Aan
het begin van de toen nog Otterloseweg, thans Bospoort 9-11, stond vroeger "De
Korenbloem", een heel bekend café, als laatste pleisterplaats voor
men het dorp verliet. Jarenlang heeft daar Cornelis Teunissen, geboren 17 juni
1859 te Oosterbeek, de scepter gezwaaid. Deze Teunissen, bij de burgerlijke stand
ingeschreven als winkelier en tapper, kwam, na zijn huwelijk met Gerina Johanna
Bous naar Ede en kocht "De Korenbloem", destijds nog als herberg betiteld.
Helaas overleed zijn vrouw vrij jong, waarna hij opnieuw in het huwelijk trad
met Cornelia Versteeg. Het zou een
behoorlijk gezin worden, drie kinderen uit
het eerste en acht uit het tweede huwelijk. Maar ruimte genoeg: het pand was enorm
groot; twee hoge verdiepingen met daar boven een zolder vanwaar men door de dakvensters
het gehele dorp kon overzien. Naast de gelagkamer bovendien nog een ruime sigarenzaak
die verhuurd was aan de heer Plomp.
Verder de nodige schuren, ook al onmisbaar,
want de kastelein was tevens varkenshandelaar. Op gezette tijden trok hij de
boer op en kocht links en rechts krulstaarten bestemd voor exportslachterijen.
Deze werden, tot de dag van aflevering ondergebracht in de aanwezige schuren.
Volgens een vaste stelregel mochten de dieren de ochtend van die dag, althans voor
het wegen niet gevoerd worden, maar dan bleek het afschuwelijk gekrijs tot in
de verre omgeving zo hinderlijk dat toch maar wat lichte kost werd gegeven.
Hierdoor keerde niet alleen de rust weer, maar ook het totaal gewicht steeg met ettelijke
kilogrammen. Tevens deden de schuren van tijd tot tijd dienst als opslagplaats
van graan ten behoeve van de
boerenbonden van Wekerom en De Valk dat per schip
in Wageningen werd aangevoerd. Teneinde dat liggeld van de boot zo laag mogelijk
te houden werd het graan eerst bij "De Korenbloem" gedeponeerd om later
pas naar de silo's van beide bonden te worden vervoerd.
 |
Teunissen
met dochter Maartje in de gelagkamer,links de vaten drank en op de achtergrond
de fraaie hangklok. |
Op zondag waren erf en de braakliggende
grond tegenover het café het domein van boeren uit de omgeving, die, op
weg naar de kerk, daar hun paard en wagentje stalden. Van de gelagkamer werd door
hen weinig gebruik gemaakt, alleen bij een doopdienst. De vrouwen en de kinderen
in de kerk brachten,reden wel gelijk met de ouders mee ,maar daar deze eerst vanzelfsprekend
de dienst bijwoonden,waarna pas de doopplechtigheid plaatsvond,bleven zij een
uurtje in de gelagkamer zitten.
Mocht één van de baby's het op
een huilen zetten, dan stemde al gauw het hele stel daarmee in.
Maartje, de
dochter van Teunissen, wist daar raad op, zij pakte een fles annisette en gaf
elk kind daarvan een theelepeltje, in hardnekkige gevallen zelfs twee, waarop
de zuigeling al gauw weer in slaap sukkelde.
 |
Een
beeld op de overzijde van De Korenbloem |
Rond "De
Korenbloem" speelden zich trouwens meer zaken af die weinig met een café
gemeen hadden. Soms werd in een schuur een varken geslacht; het vlees en spek
werd door de eigenaar pondsgewijze. beneden slagersprijs aan de man gebracht;
men noemde dat "uitponden". Een ander maal verschenen Spakenburger vissersman
voorraad vis. De gewaarschuwde klepperman Van der Meyden bracht de dorpelingen
van hun komst op de hoogte, waarop de huisvrouwen
bijkans op een draf naar
"De Korenbloem" liepen.
"De Korenbloem" bezat volledige
vergunning, wellicht mede daardoor werden er in de morgenuren nogal wat zakelijke
transacties afgewikkeld, terwijl anderen voor het middageten een borreltje kwamen
halen. Eén vaste
klant zat elke morgen, onder het genot van een kopie
koffie, het ochtendblad te lezen, waarvan hij, uit bezuiniging, zijn abonnement
had opgezegd. Op deze manier lees ik de krant gratis", meende hij, maar vergat
gemakshalve zijn vertering. De avond betekende voor de meeste klanten biljarten
of kaarten, waarbij Teunissen wel zorgde dat zij voor elf uur, sluitingstijd,
op straat stonden. Daar werd door de politie scherp op gelet, maar de kastelein
zette in de loop van de avond, ongemerkt, met kleine rukjes, tot een totaal van
een kwartier de klok vooruit. Zodra dit fraaie uurwerk, dat nog altijd in het
bezit van de familie Teunissen is, elf slagen liet horen, riep hij: "Heren,
hoogste tijd om af te rekenen"
 |
De
Korenbloem met sigarenzaak in vroegere glorie |
Dienstplichtigen
van het garnizoen komen, in tegenstelling tot andere café's, in "De
Korenbloem" weinig; blijkbaar lag dit punt te ver van de kazernes,alleen,
eigenaardig, de avond voor het afzwaaien kwamen de militairen in drommen aanzetten.
Zij waren dan, begrijpelijk in uitbundige stemming en vulden rumoerig de hele
gelagkamer, zonder dat echter de zaak uit de hand liep.
Alleen het afrekenen
gaf moeilijkheden;Teunissen kon bij al die drukte het aantal consumpties niet
precies bijhouden, naar kwam met een soort Salomo beslissing. Hij liet elke
soldaat, ongeacht of hij veelof weinig had gedronken, een gulden betalen.
Eveneens
wemelde het hier van militairen de ochtend als de veldartillerie met stukken en
bemanning voor oefeningen naar Oldebroek vertrok. Het erf in omgeving van "De
Korenbloem" vormde dan verzamel en vertrekpunt; een wonder dat er nog gauw
een pilsje werd genomen voor de lange rit begon.
Naast vaste bezoekers kwamen
van tijd tot tijd een buitenbeentje de gelagkamer binnen zoals bijvoorbeeld Frans de
stoelenmatter. Frans was, volgens eigen zeggen althans, een bekeerd man en liet
dat blijken door kwistig met bijbelteksten te strooien. Dat deed op deze plaats
wat vreemd aan en één van je kaartspelers merkte dan ook op toen
Frans zijn zoveelste borrel achterover sloeg: "Jij mag dan wel voor vroom
doorgaan, maar van genever ben je net zo min vies van als wij" "Och",
meende de aangesprokene,"let er maar niet op wat mijn mond ingaat, maar liever
wat er uit komt".
Ofschoon er voldoende ruimte was kon men in "De
Korenbloem" niet overnachten; voor al die rompslomp voelde Teunissen niets.
Hij maakte evenwel een uitzondering voor "het Staphorster boertje",
in die jaren een bekend kruidendokter. Deze man, bij de burgerlijke stand ingeschreven
als Stegeman, reisde het gehele land af en kwam elk jaarook een paar weken naar
Ede, waar hij in "De Korenbloem" logeerde. Zodra zijn komst bekend was
gemaakt, kwamen de aanvragen voor bezoek van de wonderdokter, zelfs per telefoon,
want heel vooruitstrevend was "De Korenbloem" onder no.55 aangesloten.
Voor die visites op diverse plaatsen in de wijde omgeving ging Teunissen of één
van zijn jongens mee om de weg te wijzen, trots op de duo van het moderne vervoersmiddel,
een "stoomfiets", waarop Stegeman altijd reed. Heel wat mensen hebben,
of meenden dat althans, baat gevonden bij de kruiden, zalfjes of raadgevingen
van "het Staphorster boertje".
Voor de aardigheid één
van zijn gratis adviezen, op zekere dag kwam Stegeman weer aantuffen, juist toen
Teunissen al drie dagen de hik had. Dokter Weyer wist er geen raad mee, dus meteen
de kruidendokter geraadpleegd.
Een heel simpel geval", meende deze, neem
een hand vol goede peper en snuif die goed op. Dan ga je proesten en niezen
van jewelste, maar daardoor verdwijnt de hik". Inderdaad, het simpele middel
werkte voortreffelijk en wordt hier als herinnering aan "het Staphorster
boertje", gratis doorgegeven.
Teunissen was een man met een nuchtere kijk
op het leven en allerminst bekrompen. In de beruchte dertiger crisisjaren kwamen
op een middag vier werkeloze jongens het café binnen.
Teunissen tapte
vier glazen bier, zette die bij hen neer met de woorden: "Hier jongens, die
zijn voor mijn rekening".
Een zoon, die ook achter de tapkast stond, zei:
"Wat ben je royaal, vader". "Nee jongen", was het antwoord,
dat zij niets kunnen verteren, is hun schuld niet en toch gun ik ze best
een glas bier.
Doe ik dit niet, dan bestelt de eerste een rondje, de anderen
willen niet achterblijven en het eind van het liedje is, dat ik minstens zestien
consumpties kwijt ben, want dan klinkt het: " Wij hebben geen poen, schrijf
het maar op de lat" .
Nu durven Zij zoiets niet, Integendeel, zij zeggen:
"Die Teunissen is toch een fidele vent".
Inderdaad, de kastelein
was sociaal gevoelig en altijd bereid anderen te helpen. Het was destijds nog
wet dat bij het afsluiten van een hypotheek of lening, de aanvrager een borg
moest opgeven die garant stond voor de aangegane
verplichtingen. In dergelijke
gevallen deed men nooit tevergeefs een beroep op hem; de notaris uit die tijd
kon er over mee praten. Bovendien stipt eerlijk; eens vond Teunissen in de
omgeving van de Driesprong een portefeuille. Bij een vluchtig onderzoek bleek
deze ruim vijfhonderd gulden te bevatten en eigendom te zijn van de aardappelhandelaar
Vermeulen. Deze woonde aan de Hessenweg, dus fietste de vinder daarheen. De twee
kenden elkaar goed, dus klonk het heel normaal toen Teunissen zei: "Nou
kan ik hier in de buurt een best varken kopen, maar heb toevallig geen geld
bij me, kun je me aan een paar honderd gulden helpen". "Natuurlijk man",
zei Vermeulen en ging naar binnen om geld te halen. Het duurde even voor
hij verschrikt terug kwam.
Ik moet direct naar de politie, mijn portefeuille
is verdwenen" Pas op dat moment kwam een lachende Teunissen met zijn
vondst voor de dag tot grote opluchting van de aardappelhandelaar.
In de dertiger
jaren ging de gezondheid van de kastelein achteruit. De heer Plomp was inmiddels
verhuisd naar de vroegere Bospoortstraat en toen ging Teunissen de sigarenzaak
drijven. Café met vergunning werd verhuurd, eerst
aan de heer Drost,
later de heer Hazeleger en daarna aan de heer Van Sweenen. In de tweede wereldoorlog
is "De Korenbloem" afgebrand na de bevrijding is het pand in de
huidige staat weer opgebouwd en is er al jarenlang bouwmaterialenhandel Louwerse
gevestigd. Cornelis reunissen overleed, na een werkzaam leven, 18 mei 1937.
H.
J. Nijenhuis

