Twee oudstrijders uit Otterlo


Otterlo eens (zij het voor korte tijd) van 1januari 1812 tot 1januari 1818.,een zelfstandige gemeente met de heer G.Pothoven als maire of wel burgemeester, heeft verschillende mannen gekend die als militair carrière hebben gemaakt. Op een tweetal van hen willen wij wat nader ingaan, te meer daar ondanks het grijze verleden, verschillende bewijzen hun loopbaan kunnen staven. Daar was allereerst Zweeris Harmen van Otterloo, zoon van Zweeris van Otterloo en Evertje Esveld, geboren 4 januari 1776 te Otterlo. Het waren rumoerige tijden, soldaten voerden de boventoon. Het leger stond garant voor goede verzorging en avonturen.
Vooral dat laatste trok de jonge Zweeris aan, nog geen twintig jaar oud, om precies te zijn 5 augustus 1795, nam hij, als vrijwilliger dienst bij het tweede regiment cavalerie, onder generaal Daendels.
In genoemd jaar was juist ons land, onder invloed van de patriotten, omgevormd tot de Bataafse Republiek, die stand zou houden tot 1806, toen Lodewijk Napoleon koning van Holland werd.


De Republiek beschikte aanvankelijk over leger en vloot, maar deze laatste werd door de Engelsen, met wie wij weer eens in oorlog waren, in 1797 voor Kamperduin, grotendeels vernietigd. Het landleger, onder leiding van de felle patriot H. W. Daendels stelde ook al niet te veel voor mede doordat op Oranje gezinde jonge mannen uiteraard niet gerekend kon worden.
De jeugdige Zweeris onderging, na een korte opleiding, in 1796 zijn vuurdoop tijdens hardnekkige gevechten aan de Rijn, tegen de Pruisen. Een paar jaar later in 1799 vocht hij op Hollandse bodem, Engelse en Russische troepen, landen aan de Noordhollandse kust, bezetten Den Helder en trokken vervolgens zuidwaarts.
Generaal Daendels kreeg bevel hen terug te dringen, zonder succes overigens. Reeds waren de aanvallers tot Castricum benaderd toep de Franse-generaal Bruné met zijn troep de Hollanders te hulp kwam en de vijand, via Den Helder, de aftocht blies. In 1806 wordt Zweeris van Otterloo bevorderd tot korporaal bij het tweede regiment kurasiers, een speciaal onderdeel van de cavalerie. Kurasierwas een ruiter voorzien van extra beveiliging bestaande uit borst en rugharnas en bewapend met een lange sabel.
In deze rang vocht Zweeris opnieuw tegen de Pruisen, kwam in 1807 in het groot armeé van de Franse maarschalk G. J. Molitor, trok op tegen de Zweden en was present bij het beleg van Dantzig van 10 mei tot 3 juni 1807 .
Het volgend jaar is hij in Denemarken en neemtin 1909 deel aan de bestorming van Straalzand. Dan wordt Zweeris overgeplaatst naar het veertiende regiment kurasiers en neemt deel aan de zo bekende en beruchte tocht naar Rusland.

Napoleon in eigen persoon stond thans aan het hoofd van zijn talrijke troepen; op 24 juni 18l2 word, de Njemen overgestoken, 17 augustus Smolensk veroverd en op 14 september trekken zijn mannen zegevierend Moskou binnen. Helaas geen vijand meer te bekennen, de stad is geëvacueerd met medeneming van alle voedselvoorraden en voor een groot deel in brand gestoken.
Er komt geen vredesvoorstel van Russische zijde en derhalve besluit Napoleon 19 oktober 18l2 in arren moede Moskou. weer te verlaten. Het wordt een onmenselijke terugtocht door de inmiddels ingevallen strenge winter en de plotseing weer opgedoken achtervolgende Russen. Van 25 tot 27 november wordt de Beresina overgestoken waarbij alleen al tienduizenden soldaten het leven lieten.


Bij deze tocht bevonden zich rond 15.000 Nederlanders waarvan slechts een paar honderd er het levend afbrachten, onder wie ook is Zweeris van Otterloo. Deze man moest wel onder een gelukkig gesternte zijn geboren,vanaf 1796 had hij in half Europa gevochten, zonder een schrammetje op te lopen. Na de volkerenslag bij Leipzig, 16 tot 19 october 1813, was het gebeurd met Napoleon, Pruisische en Russische troepen trokken op naar Parijs. Zweeris van Otterloo wordt 31 januari 1814 eervol
ontslagen en keert terug naar het vaderland.
Maar hij heeft nog geenszins zijn bekomst van het soldatenleven, want in 1815 is hij wachtmeester bij een regiment dragonders onder Prins Frederik van Oranje en vecht nu tegen de Fransen. Het maakt hem weinig uit of hij voor patriotten dan wel prinsgezinden zijn leven waagt. Inmiddels had Napoleon kans gezien van zijn verbanningseiland Elba te ontsnappen en opnieuw een leger op de been gebracht, waarmede hij naar het noorden trok.


Bij Waterloo werd hij, 18 juni 1815, door de geallieerde strijdkrachten beslissend verslagen.
Ook hier was Zweeris present envging het nu tegen vroegere krijgsmakkers, deze veteraan trad opnieuw op de voorgrond, Zo zelfs dat hij, 11 augustus 1815, het ridderschap van de Militaire Willemsorde ontving, de hoogste onderscheiding voor een soldaat bereikbaar.
Enkele jaren later, 19 februari 1819, wordt hij bevorderd tot cornet met de rang van luitenant. In het museum Oud-Ede bevinden zich kopieën van de originele stukken waarin zijn staat van dienst, bevorderingen en deelgenomen veldslagen worden vermeld. Omstreeks 1820 neemt hij ontslag uit het leger en staat voortaan ingeschreven als gepensioneerd luitenant. Hij acht de tijd gekomen een gezin te stichten en huwt met Cijntje van Mameren, afkomstig uit Kapel-A vezaath. Het echtpaar gaat in
Ede wonen en Zweeris begint; eigenlijk vreemd voor een oud-officier, een bakkerij, die veel meer dan een eeuw stand zou houden.
Van zijn kinderen zijn verschillende heel bekende Edenaren geworden.
Een andere jongeman uit Otterlo die het als militair wel zag zitten, was Evert Jan Beumer.

Hij was als zoon van de timmerman Willem Beumer en Berendine Goudenbelt 3 november 1792 te Wageningen geboren, maar enkele jaren later verhuisde het gezin naar Otterlo. In 1814 tekende Evert Jan Beumer, als vrijwilliger een zesjarig dienstverband bij het regiment "huzaren van Boreel", een legeronderdeel dat door de jaren heen is gehandhaafd en thans in Amersfoort is gelegerd.

Ter gelegenheid van het honderdvijftig jarig bestaan werd in 1963 een jubileumboek uitgegeven waaraan wij enkele gegevens ontlenen.
Op 25 november 1813 ontving jonkheer Willem, Francois Boreel, geboren 3 september 1774 te Amsterdam, van de souvereine vorst opdracht een regiment huzaren te formeren waarvan hij, in de rang van luitenant-kolonel, het commando zou krijgen. De Franse overheersing was ten einde, ons land moest nu zo spoedig mogelijk weer over een geoefend leger kunnen beschikken. De eerste januari 1814 begon de werving; door het gehele land werden vrijwilligers middels aanplakbiljetten en speciale bureau's opgeroepen zich te melden. Deze actie drong ook door tot in Otterlo, de jonge Evert Jan Beumer zag er wat in en tekende zes jaar. Nog datzelfde jaar is de organisatie voltooid; in de volksmond werden de vrijwilligers al gauw "de huzaren van Boreel"gernoemd, een naam die door de jaren heen zou blijven.
Evert Jan voelde zich thuis bij de huzaren en het fraaie uniform, een eigen paard, de kameraadschap en de bewondering die het regiment alom ten deel viel, niet het minst bij het zwakke geslacht, vervulde hem met trots.
Maar ook hier bleek niet alles goud wat er blonk, nadat de mannen voldoende afgericht en geoefend waren, werd het regiment zuidwaarts gedirigeerd. Zoals reeds gemeld, een herboren Napoleon was met een leger onderweg en ook Nederlandse troepen moesten hun aandeel bijdragen om deze opmars te stuiten. Het eerste treffen tussen de huzaren en de Fransen vond plaats op 16 juli 1815 bij Quatre Bras, de overmacht bleek te groot en Boreel was genoodzaakt zijn mannen terug te trekken.
Twee dagen daarna volgde de slag bij Waterloo, opnieuw werd zwaar gevochten en Evert Jan droeg zijn steentje bij. Op geven moment werd zijn paard onder hem weggeschoten, maar hij greep onmiddellijk het ros van een gevallen makker en zette de strijd voort.
Enige tijd later onderging deze viervoeter hetzelfde lot, maar nu kon Evert Jan niet snel genoeg uit de stijgbeugels komen. Hij viel met het paard op de grond, drukte zich strak tegen het nog warme dierenlijf aan en bleef liggen tot het strijdgewoel zich had verplaatst. Later bleek dat zijn linkerbeen ernstig in de knel had gezeten, een euvel waardoor hij zijn verdere leven enigszins mank liep.
Maar de geallieerden brachten Napoleon een verpletterende nederlaag toe mede met hulp van "de huzaren van Boreel".


Na nog een tijdlang op Franse bodem te hebben vertoefd, kon Boreel met zijn mannen huiswaarts keren. In Haarlem werd op 27 december 1815 een triomfale intocht gehouden waaraan ook Evert Jan Beumer deelnam en de hulde van het thuisfront in ontvangst nam.
De eerste november 1820 was zijn diensttijd afgelopen: hem werd een groot fraai paspoort verstrekt, ondertekend door kolonel Boreel met talrijke gegevens betreffende zijn persoon, staat van dienst en datum van ontslag. Dit document, alsmede een fraai schilderij van de huzaar Evert Jan Beumer, bevindt zich nog altijd, zelfs in zeer goede staat, in het bezit van de huidige generatie Beumer.


Aardig is hoe op dit paspoort de lengte van Evert Jan wordt aangegeven n.l. een ellen, zes palmen, vijf duimen en drie streken; rekent u zelf maar uit hoe lang de man is geweest. Verder zijn signalement: gezicht en voorhoofd rond, haren en wenkbrauwen bruin alsmede kleine mond en neus. Tevens werd hem bij uitreiking een bedrag van 77 gulden en 54 1/2 cent uitbetaald, waarbij echter niet wordt vermeld over welke periode deze soldij gold.
Verder gaf kolonel Boreel op dit paspoort uitdrukkelijk order aan alle militaire en burgelijke autoriteiten genoemde Evert Jan Beumer ten alle tijden ongehinderd te laten passeren en zonodig hulp te verlenen. Dat betekende voor hem o.m. voortaan te zijn vrijgesteld om tolgeld te betalen, waarvan hij de rest van zijn leven een dankbaar gebruik heeft gemaakt.


Evert Jan Beumer keerde terug naar Otterlo, drukte de voetsporen van zijn vader en werd timmerman. Hij huwde 19 mei 1832 met Willempje Teunissen. Het echtpaar kreeg zeven kinderen die voor een uitgebreide familie Beumer in Otterlo en omgeving hebben gezorgd en waarvan nog altijd één telg aannemer .
H. J. Nijenhuis.