Nu
halverwege begin mei het feit wordt herdacht dat ons land veertig jaar geleden
van het Duitse volk werd bevrijd.
In Ede de was dat overigens 17 apri11945,
zullen ongetwijfeld tal van herinneringen uit die jaren worden opgehaald. In dit verband
is het wel aardig te vertellen hoe in ons dorp, zij het met veel kunst en vliegwerk
de lessen van het Marnix College dat laatste oorlogsjaar doorgang vonden. De
volgende gegevens danken wij aan drs. M. Quanjer, vrijwel vanaf de opening, september 1937, tot haar pensionering in 1975 als lerares geschiedenis aan de
school verbonden. Zij heeft zeer nauwgezet een dagboek uit dat laatste roerige
jaar bijgehouden.
De naam "Marnix College" was destijds eigenlijk
nog van toepassing;,deze kwam pas in 1953 met de ingebruikname van het nieuwe
schoolgebouw aan het Achterdoelen.
Voordien luidde die "Stichting voor
gymnasiaal en middelbaar onderwijs waaraan ook het internaat "Roelof Hart"
was verbonden met als eerste rector de heer E. B. Plooy uit Tiel, bijgestaan
door zestien, voor het merendeel, jeugdige docenten.
De school werd gevestigd
in een aantal bovenwoningen van een aaneengesloten blok huizen aan de Zuidelijke
Parallelweg. Zij bestond uit een aantal grotere en kleine vertrekken die een waar
doolhof vormden,zeer gewaardeerd door de leerlingen ,maar minder door het onderwijzend
personeel.
De lessen werden bijwijle opgeluisterd door vrolijke radiomuziek
van de benedenbewoners of, erger nog
verstoord vanwege het geraas van denderende
treinen langs het tegenover liggende station.
Amper was de school goed en
wel op dreef toen de tweede wereldoorlog, met de daarmee gepaard gaande bezetting
van ons land, uitbrak, die naarmate hij lange duurde ,voor steeds grotere moeilijkheden
zorgde.
Niet alleen zaken waar elke onderwijsinstelling mee te kampen kreeg,de
voorziening van leermiddelen en brandstoffen,maar ook wat de leerlingen betrof,vooral
uit de buitendorpen. Door de regelmatige terugkerende fietsvorderingen werd het
voor hen steeds moeilijker alle lessen te volgen. Bovendien bleek nu de ligging
van de school, met station en fabrieken van de A.K.U. in de naaste omgeving ,doelen
voor eventuele luchtaanvallen,zeer ongunstig.
Naarstig werd dan ook gezocht
naar een ander onderkomen,liefst wat meer in het centrum van het dorp,maar dat
bleek uiterst moeilijk.
|
Uiteindelijk,maart
1944,slaagde men er in ,rond het kruispunt Molenstraat,Notaris Fischerstraat en
de thans verdwenen Torenstraat een aantal vertrekken te huren waar,met veel improviseren
en nog meer behelpen ,voortaan de lessen werden gegeven.
De rectorskamer en
administratie werden ondergebracht in een kamer van slagerij Ten Broeke: in dit
geheel verbouwde pand is nu een drankenwinkel gevestigd.Op de zolder van het daar
tegenover gelegen kruideniersbedrijf Timmer ,hoek Molenstraat-Not Fischerstraat
werd een leslokaal gecreëerd. Helaas bezat deze ruimte aan geen verlichting,
zodat de eerste en laatste lessen vaak in het schemer werden gegeven. |
| |
|
Verder
werden een paar ongeschonden vertrekken van het in 1942 afgebrande gemeentehuis
in gebruik genomen,terwijl het Leger des Heils haar ontmoetingszaal eveneens aan
de Not.Fischerstraat g beschikbaar stelde. Daar de bijeenkomsten op zondag normaal
doorgingen,was dit leslokaal voorzien van een spreekgestoelte en zondaarsbankje,tot
groot vermaak van de leerlingen.
Tenslotte
waren nog de winkel en magazijnruimte beschikbaar van de smederij Dries Willemsen
,op de hoek van de Torenstraat.
De smid had,wat hij nog bezat aan haarden en kachels
en kinderwagens elders opgeslagen ,van nieuwe aanvoer was toch geen sprake meer.
De
ruime winkel/annex toonzaal werd als natuur en scheikundelokaal ingericht.
Om
de leerlingen niet af te leiden door het straatverkeer ,waren de grote etalageruiten
witgekalkt . Niet helemaal met succes want talrijke kijkgaatjes toonden aan dat
de jeugd wel enigszins met de buitenwereld op de hoogte wilde blijven.
Het
kon gebeuren dat tijdens de lesuren plotseling de winkelbel rinkelde en een vrouw,onkundig
van de situatie binnen stapte om Dries te vragen of hij haar misschien kon helpen,een
welkome onderbreking voor de klas. |
|
| |
|
Mevrouw
Quanjer gaf ook hier voor het merendeel haar lessen in een aangebouwde serre die
echter geen buitendeur bezat,waardoor zij en de kinderen genoodzaakt waren door
het raam te klimmen,hetgeen vaak de nodige hilariteit veroorzaakte. Verder werd
nog het magazijn benut met een aangebouwde schemerige ruimte waar 's nachts een onderduiker
sliep die er wel voor zorgde voor de aanvang van de lessen verdwenen te zijn.
In
deze voor een school wel heel bijzondere omstandigheden, werden de eindexamens
1944 voor gymnasium
en HBS gehouden, waarbij de gastvrije smid de examinatoren,
om de moed erin te houden, op een clandestien
borreltje trakteerde. Zo werd
tot de zomervakantie vrij regelmatig doorgewerkt ,al bleef het behelpen. Zo ontbrak
een
leraarskamer waardoor de docenten genoodzaakt waren, in de slenterend op straat
te eten.
Conciërge Geurtsen mocht dan wel met zijn bel de aanvang van
e lessen aankondigen,door tal van onvoorziene omstandigheden waren lang niet alle
leerlingen en soms ook docenten op tijd.
Daar kwam bij dat hij voor dit. werk
als een verkeersagent in het midden van het kruispunt ging staan en zijn bescheiden
tafelbel voor de verder gelegen onderkomens veelal niet hoorbaar was.
Na
de luchtlanding en het daarbij gepaard gaande bombardement op Ede, 17 september
1944, werd de
school gesloten. Het plaatselijk leven was totaal ontwricht
met de door de stroom van evacués uit de ontruimde
Veluwezoom, waarbij
de voedselvoorziening steeds moeilijker werd. Razzia's voor stellingwerken waren
daar, de
orde van de dag: vooral oudere jongens en ook leraren konden zich
niet langer op straat vertonen. Blijkbaar beviel dat gedwongen niets doen
niet alle leerlingen want in januari 1945 verzocht een aantal van het of er, al
was het maar op beperkte schaal, weer wat onderwijs kon worden gegeven.
Drs.
Quanjer nam, samen met de lerares Duits, mej. L. M. van Loon contact op met een
paar collega's. Men kreeg hulp van een tweetal evacués, eveneens bij het
onderwijs werkzaam en men besloot het verzoek in te willigen . Voortaan werd er
twee ochtenden in de week les gegeven,nu uitsluitend in de zaak van Willemsen
Begrijpelijker wijze kon er geen sprake zijn van een geregeld lesrooster,men moest
zich bij omstandigheden aanpassen
Zo maakten de ondergedoken docenten Eisberg
en Rommerts thuis de wis en scheikunde opgaven die ,na inlevering door hen
gecontroleerd werden. Mevr. Quanjer gaf nu o.m. ook aardrijkskunde, hoewel daarvoor
eigenlijk niet bevoegd. Maar alles wat de kinderen in deze verwarde en moeilijke
laatste oorlogswinter nog leerden was meegenomen en bovendien raakten zij het
schoolritme niet helemaal kwijt.

Tegen
half april werd het duidelijk dat de oorlog op een eind liep, het geen Dries Willemsen
bevestigde door op een morgen de klas, men zou ook kunnen zeggen, zijn eigen winkel
binnen te stappen en luidkeels te verkondigen: 'k Zou er maar mee stoppen juf,
stuur de kinderen maar naar huis. De Engelsen zijn al bij de Driesprong. Als bewijsstuk
toonde hij triomfantelijk een, destijds fel begeerd pakje "Player" sigaretten.
De volgende dag, 17 april 1945, werd de bevrijding voor Ede inderdaad een feit.
Natuurlijk kon niet meteen weer met middelbaar onderwijs worden begonnen,dat werd
rond juni en voor nieuwe leerlingen begin september.
Men had er op gerekend
om als schoolgebouw over het aloude Parkhotel te kunnen beschikken ,maar dot pand
bleek zodanog uitgewoond dat restauratie bijkans een jaar ion beslag nam. Voor
het begin van de zomervakantie , juli 1946, werd afscheid genomen van de oude
panden en hun resp. eigenaren die zo gastvrij het Marnix College in uiterst moeilijke
tijden onderdak hadden verleend.
De huisvestingsproblemen werden pas in
1953 definitief opgelost door het bouwen van een nieuwe school aan het Achterdoelen.
Daar nam het Marnix College een enorme vlucht. Maar oud-leerlingen, die het
laatste
oorlogsjaar hebben meegemaakt en mede daardoor een avontuurlijke schooltijd beleefden,
zullen, evenals de toenmalige docenten, voor zover zij althans nog in leven zijn,
nu veertig jaar later, ongetwijfeld even terugdenken aan het
kruispunt, Molenstraat-Not.
Fischerstraat.
H. J. Nijenhuis

