Aan moeders hand naar school

Het allereerste leslokaal van Ede bevond zich op de begane grond van de toren, een muffe schemerachtige ruimte. In 1826 verhuisde men naar een pand tegenover de kerk, wat al een hele verbetering betekende. De lessen werden gegeven door de koster-voorzanger P. C. Neelmeyer. Men
kende in die jaren scholen en bijscholen; de laatsten veelal in handenm van particulieren, die daarvoor van hogerhand een vergunning was verleend. Ook onze gemeente kende dergelijke instellingen, heel bekend op dit terrein was Hendrik v. Holland in de Maanderbuurt, die les gaf in zijn schaapskooi.
De eerste school met de Bijbel in de destijds nog landelijke omgeving van Veenderweg en telefoonweg.  

Wekerom bezat in W. Zandbergen een dergelijke figuur; in de zomerdag was de man boswachter, terwijl gedurende de wintermaanden kinderen gratis eenvoudig onderwijs van hem ontvingen. Als tegenprestatie bewerkten ouders van de leerlingen zijn land en zorgden voor de oogst. Toen in 1857 de wet op het lager onderwijs werd herzien en verschillende vakken aan het lesrooster worden toegevoegd waaraan de bijscholen niet konden voldoen, verdwenen zij van het toneel. In dit verband willen wij nog even noemen Jacoba Geertruida Straatman uit Harskamp die rond 1870 in haar boerderijtje een, zij het ongeoorloofde school begon.


Haar opzet was tweeledig, de afstand naar de o.l. school in Otterlo, waar ook de kinderen uit Harskamp heen moesten, was veel te groot en er werden daar geen godsdienstlessen gegeven, in haar ogen, onontbeerlijk voor de opgroeiende jeugd. Ondanks veel tegenwerking van officiële zijde, zette Trui, zoals zij in de volksmond werd genoemd, door en uiteindelijk hebben haar bemoeienissen geleid tot stichting van een school met de Bijbel te Harskamp die in 1901 werd geopend.


De eerste school van gemeentewege werd, misschien wat vreemd, in het landelijke de Valk gebouwd. De buurt Wekerom, De Valk en Eschoten had de gemeente Ede twee bunder grond geschonken op voorwaarde dat daarop een school voor kinderen uit deze buurt zou verrijzen. De vroedere vaderen gingen akkoord en in 1855 waren school en meesterswoning, totale kosten f 4700,- gereed. Er werd een oproep geplaatst voor hoofd-onderwijzer waarbij nauwkeurig rechten en plichten voor deze functie werden omschreven.

Voor de aardigheid laten we de voornaamste punten even volgen. Een salaris van honderd gulden per jaar met eenzelfde bijdrage van het Rijk, daarbij het schoolgeld a dertig cent per kind per maand plus vrij wonen. Daar stond tegenover kinderen van armlastige ouders zouden gratis onderwijs genieten terwijl meester zelf voor de benodigde leermiddelen moest zorgen, die dan wel zijn eigendom bleven. Ook voor begrippen van die tijd geen baan om rijk van te worden.
Toch kwamen er gegadigden genoeg waaruit, op voordracht van burgemeester Prins, de heer J .v. Zanten uit Otterlo werd benoemd. Acht jaar later, 1863 werd in Ede een nieuwe o.l. school aan het Maandereind in gebruik genomen met als eerste hoofd de heer F. de Graaf. Omstreeks deze tijd begon de z.g."schoolstrijd".

Protestanten en Katholieken wensten voor hun kinderen eigen scholen met dezelfde rechten als het door de Staat georganiseerde openbaar onderwijs. Een tientallen jaren durend gevecht met diverse regeringen, resulteerde tenslotte, per 1 januari 1920, in volledige gelijkstelling.
Toch waren reeds lang daarvoor in ons dorp twee Christelijke scholen, zonder steun van de overheid, gesticht, De eerste pogingen dateren van 1882 op 18 september van dat jaar werd aan de Herv. Kerkeraad een verzoek in die richting ingediend. De kerkeraad toonde zich niet zo voortvarend, het hoofd van de o.l. school aan het Maandereind,was tevens voorzanger in de kerk, gaf op school ook godsdienstonderwijs en liet de kinderen psalmen zingen. Dus, ook alom financiële redenen, waarom zou men haast maken .
Dat veranderde na de doleantie van 1886, de gereformeerden toonden zich betere doorzetters. Dank zij ruime geldelijke hulp van de heer G. J. C. Cavaljé, konden zij 6januari 1890 hun school met de Bijbel aan de Telefoonweg in gebruik nemen. Het eerste hoofd was de heer v. Wijk, maar de school zou een enorme vlucht maken onder de langdurige leiding van de vroeger alom bekende heer J. A. Eygenraam. Nu konden de Hervormden moeilijk achterblijven, mede door het overlijden van reeds genoemde meester de Graaf, men wist niet of dienst opvolger dezelfde opvattingen zou bezitten. Een en ander had tot gevolg dat 1 april 1905 de Herv. "Paasbergschool" aan de Bergstraat werd geopend met als hoofd de heer L. C. Sreuders. Dat waren de eerste drie lagere scholen in ons dorp; tot 1940 volgde een beperkte uitbreiding in wijken en buitendorpen, maar de grote groei begon enkele jaren na de tweede wereldoorlog. Wie belang heeft bij het aantal onderwijsinstellingen die onze gemeente thans rijk is kijkt de "informatie gids voor Ede" er maar op na.


Begrijpelijk zijn de tegenstellingen in het onderwijs geven van vroeger en nu enorm. De eerste schoolgang werd, gewapend met spons en griffeldoos plus pokkenbriefje veelal aan moeders hand gemaakt. In het grote lokaal met hoge,ramen stonden vier rijen van zes banken, want het gemiddelde aantal leerlingen in een klas bedroeg acht en veertig,dikwijls ook meer .Voor verwarming zorgde een grote salamander kachel terwijl de muren met wandplaten waren versierd; afbeeldingen van het platteland of heldendaden uit de geschiedenis
Opgesteld naar klas marcheerden de kinderen bij aanvangstijd twee aan twee de school binnen.
Voor het, destijds houten, schoeisel stonden in de gang klompenbakken en op kousenvoeten werd even later in de banken plaats genomen. De eerste twee klassen stonden onder leiding een juffrouw, maar daarna werd het
meesterstadium bereikt en de tucht strenger. Orde moest er zijn en elke onderwijzer handhaafde die op zijn eigen manier. Sommigen waren overtuigd van de opvoedende kracht die lijfstraffen uitging en liepen voortdurend met een Spaans rietje in de hand om een afdwalende leerling letterlijk op de vingers te tikken. Ook een ruk of kneep aan een oor, dat daardoor opvallend rood aanliep, paste in dit systeem.
Een ander bepaalde zich tot "in de hoek staan", of bij ernstiger overtredingen opde gang. Schoolblijven om honderd regels te schrijven in de trant van "Ik moet voortaan beter opletten", was ook een veel voorkomende straf. Wilde een leerling wat kenbaar maken, dan stak hij de gestrekte wijsvinger van de rechterhand de lucht in. Betrof het verzoek "even naar achteren te mogen", werd daarbij wat gewiebeld om de noodzakelijkheid aan te tonen.

Bepaalde leerstof, zoals de tafels van een tot tien, jaartallen of plaatsnamen werden er gewoon ingestampt. In een eentonig ritme werd een en ander gezamenlijk tot in de treure opgedreund.
Daarbij moesten de armen over de borst worden gekruist, hetgeen bij leerlingen die graag op wilde vallen, overging in het z.g. "mooi zitten" door de romp zover mogelijk achterover te buigen.
Linkshandige kinderen bezaten een extra handicap, onder geen voorwaarde mocht die hand bij schrijven of
tekenen worden gebruikt. Voor meisjes stond op het bescheiden lesrooster nog een extra vak, handwerken. Het pronkstuk van deze lessen bestond uit het borduren van het alphabet "de merklap" met soms ingewikkelde randen en versieringen.
Overigens merkwaardig hoeveel van deze merklappen tot de dag van heden bewaard zijn gebleven; zelfs worden er nu nog tentoonstellingen van gehouden. Tegen het einde van het schooljaar ontstond er onder minder begaafde leerlingen grote onrust. De angst voor zitten blijven had hen te pakken, wat als een schande werd ervaren, al deed soms een enkeling wel stoer en onverschillig.
Tot besluit van deze korte impressies van het vroegere onderwijs een versje van Hieronymus van Alphen, de man die talrijke opvoedkundige gedichtjes schreef.


Mijn spelen is leren
Mijn leren is spelen
En waarom zou mij dan
Het leren vervelen
Het lezen en schrijven
Verschaft mij vermaak
Mijn hoepel, mijn priktol
Verruil ik voor boeken
Ik wil in mijn prenten
Mijn tijdverdrijf zoeken
Het is wijsheid, 't zijn
Deugden naar welke ik haak

Na de tweede wereldoorlog zijn de onderwijsmethoden voor het lager onderwijs, zij het langs geleidelijke weg,
radicaal veranderd. De banken hebben plaats moeten maken voor tafels en stoeltjes, die naar behoefte in een bepaalde opstelling kunnen worden geplaatst. Griffel en kroontjespen zijn verruild voor balpoints en allerlei moderne hulpmiddelen, geluids en copieërapparaten staan ter beschikking. Oudere leerlingen kunnen in klas of groepsverband mee praten over bepaalde onderwerpen waarbij een documentatiecentrum de nodige gegevens versshaft schoolzwemmen en verdere sportbeoefening houden de lichaamlijke conditie op peil, die bovendien door een schoolarts regelmatig wordt gecontroleerd. Verkeersonderwijs met aansluitend een examen zorgt er voor dat de kinderen al jong met het huidige verkeer vertrouwd raken. Veel scholen geven een schoolkrant waarin ook de leerlingen hun zegje kunnen doen. Medezeggingsraad en oudercommissie hebben een stem in het kapittel, allemaal zaken waar men een halve eeuw geleden geen weet van had. Maar zowel de meester van vroeger als de leraar van nu, hun doel was, en blijft, de hen toevertrouwde jeugd de nodige kennis bij te brengen en geschikt te maken voor de maatschappij.

Het woonhuis van meester De Graaf naast de o.l.school aan het Maandereind.

 





H. J. Nijenhuis