Nog
dagenlang is er na de bevrijding van Ede op 17 september '45 met tanks en artillerie-stukken
geschoten op Veenendaal. Constant stonden de lopen van de kanonnen van het geschut
op die plaats gericht omdat Duitsers en voomamelijke Hollandse Waffen SS zich
daar hadden verschanst. Tegelijkertijd "jitterbugden" reeds de Edese
schonen op de toppers van toen in Canadese clubs.
Een ooggetuige: "Ik
herinner me nog duidelijk het gefluit van de granaten. Geen onbekend oorlogsgeluid
want we hadden hier al vaak die Duitse V-1 's horen overkomen, op weg naar
Antwerpen. En wij maar luisteren of de motor niet stil viel, want dan zou het
ding naar benedenkomen. Dat is meermalen gebeurd, waarbij huizen totaal werden
verwoest.
Het zou nog tot 9 mei duren voor Veenendaal was bevrijd; vier
dagen nadat de rest van ons land al het Duitse juk van zich afgeschud had en in
een feestroes leefde. Maar tenslotte wist ook Veenendaal, dank zij een snelle
geallieerde actie onder de druk van de Duitse laars uit te komen. Intussen zag
je na vijf bange oorlogsjaren in Ede weer volop het rood-wit-blauw en oranje.
Kinderen
met vlaggetjes,met Edese schonen flirtende Canadezen en Britten en de jacht op
de NSB-ers, verraders,collaborateurs,zwart handelaren en andere foute Nederlanders.
Liefdesaffaires
Maar
het werd ook tijd voor grote feesten,samen met de Edese bevrijders. Velen herinneren
zich nog de grote optochten,hossende menigten,soms met de harmonie voorop. De
vele dancings,de "bevrijdingssound" van de plotseling overwaaiende
Britse en Amerikaanse jazz en amusemenstmuziek,de sportwedstrijden met de bevrijders,maar
ook de opbloeiende liefdesaffaires tussen Edese meisjes en de geallieerden.
Dat
liep op een gegeven moment zo de spuigaten uit dat in de zomer van 1945 het uit
de illegaliteit voortgekomen dagblad Trouw met een waarschuwende vinger betoogde
dat We met de Canadezen in de maag zaten. "Zij hebben ons land en volk bevrijd,
maar onze meisjes en vrouwen gaan er aan en daarmee onze toekomst", aldus
het blad, dat massale prostitutie, een groot aantal "onwettige" kinderen
en een golf van venerische ziekten voorspelde.
Niettemin, het leven ging door.
De jeugd amuseerde zich op de klanken van Don't fence me in, you are my sunshine,
In the mood, Paperdoll, It had to be y ou, Vera Lynn-evergreens en andere "toppers"
van toen in de Canadese "clubs" en danspaleizen.
Er ontstonden Nederlandse
liedjes als "Trees heeft een Canadees", men rookte Sweet Caporal, Wild
Woodbine, MacDonald en Players, maakte tochtjes in jeep of op de BSA en er was
volop "meat and vegetables", kauwgum en chocolade.
Grote verveler
Ook
in Ede zorgden de geallieerden al vrij gauw voordrink en dansgelegenheden om met
deze vormen van recreatie de "Grote Verveler" te lijf te gaan. Zo
waren er de Rendez-VousClub, Legion Hut en ApolloDance Hall waar Edese meisjes
zich, met hun Canadese vrienden amuseerden, bij de hoki-poki, foxtrot, jive
en jitterbug.
De Canada Club en Apollo Hall waren afgeladen en er ontstond
een levendige (zwarte) handel in toegangsbewijzen voor de Sergeant's Dance
als vrijdagsavonds de Joe Smith's Dance Band de voetjes van de vloer bracht.
Het
duurde nog tot medio november voor de laatste met de MapleLeaf getooide Canadese
voertuigen Ede weer uitreden.

