De Lunterse naai en breischool (3)

Na uitvoerig de komst en wat daarmee samen hing, van mej. Fraay te hebben behandeld, die overigens na een afgewezen verzoek om loonsverhoging in maart 1880 ontslag nam, thans nog enkele andere facetten van de school. Daar was allereerst de verloting, die elk najaar werd georganiseerd en waarvan de opbrengst een belangrijke bron van inkomsten vormde. Om deze actie aantrekkelijk te maken en uitgaande van de gedachte dat iedereen graag wat wint, lag de kans voor een prijs erg hoog, ongeveer één op twee. Ook werden geen bepaald aantal loten vastgesteld. Alleen de verkochte nummers trokken mee. Zo werden in 1869 zeshonderdzeven loten verkocht, waar driehonderd en achtprijzen tegenover stonden.. waarin weinig geld was
gestoken. Allereerst waren de meisjes van de naai en breischool maanden lang in de weer om kousen, borstrokken, boezelaars en voor zover zij de kunst verstonden, kleedjes te vervaardigen.
Daarnaast keken de dames in eigen kring rond wat voor het goede doel gemist kon worden en deed er een beroep op alle mogelijke instanties.
Daarbij werd zelfs het koninklijk huis ingeschakeld. Zo werd gedateerd 21juni 1875,de volgende brief aan prins Alexander,zoon van Willem 3,overleden in 1884 gezonden:Aan Z.K.H.Prins Alexander der Nederlanden. Bestuuradressen der Bewaar,Naai en Breischool te Lunteren,gemeente Ede ,provincie Gelderland nemen de vrijheid ene loterij ten behoeve der genoemde school te houden in november aanstaande, deze Uwe K.H. aan te bevelen. Met het oog op Uwe K.H. bekende welwillende ondersteuning en hebben de eer zich met verschuldigde eerbied te noemen. Uwer K.H. onderdanige Dienaresse ,namens het bestuur van A.v.Schothorst Aanvankelijk bleven dergelijke verzoeken niet zonder resultaat :zo bestelde de Kon. familie eens een canapékussen en het volgend jaar een stoel voor het goede doel ter beschikking.


In 1878 zat de Prins blijkbaar op zwart zaad,althans men ontving het volgende antwoord: Aan de Damesvereniging der Bewaar en Breischool te Lunteren. Namens Z.K.H. Prins Alexander der Nederlanden moet ik Uwe vereniging berichten dat Z.K.H. tot zijn leedwezen niet aan uw verzoek kan voldoen, door dien de geldelijke hulp van den Prins in den laatsten tijd zoo dikwijls en van verschillende zijden werd ingeroepen, de Adjudant Hofmaarschalk." Waarop een onleesbare handtekening volgt. Daarmede kwam een einde aan de correspondentie met het Kon. Huis, die overigens een sobere indruk maakte.
Zowel brief als enveloppe bezaten namelijk een centimeter brede zwarte rand en deden daardoor sterk aan rouw brieven denken.

Ook het in die jaren bekende "Evangelisch zondagsblad" maakte reclame voor de loterij, getuige een artikeltje in. het nummer van 28 oktober 1877; hetgeen we hier citeren: Elk weet hoeveel moeite het ten plattenlande soms kost om behoorlijk naai en breionderricht te ontvangen.
Elke poging om daarin verbetering te brengen verdient toejuiching. Zoo bestaat reeds eenige jaren te Lunteren , op de Veluwe, een dorp onder Ede,behoorende eene naai,brei en bewaarschool opgericht door eeenige dames die jaarlijksch om de kosten te bestrijden, daartoe eene verloting houden. De loten kosten vijftig cent. Mochten er onder onze lezers zijn die deze hoogst nuttige inrichting met het geven van prijzen voor de verloting of door aankoop willen steunen ,dan kunnen zij zich vervoegen bij mevr. Hassley van Everdingen aldaar.
De prijs van twee kwartjes per lot was voor die jaren bijzonder hoog en de afzet lag niet zo zeer bij de mindere man.
De loten werden ook grotendeels in familiekringen van de dames aan de man gebracht en zorgden zodoende toch nog voor de jaarlijkse opbrengst van rond driehonderd gulden.
Voor de belangrijke trekkingsmiddag werd altijd een kamer bij hotel Floor afgehuurd. Op de bijeenkomst van juli 1882 werd evenwel besloten voortaan geen loterij meer te organiseren maar een beroep te doen op verschillende goede vrienden in Lunteren en omgeving voor een jaarlijkse vrijwillige bijdrage teneinde de financiën op peil te houden,wat echter maar ten dele is gelukt.
Intussen kreeg de bewaarschool vastere grond onder de voeten. Reeds in 1868 had men het vroegere pand waar eens de z.g. kruiswerk bijeenkomsten hield ,gehuurd en een jaar later zelfs verkocht. Daarmede was een bedrag van achthonderd en vijftig gemoeid dat er weliswaar niet was,maar het bestuur besloot een renteloze lening uit te schrijven ,verdeeld over zeventien aandelen van elk 50 gulden. Blijkbaar hadden de dames hun betere helft goed bewerkt want binnen een week was de lening voltekend en bevonden alle aandelen zich in eigen kring, volgens een bewaard gebleven opgaaf.
De familie van de Ham nam er acht voor haar rekening,Wilbrink drie ,Roelofsen,Lit en van Schothorst elk twee. Dankzij de opbrengst van de jaarlijkse verloting waren reeds in 1875 alle aandelen terug betaald. In het gebouw werden wat veranderingen aangebracht,terwijl mej. Van de Schoot een oriëntatiebezoek bracht aan de bewaarschool te Ede. Op 22mei 1870 bracht zij verslag uit en toonde zich vol lof over haar ontvangst en meegekregen adviezen.

De dorpsgemeenschap werd op de hoogte gesteld en op dinsdag 7 juni werd de Lunterse Prot. bewaarschool met elf kinderen, geopend. Het hoofd van de naai en breischool, destijds nog wed. V.d. Schoot-Gramser, kreeg tevens het toezicht op deze nieuwe afdeling, bijgestaan door één, later twee helpsters. De eerste die in deze functie werd aangesteld was Hendrike Reneman, tegen een beloning van twintig gulden per jaar. Daarbij moest zij tevens de school schoonhouden was jaarlijks een rijksdaalder extra opleverde.
In de loop der jaren zouden nog heel wat helpsters volgen, waarvan we voor de aardigheid een paar namen vermelden, o.a. Marie van Laar, Jacoba Gaasbeek, Grietje van Hall. Johanna van Diermen, Brantje van der Kaa ,Jacoba Enggelen en Stientje van Dijk. Zij moesten niet alleen de kinderen bezighouden, maar hen, gezien de jeugdige leeftijd, 's morgens ophalen en na schooltijd weer thuis brengen. Bij het doorbladeren van de trouw bewaarde lijsten waarop geboortedatum en komst op de school nauwkeurig werd bijgehouden, blijkt dat het overgrote deel van de kinderen al met twee jaar aan de bewaarschool werden toevertrouwd.


De school,die van de gemeente Ede een jaarlijkse ondersteuning van vijftig gulden ontving, voorzag al gauw in behoefte. Het aantal kinderen steeg gestadig en lag na enkele jaren rond de veertig. Bij de naai en breischool evenwel liep het aantal leerlingen gestadig terug.In augustus 1902 werd besloten de school,bij gebrek aan belangstelling te sluiten. Daarna vermelden de notulen geen nadere gegevens meer,zodat we mogen aannemen dat de naai en breischool in dat jaar een zachte dood is gestorven.
De bewaarschool bleef goed draaien,in 1903 werd zelfs besloten tot de bouw van een geheel nieuwe school,waarvan de kosten F2397,77 bedroegen. Een en ander werd mogelijk gemaakt door het plaatsen van obligaties tot een bedrag van tweeduizend gulden en een totaal aan giften van acht honderd en zestig gulden. In mei 1906 werd in de aanwezigheid van het volledige bestuur, het veertig jarig bestaan van de stichting herdacht.
De presidente, mevr. A. van Schothorst-Roelofsen was als enige de volle periode in functie gebleven. Overigens
zou deze krasse dame ook de halve eeuw vol maken, zij overleed in oktober 1916. Als opvolgster werd gekozen
mevr. Pannenburg. Begrijpelijkerwijze hadden in de loop der jaren heel wat mutaties in het bestuur plaats gevonden en duiken de namen op van dames Dinger, Kimmijzer, Brinkman, Wigman en vele anderen. Geleidelijk komt echter ook de klad in de bewaarschool. het aantal kinderen liep stilletjes terug. In 1922 waren er nog maar vijf. Er zat niets anders op dan de school sluiten, het gebouw met woning werd voor vijfenzeventig gulden per drie maanden verhuurd aan ene Sobels.


De laatste notulen, september 1923 vermelden nog een reglementswijziging. Bij opheffing van de school zou
een eventueel batig saldo vervallen aan de diaconie van de Hervormde kerk .De bestuursleden waren evenwel van mening dat hiervoor het "Groene Kruis" afd. Lunteren een betere bestemming zou vormen, daar deze instelling zo nodig elke dorpeling kon aankloppen en werd aldus beloten.
Het kasboek loopt nog door tot januari 192,: als laatste salarisbetaling aan het hoofd, Betje v.d. Kaa staat in
1922 nog vijf en twintig gulden vermeld.
De volgende jaren blijkt de huur van de heer Sobels de enige inkomsten te zijn met als tegenhanger wat onderhoudskosten aan het pand. Dan valt het doek over de Lunterse Naai,Brei en Bewaarschool,nu al lang verleden tijd,maar een instelling die eens van wezenlijk belang was voor de Lunterse dorpgemeenschap.

H.J.Nijenhuis