.v. werden goedgekeurd.
Artikel één van dit reglement : Het doel van de vereniging is de oprichting en instandhouding ener Protestantse bewaarschool alwaar kinderen beneden de zeven jaar tegen een gering schoolgeld naar lichaam en geest ontwikkeld zullen worden en een zorgvuldige en liefdadige behandeling ondervinden.
Het initiatief was genomen door een aantal vooraanstaande dames uit ons dorp, die zich op sociaal terrein verdienstelijk wilden maken, Om enkele namen te noemen ,van hen die zich voor korte of langere tijd voor de school hebben.
ingezet : mevr. Fischer; mevr. Tielkemeijer; mevr. Thomas, mevr. Op ten Noort; mevr. Hartelust en mevr, Lawiek v. Pabst, om het daarbij te laten. Men dacht de zaak te laten draaien op giften, jaarlijkse bijdragen en schoolgelden wat de eerste halve eeuw lukte, Een ieder die een jaarlijkse bijdrage van minstens f 5,.- stortte werd als lid van de vereniging beschouwd.
In het dorp werd de bewaarschool al gauw ,betiteld als het poppenschooltje van Juffrouw Bremer.

Aan de Bettekamp, even over de spoorlijn, stond of beter gezegd staat er nog, nu als dubbel woonhuis, een ruim gebouw, dat de eigenaar, de heer Tielkemeier voor het goede doel beschikbaar stelde. Het huis werd door een lange gang in twee gedeelten gesplitst, rechts bevonden zich twee lokalen, links de kamers van juffr. Bremer, de hoofdleidster met daarachter het woongedeelte van de familie Teunissen, waarvan de vrouw des huizes was belast met het schoonhouden van de school.


De bewaarschool mocht zich al gauw in goede belangstelling verheugen; vooral bij grote gezinnen,het was voor moeder een hele opluchting als de oudere kinderen op de lagere school waren en het jonge grut naar het "poppenschooltje" kon. Daardoor kreeg zij meer bewegingsvrijheid voor het vele dagelijkse werk dat er voor een huisvrouw in die tijd kwam kijken.
Elk kind tot zeven jaar, mits zindelijk was welkom, juffr. Bremer wenste niet elk ogenblik met natte broekjes te worden geconfronteerd

Trouwens de sanitaire inrichtingen waren nogal primitief; een dubbel W .C. met houten deksel en een paar emaille potjes was alles. Buiten stond een pomp die voor water zorgde maar bij strenge winters vaak bevroor.
Aan lange tafels en op dito banken zaten daar dan de peuters; zij werden beziggehouden met leren en zingen van liedjes, er werden verhalen verteld en verschillende spelletjes gedaan. Speelgoed was spaarzaam aanwezig, een paar blokkendozen waar regelmatig om werd gekibbeld en het traditionele matjesvlechten, kleurkrijt en verfblokjes waren uit de boze, dat liep altijd op kliederen uit, zo meende juffr. Bremer.
Bij gunstig weer werd buiten gespeeld, daar lag een berg wit zand met schepjes, de kinderen konden hoepelen en daar werden bekende kringspelletjes beoefend.
De bewaarschool draaide maar het bleef op de dubbeltjes passen, waarbij juffr. Bremer zelf het goede voorbeeld gaf. Als de muren aan een nieuw behang toe waren, dan kocht zij bij de Nooy voor een krats een restant behang, maar liet het door de schildersbaas T. de Bondt er op plakken want dit uurloon lag lager.

In museum Oud-Ede bevinden zich nog notulenboeken en een aantal stukken keurig verantwoording werd gedaan van inkomsten en uitgaven.
Zo bedroegen de inkomsten over het jaar 1904 een totaal bedrag van f 742,221/2, waaronder een gemeentelijke bijdrage van f 100,-
Aan salariskosten gingen daar af voor juffr. Bremer f 400,- voor de eerste helpster f 80,80 en tweede helpster ontving f 29,-
Van de rest moest bij winter kolen en licht betaald worden,soms nog onverwachte reparatie zodat er weinig geld aan de .kinderen besteed kon worden.

Het salaris voor Jufr. Bremer was, voor die tijd, vrij normaal maar de kleuterleidsters, om een woord van deze tijd te gebruiken, kwamen er maar bekaaid van af.
Leuk is, in dit verband, ook de aanstelling van een nieuwe helpster te vermelden. De dames hielden maandelijks vergaderingen ten huize van één van hen, teneinde de lopende zaken te behandelen. Zo vernielde de agenda van de bestuursvergadering van 26 maart 1903, met als presidente mevr. Thomas, het huren van een nieuwe helpster. Jansje V .d. Meijden had aangekondigd per 1 mei te willen vertrekken. In haar plaats had gesolliciteerd Mina de Kruif die zich tijdens de vergadering, vergezeld door haar moederkwam presenteren.
Het meisje werd van alle kanten bekeken en aan de tand gevoeld en kon tenslotte de goedkeuring van de dames wegdragen. Zij werd per 1 mei 1903 benoemd tegen een beloning van zestig cent per week en goede vooruitzichten. Het tweede jaar zou zij n.l. drie kwartjes en het derde jaar negentig cent ontvangen zodat er wel een forse loonsverhoging in zat

.
Een bekende Edese, Marie Schuurman was haar meisjesnaam thans wed. Groters-Schuurman is ook jaren aan de bewaarschool verbonden geweest en heeft tal van prettige herinneringen aan haar helpsterstijd overgehouden.
Zij vond het prachtig met die peuters om te gaan al was het voor haar van half negen tot vier uur in de middag onafgebroken in touw zijn. In de middagpauze ging juffr.Bremer naar haar kamer en liet de zorg voor de overblijvers, die juist dan aardig te keer konden gaan, aan Marie over. Juffr. Bremer was een kordate en bazige figuur die zonodig streng tegen de kinderen optrad, daarbij het punt uit de statuten, waarin een zorgvuldige en liefdadige behandeling werd gegarandeerd, uit het oog verliezend. Maar Marie Schuurman wist op haar eigen rustige manier de kinderen te binden. Daar denken thans nog verscheidene Edenaren met plezie aan terug.


Hoogtepunt van het schooljaar vormde de viering van het Kerstfeest; Sinterklaas ging weliswaar niet ongemerkt voorbij maar bleef ook al door de veelal krappe kas,beperkt tot een handvol perpernoten en een taai-taai popje.
Voor het Kersfeest evenwel deed men een beroep op de gemeenschap . Eind november werd aan gemeentebestuur toestemming gevraagd en verkregen om huis aan huis met een lijst te mogen aankloppen.
Het voorwoord van zo'n lijst was steevast hetzelfde: Bestuurderen der Protestantse bewaarschool te Ede, wensende voor de kinderen dier school, evenals gewoonlijk tegen het aanstaande Kerstfeest een kerstboom gereed te maken en daarbij aan kinderen van behoeftige ouders kleederen uit te delen, nemen de vrijheid. Uwe zeer gewaardeerde medewerking in te roepen.
Aan dit verzoek werd goed gehoor gegeven; vooraanstaand personen stonden boven aan de lijst met guldens. dan volgden minder kapitaalkrachtigen met één of twee kwartjes. Zo bevatte kersttijd van 1909 ruim 140 namen. die gezamenlijk f 134,25 bij elkaar brachten. Na afloop van het feest werd ook van dit geld volledig rekening en verantwoording afgelegd.

In 1911 had de lijst f 129,86 opgebracht waarvan het grootste deel f 71,62 besteed werd aan kleding .De meisjes ontvingen een katoenen jurkje, de jongens een pilowbroek en kousen.
De aankoop van deze kledingstukken werd eerlijk onder de Edese textielwinkels verdeeld, zoals bij Petersen "de Faam", dames Kloosterboer, Kelderman en mej. de Ruyter, allemaal bekende namen in die tijd. Ook de ouders mochten het Kerstfeest meevieren om de grote boom met kaarsjes, stonden de lage schoolbanken, vooraan zaten de kinderen en daarachter de ouders. De bekende kerstliederen werden gezongen.
Juffr: Bremer vertelde een verhaal en er werd, in geëmailleerde kroezen chocolademelk geschonken.
Aan het eind kreeg ieder kind. naast de ontvangen kleding nog een stukje speelgoed, voor hen het hoogtepunt. Juffr. Bremer, de helpsters en mevr. Teunissen werden evenmin vergeten; zij ontvingen een kleine extra uitkering.


In het begin van de dertiger jaren tekende zich donkere wolken af; de kosten werden steeds hoger zonder dat de inkomsten gelijke tred hielden. Wel werden nog diverse acties op touw gezet, o.a. door bet geven van concerten en voetbalwedstrijden achter de Watertoren, waarvan de opbrengst voor het goede doel werd bestemd, maar dat zette geen zoden aan de dijk. Enkele jaren later werd de Protestantse bewaarschool aan de Bettekamp opgeheven, een instelling die zich, dank zij het medeleven van een betrekkelijk kleine dorpsgemeenschap, zoveel jaren had kunnen handhaven.
H. J. Nijenhuis