Tot
de inwoners van het vroegere Ede, die een overbekende naam droegen maar nu al
lang in het vergeetboek zijn geraak.behoort ongetwijfeld, ook juffrouw Baljet.
Als onderwijzeres van de Openbare Lagere school aan het Maandereind, heeft zij
talrijke Edenaren de eerste beginselen van de leer en schrijfkunst bijgebracht.
Na het behalen van haar akte, solliciteerde zij naar de vacante plaats aan deze
school. Het personeel voor de O.L.school werd door de gemeente benoemd: de
betrokken wethouder verzocht haar voor nadere kennismaking op het gemeentehuis
te komen. De eerste indruk viel niet mee. Zij was nogal klein van stuk en de wethouder
gaf onomwonden te kennen dat hij eigenlijk liever een forser figuur voor de klas
zag staan. Die had meer overwicht op de kinderen en kon zonodig krachtig ingrijpen.
Juffrouw Baljet vertrouwde hem toe dat daaraan niet veel viel te veranderen maar
dat voor rust en orde ook door lichtgewichten kon worden gezorgd.
Met succes,
per 1 januari 1921 werd zij tot onderwijzeres benoemd en zou tot haar pensionering
aan de school verbonden blijven. Bij haar indiensttreding was het schoolgebouw,
daterend uit 1863, al sterk verouderd. Er stonden nog klompenbakken; grote salamanderkachels
zorgden in de winterdag voor verwarming terwijl voor verlichting in elk lokaal
een gaslamp hing.
Het gebouw werd schoon gehouden door Griet
Jacobs, ook al een bekende vrouw die in één van de kleine huisjes
tegenover de school woonde. Griet hield "commensaals" zoals zij het
zelf uitdrukte en was een bazige vrouw waarvoor de kinderen meer ontzag toonden
dan voor sommige leerkrachten. Als er grote beurten werden gegeven werd Griet veelal
bijgestaan door een van haar vaste kostgangers, Ab Gerritsen. Juffrouw Baljet
had het niet erg op hem; Ab hield niet van overtollige rommel; had zij wat zorgvuldig
gekweekte plantjes op de vensterbank staan, waren griffel en sponsdozen niet secuur
opgeborgen, Ab veegde met zijn grote stalbezem alles de klas uit onder het motto:
"opgeruimd staat netjes".
Juffrouw Baljet heeft
overigens meer gedaan dan alleen les geven: samen met haar zuster Frieda, die
muzieklerares was en piano-orgellessen gaf, studeerde zij met de kinderen verschillende
operettes in. Het betekende iets geheel nieuws voor Ede en de uitvoeringen in
"Buitenlust", later ook wel in het openlucht theater werden een daverend
succes. Schrijver deze, in die jaren leerling van de Paasbergschool, waar men
van al dat moderne gedoe nog niet wilde weten, mocht eens met een buurjongetje
naar een dergelijk optreden in "Buitenlust". Er werd "Repelsteelt
je" opgevoerd; ik was opgetogen over de fraai uitgedoste kinderen de vrolijke
liedjes. Nog altijd zijn twee regels bij mij blijven hangen, gezongen door een
zeer jeugdige acteur, verscholen achter een soort boomstronk: "Ik ben blij
dat niemand weet, dat ik Repelsteeltje heet". Inderdaad juffrouw Baljet is
van onschatbare waarde geweest voor de aan haar toevertrouwde jeugd.


H.
J. Nijenhuis