De geschiedenis van De Harmonie Ede

Opnieuw staat een hoogtepunt in het Edese verenigingsleven voor de deur; het populaire muziekgezelschap "De Harmonie" herdenkt vandaag (29 mei) het zestigjarig bestaan. Er is vaker geschreven over de geschiedenis van dit korps, maar toch blijft het aardig om, dank zij het notulenboek en medewerking van diverse leden, wat in het verleden te grasduinen. Laten wij voorop stellen dat onze muzikale kennis zeer gering is, zodat wij een beoordeling van prestaties en de verschillende dirigenten liever aan bevoegde mensen overlaten.


Na de eerste wereldoorlog gingen er steeds meer stemmen op om ook in ons dorp weer een muziekkorps te hebben. Men bezat nog herinneringen aan het allereerste fanfarekorps "de Helbloem", dat mede door de enthousiaste steun van dokter Weyer in 1908 was opgericht en regelmatig concerten had gegeven in de tuin van hotel "De Posthoorn". Welk oudere Edenaar kan zich deze fraaie tuin, waar nu een flatgebouw staat, nog herinneren. Onder de kruinen van de zware bomen, stond een eenvoudige muziektent, waar om heen tafels en stoelen waren geplaatst en men op mooie zomeravonden, onder het genot van een glas bier, naar "De Heibloem" kon luisteren. Bij de onafhankelijkheidsfeesten in 1913 speelde "De Heibloem" een grote rol, ten bewijze hoe onmisbaar een muziekgezelschap bij dergelijke gelegenheden is. Helaas in 1914, na het uitbreken van de mobilisatie werd "De Heibloem" ontbonden: de instrumenten werden in bruikleen gegeven aan militaire korpsen.

In 1920 namen de plannen vaste vorm aan; per advertentie in een plaatselijk blad werden muziekliefhebbers opgeroepen om op zaterdagavond 29 mei in het volkskoffiehuis, hoek Bergstraat- Grotestraat te komen. Er kwamen negen mannen opdagen en na veel gepraat werd besloten tot oprichting van het Edese Fanfarecorps.
Voor die paar mensen een hele gok, want een muziekvereniging heeft niet alleen leden nodig, maar ook in de papieren lopende, instrumenten. Overigens wel aardig even de namen van die oprichters te vermelden: J. Weyland; J. Veenendaal; G. Westerhuis; J. Smit; G Veenendaal; A. v. d. Blaak; D. v. d. Blaak; R. Berkhof en P. v. Elven.


Muzikanten offeren hun vrije tijd voor het grondwerk van de eerste muziektent.


Enkelen hadden reeds deel uitgemaakt van "De Heibloem" en kenden het klappen van de zweep.
Serieus werden de zaken aangepakt, reeds twee dagen later, 31 mei, werd met een lijst, door een officieel stempel van hoger hand goedgekeurd, huis aan huis afgewerkt. Hierin werd verzocht zich voor een rijksdaalder als donateur of voor een gulden als begunstiger te willen opgeven. Het resultaat was overweldigend, de lijst, die zich nog altijd in het archief van de vereniging bevindt, bevat honderden namen uit alle lagen van de bevolking met een totaal bedrag van f 442,60. In die jaren een behoorlijk bedrag waardoor het EFC meteen vaste grond onder de voeten kreeg.
Bovendien kwamen, dank zij dokter Weyer, na een speurtocht door de kazernes de meeste instrumenten van "De Heibloem' weer boven water. Op een vergadering van vrijdag 11 juni 1920 werd het volgende bestuur samengesteld: J.Smit,voorzitter:G.Westerhuis,secr:J.Veenendaal,penningmeester:A.Berkhof,commisaris,en D.v.Blaak :alg adjunct. Als beschermheer ,werd bijna vanzelfsprekend, dokter Wever benoemd, een erebaantje, hetgeen echter wel inhield dat, ten tijde van nood, een beroep op hen kon worden gedaan.


Al gauw trok men met marsmuziek door de straten om de bevolking te tonen dat hun geld niet in het water was gegooid. Op de repetities werd trouw geoefend, maar blijkbaar had men voor het merendeel onervaren muzikanten wat te hoog gegrepen. Op een vergadering van 16 november 1920 werd althans door verschillende leden verzocht wat eenvoudiger muziek te bestellen. Ook nam een aantal muzikanten het niet zo nauw met de aanvangstijd van de oefenavonden, maar kwam aanzetten wanneer het hun uitkwam.
Om daar een stokje voor te steken werd in genoemde vergadering besloten dat hij die drie maal te laat op de repetitie kwam, een boete van vijftig cent op te leggen. Of dit systeem minderdaad geholpen heeft vermelden de notulen niet. Er werd die eerste jaren veel vergaderd, al namen de leden het blijkbaar niet even serieus. Op een presentielijst hadden grappenmakers deze ingevuld door resp. een varken en een ezel te tekenen. De lijst werd ongeldig verklaarden er circuleerde een nieuwe, nadat de voorzitter had verzocht niet hun portret maar de naam er op te zetten.


Maar heel EFC ging vooruit, het aantal leden groeide al gauw tot vierentwintig, terwijl reeds op 14 januari 1921 het eerste concert werd gegeven. Deze concerten,twee of drie maal gedurende het winterseizoen, veelal in de zaal Lotgering, maar ook wel in het Sparta gebouw, mochten zich in een enorme belangstelling verheugen. In 1927,werd een eigen toneelclub opgericht die na het muzikale gedeelte veelal een klucht op de planken bracht, tot uitbundige vreugde van het publiek. Deze avonden, steevast besloten met een bal, groeiden uit tot hoogtepunten. Op 3 mei 1921 werd namens een burgercomité bij monde van de heer Oostwaard het korps een vaandel aangeboden. Deze plechtigheid was door de klepperman
v. d. Meyden in het dorp bekend gemaakt, zodat de halve bevolking daarbij aanwezig was.
Nu was men zo ver om de krachten te kunnen meten met andere korpsen; men sprak dan altijd van: "wij gaan concoursen".

Het allereerste concours waaraan werd deelgenomen was in het voorjaar 1922 te Rheden waar twee tweede prijzen werden behaald, maar het grote succes kwam 15 augustus van datzelfde jaar in Zeist, waar twee eerste en een ereprijs in de wacht werden gesleept. De muzikanten bereiden zich op dergelijke evenementen terdege voor; zo herinner ik mij nog Hart v, d. Hoeve, die om bij een marswedstrijd de juiste pas te houden, twee touwtjes aan zijn enkels bond, zodanig dat deze, sttrak gespannen, de juiste afstand van vijfenzeventig centimeter maakten, Op deze manier oefende hij, al blazend op zijn piston aan de Kleefseweg.

Door de jaren heen vormde het deelnemen aan een concours een hoogtepunt van het zómerseizoen, niet alleen voor de muzikanten maar ook voor de burgerij. Het is nu niet meer voor te stellen wat een massa mensen ter verwelkoming aan het station stonden om het korps bij terugkomst van een concours op te wachten. In triomfale optocht ging het dan met volle muziek naar de markt waar nog een groter aantal inwoners aanwezig waren en de muzikanten met een daverende mars bedank ten voor de geweldige ontvangst.

Ja, de Edenaren leefden volop mee met hun muziekkorps, nooit werd tevergeefs een beroep op hun portemonnee gedaan. Zonder overheidssteun, met instrumenten die aan slijtage onderhevig zijn, vervangen en uitgebreid moeten worden, was er altijd geld nodig.
Door op bepaalde tijden collectes te houden en vooral met het organiseren van bazars kwamen er echter steeds de nodige contanten op tafel. Voor deze laatste gebeurtenissen was een speciaal comité gevormd waarin ook verschillende dames zitting hadden.
Zo'n bazar werd meestal in het marktgebouw gehouden, waar de mensen ook wel eens bij de neus werden genomen, maar gezien het goede doel, nam niemand daar aanstoot aan. Bij een bazar, die in november gehouden was, was aan de achterzijde een klein hokje aangebracht met het opschrift: "Gaat dat zien, Ede bij nacht, slechts tien cent". Had iemand zijn dubbeltje geofferd, dan werd hij ontvangen door een dame die de buitendeur opende en de bezoeker een fraai gezicht kreeg op de donkere silhouetten van de Edese toren.


Tegenover die offervaardigheid van de burgerij stonden talrijke activiteiten van het korps. Veel medewerking op nationale feestdagen, bij demonstraties van de gymnastiekverenigingen, heideweken, tochten voor ouden van dagen, crisiscomité, kinderspelen en noem maar op. Bij een van deze laatste feestelijkheden, gehouden in het Edese bos werden de kinderen getrakteerd op handperen. Een kwajongen, blijkbaar geen fruitliefhebber liet ongemerkt zijn exemplaar, met de steel naar beneden, in de tuba van Henk Veenendaal zakken, die zijn instrument gemakshalve tegen een boom had gezet. Bij het terug marcheren naar het dorp kon Henk er ondanks alle inspanning geen noot uitbrengen . Thuis gekomen werd de tuba onderzocht maar niets te vinden,tot men op het idee kwam het instrument bij de firma Bruil met
een drukslang te laten doorspuiten,waarna de peer er uit vloog.


Wij memoreerden het reeds,geld is belangrijk voor een muziekvereniging en niet alleen voor instrumenten. Marsmuziek geven ging prima, maar een concert in de open lucht aanbieden bleek moeilijker. Aanvankelijk gebeurde dit ook in de tuin van "De Posthoorn", soms ook wel op bepaalde punten in het dorp, hetgeen echter een heel gesjouw met lessenaars met zich meebracht. Nadat de wekelijkse markt vanaf "de Posthoorn" naar het centrum was verplaatst, kwamen er plannen om op deze nieuwe markt een muziektent te bouwen.


Dank zij de medewerking van de heer Oostwaard en toestemming van b. en w. slaagde men in deze opzet en in juni 1924 werd hier onder grote belangstelling het eerste concert gegeven. Regelmatig werd voortaan in deze tent geconcerteerd, hoewel aanvankelijk nogal overlast en rumoer werd veroorzaakt door de opgeschoten jeugd. Later kwam er een politieverordening die het lopen en fietsen tijdens het spelen verbood waardoor het publiek heel wat rustiger van een concert kon genieten. Tevens werd meer aandacht geschonken aan het uiterlijk van de muzikanten; tot dusver liep ieder maar naar het hem uitkwam. De een blootshoofds, de ander met een pet op terwijl een derde het hoofddeksel van die tijd, een strooien hoed droeg.

In 1926 werd overgegaan tot aanschaffing van uniformpetten hetgeen al een hele verbetering betekende.
Dringend werd ook de noodzaak over een eigen oefenlokaal te beschikken; de eerste tien jaar van EFC betekende zwerven van het ene gebouw naar het andere. Men was begonnen waar de vereniging was opgericht, het volkskoffiehuis, waar 1,75 werd berekend voor het huren van een zaal. De eigenaar lette wel op de kleintjes; toen Piet van Elven, voor een noodzakelijke notitie even een stompje potlood leende en vergat dit weer terug te geven, werd prompt de volgende avond een dubbeltje meer berekend. Na opheffing van genoemd koffiehuis, waar Blokker zijn, later zo bekende, speelgoedzaak begon, verhuisde men naar café "De Korenbloem" om daarna achtereenvolgens voor korte of langere tijd onderdak te
vinden in de Vaktekenschool Heesterheide, openbare lagere school aan het Maandereind, het koetshuis van "De posthoorn" en de MULO-school op de markt.

In 1930 werden spijkers met koppen geslagen.Dankzij de opbrengsten van bazars ,verloting en collectes was een zodanig bedrag bijeen gebracht dat de bouw gerealiseerd kon worden. Van de gemeente werd een stukje grond, tegen een bedrag van 1 gulden per jaar aan erfpacht verkregen. Mede doordat een aantal muzikanten al hun vrije tijd er instaken kon nog hetzelfde jaar het gebouw onder de naam Musica in gebruik genomen worden. Overigens frappant dat er door de jaren heen zich altijd,naar verhouding althans veel bouwvakkers onder de leden bevonden.
Nog een wens leefde al geruime tijd onder de leden,namelijk het EFC om te zetten in een harmoniegezelschap Fanfare als marsmuziek klonk geweldig,maar bij het geven van concerten bood een harmoniebezetting veel meer mogelijkheden. Reeds in 1926 gingen er stemmen op om in deze richting maar de grote kosten hieraan verbonden schoven de plannen op de lange baan. Tot, in het begin van de dertiger jaren, de ENKA harmonie werd opgericht en men daar voor een koopje een aantal klarinetten op de kop kon tikken.


Op 30 december 1932 was de omzetting een feit en werd de naam van de vereniging gewijzigd in "de harmonie v/h EFC". Een en ander had wel tot gevolg dat men weer onderaan de muzikale ladder moest beginnen, maar de successen volgden elkaar zo snel op dat reeds in 1937 de ere afdeling werd bereikt.
Gedurende de oorlogsjaren gingen repetities en uitvoeringen zo goed en zo kwaad als het ging door, al werd het verenigingsleven tewerkstelling en onderduiken van diverse leden steeds moeilijker. Na 17 september 1944, toen de luchtlandingen en het bombardement op Ede plaats vonden, lag alles stil.


Trouwens de hongerwinter en talrijke razzia's stelden ook de Edese bevolking voor belangrijker problemen. Maar reeds daags na de bevrijding van Ede, 18 april 1945, trok "De Harmonie" met vrolijke
, muziek, omstuwd door de inwoners, door de straten, na de donkere jaren een tocht die door Edenaren, voor zover zij deze tijd hebben meegemaakt, nooit vergeten zal worden.

Bevrijdingsmars


De stijgende lijn van de Harmonie' zet zich voort: 24 mei 1950 een nieuw hoogtepunt. Ter gelegenheid van het zesde lustrum en wederom met financiële medewerking van de burgerij kon burgemeester Boot het korps uniformen aanbieden, die vijftien jaar dienst zouden doen om in 1965 door nieuwe te worden vervangen.


Ook 1953 werd een belangrijk jaar,de oude muziektent verdween om plaats te maken voor een fraaie koepel,ontworpen door J.Weyland jr en geheel door eigen krachten gebouwd. Op 30 mei 1953 werd deze koepel met een rede door burgemeester oldenhof en een concert in gebruik genomen. Nu zijn koepel en Musica resultaat van een enorme verenigingsliefde ,verdwenen,sterker nog,er is zelfs geen muziektent meer in ede. Geen wonder dat menigeen denkt ,waar het bij een concert van de harmonie zo goed toeven was. Zestig jaar muziek maken in Ede,bijkans een mensen leeftijd:met weemoed bekijken we de oude foto's waarop zoveel trouwe leden staan afgebeeld ,die al lang zijn heen gegaan. Want trouw was het overgrote deel van hen. Veertig jaar onafgebroken lid zijn van de harmonie was heel gewoon. De harmonie was een stuk van hun leven geworden.
Een paar namen willen we u niet onthouden. Daar was Aart.v.d.Blaak,die zoveel jaar de grote trom bediende,Kees Klein met de kleine uitgave .L.Weyland,de aannemer .P.v.Elven en J.Veenendaal ,allemaal mannen van het eerste uur.verder Henk Heyink,meer dan vijftig jaar lid,A.viets,die bij de marsmuziek altijd door het opsteken van de trombone het einde van de nummers opgaf,gebr.Gaasbeek,de stoere vaandeldragers en niet te vergeten A.Veldhuizen.de bassist .

Laatstgenoemde bereikte in 1967 een hoogtepunt van zijn muzikale loopbaan. Het radio filharmonisch orkest wilde het Requiem van Berlioz uitvoeren,maar beschikte niet over de nodige bastuba's.
Men ging informeren bij verschillende amateurorkesten en dirigent J.Stolp maakte de heren er op attent dat er bij de harmoenie een bassist speelde die ongetwijfeld aan de verwachtingen zou voldoen. En zo werkte Edenaar Veldhuizen ,na de nodige repetities in AVRO studio ,mee aan een concert in het Concertgebouw in Amsterdam.
Ook onder hen die dit zestigjarig nog wel kunnen meemaken bevinden zich leden met een lange staat van dienst . Nestor is Henk van de Ham,al van 1926 in het korps en die nog altijd zijn partij meespeelt, zelfs nog leerlingen onder zijn hoede heeft.
Dat is door de jaren heen traditie geweest ,jongelui die zich als lid opgaven,kregen hun eerste lessen van ervaren muzikanten. Na deze opleiding,die al naar gelang aanleg ,bij de een wat langer duurde dan bij de ander,werd hij in het orkest aangenomen.

Nog twee mensen die reeds meer dan veertig jaar werkend lid zijn, J.Gaasbeek en H.Hendriksen. resp klarinet en bariton spelend. Dan nog de ereledenW.V.Leersum,,thans ere voorzitter,die jarenlang de vereniging heeft geleid. B.Jansen die talrijke bestuursfuncties heeft vervuld.D.Pol en H.Veenendaal ,allemsaal mensen die met zovele anderen ,jarenlang het belang van de Harmonie hebben gediend en er een schat van herinneringen aan hebben over gehouden waarvan er hier een paar volgen.

De harmonie is altijd vlot geweest met het brengen van serenades aan mensen die een belangrijk feit vierden,ongeacht op welke sport van de maatschappelijke ladder de betreffende personen stonden.
Men ging even vrolijk naar Karel Jansen,de populaire oud koloniaal of mej.Bremer leidster van de enige bewaarschool die Ede telde,als naar dr.Weyer. Op een avond werd een dergelijk huldebetoon aan Pluim sr. eigenaar van café Marktzicht gebracht. Nu was het normaal dat de muzikanten na afloop wat te drinken kregen en bij een caféhouder zat men wat dat betreft zeker goed. Na de eerste mars te hebben gelopen en de voorzitter aan zijn speech begon ,verdween een aantal muzikanten door de zijdeur naar de tapkast om er alvast eentje te nemen . Voor de aanvang van het tweede nummer waren zij echter weer present om hun kameraden de gelegenheid te geven hetzelfde te doen. Een half uur lang volgede een perfect rouleersysteem tot Pluim,die met familie en genodigden op het terras en van het heen en weer lopen niets gemerkt had,meende Nou jongens,zo'n lange serenade hebben jullie niet vaak gemaakt,hartelijk dank ,kom nu maar eerst mee naar binnen om de droge kelen nat te maken,aan welk verzoek de muzikanten grinnikend gehoor gaven.

De ruitervereniging "De Valouwe" kon ook altijd op medewerking van "De Harmonie" rekenen. De ruiters gaven aan het eind van de zomer altijd een demonstratie avond in het Openluchttheater. Bij een van die avonden wilde men iets bijzonders, optreden van muzikanten te paard. Ongeveer vijftien leden van "De Harmonie" waren er voor te vinden ,wekenlang werd in de manege aan de Slunterweg op paarden van "De Valouwe" geoefend.
De mannen moesten aan de paarden wennen, het dier met de knieën leren besturen om de handen vrij te hebben voor hun instrument. Omgekeerd moesten de paarden vertrouwd raken met de muziek. Op de dag van de uitvoering was men overtuigd de zaak onder de knie te hebben. Helaas,: toen de stoet de helling af ging naar de grasmat van het openlucht theater en de man met de bekkens het signaal gaf de ingestudeerde mars in te zetten, schrokken de paarden zo van dat geluid dat zij steil omhoog sprongen en de muzikanten de grootste toer hadden om in het zadel te blijven, laat
staan hun instrument bespelen. IJlings toegeschoten leden van "De Valouwe" grepen de paarden bij het hoofdstel en zo begeleid konden de fiere ruiters van "De Harmonie" even later toch hun nummer ten beste geven.


Wij willen het hierbij laten: nog één naam willen we vermelden die van destijds, mej. H. v. Zoelen, fluitiste, jarenlang het enige vrouwelijke lid van het korps, in die jaren een unicum. De Harmonie" neemt nog altijd een vooraanstaande plaats in, zij het dan dat geen drommen opgewonden mensen hen bij terugkomst van een gebeurtenis opwachten. De tijden van het intieme dorpsleven zijn voorbij. Ede is groot geworden, maar ook onder de gewijzigde omstandigheden zijn wij ervan overtuigd dat De Harmonie onder leiding van de actieve voorzitter Hendiksen een goede toekomst tegemoet gaat.



H. J. Nijenhuis