Jubileumlantaarn

Toen op 1 mei 1906 de eerste militairen naar Ede kwamen om de gloednieuwe kazernes te betrekken, waren niet alle Edenaren daar gelukkig mee. Bezorgde huisvaders zagen de onschuld van hun opgroeiende dochters bedreigd door jongelui die na een aantal maanden toch weer wegtrokken. Anderen waren van mening dat de landelijke rust en leefpatroon van ons dorp zouden verdwijnen om plaats te maken voor moderner opvattingen. Een derde categorie evenwel beschouwde hun toekomst als een vooruitgang die alleen maar vruchten kon afwerpen.


Zij kregen gelijk. Van enige wrijving bleek geen sprake: integendeel al spoedig ontstond een band tussen burgers en militairen, vooral door het beroepskader. Zij immers kwamen, met hun gezinnen in Ede wonen en zijn voor de ontwikkeling van sport en cultuur in onze omgeving van grote betekenis geweest.
In dit verband willen we allereerst de onderofficieren toneelvereniging "Advendo" noemen.
Ontelbare voorstellingen hebben zij in het, thans verdwenen, "Buitenlust" gegeven voor militairen en burgers.

Het repetoire bestond veelal uit blijspelen; vooral "de Suikerfreule" en de tante uit Indië" waren successtukken waar de op dit gebied weinig verwende Edenaren dagen over spraken. Deze uitvoeringen, steevast besloten met een gezellig bal, vormden de hoogtepunten van het winterseizoen.
Regisseur en vaak hoofdrolspeler was de heer Koch, die een sigarenwinkel aan het Maandereind dreef. Nog wat bekende leden van "Advendo, waarbij opvalt dat veelal echtparen, soms zelfs met hun kinderen, voor het voetlicht kwamen, de familie's Hogervorst, Vermaat, Van de Kolk, Burgers, Hupkes en Moreau. Geen wonder dat voor de eerste Heideweek in 1935, een beroep op "Advendo" werd gedaan en mevrouw Hogervorst tot heidekoningin werd gekozen.
Ook de officieren bezaten hun toneelgezelschap "Het Heidebloempje". Hun voorstellingen trokken, begrijpelijkerwijze, een ander soort publiek en spraken de gemiddelde Edese burger minder aan. Zowel "Advendo" als "Het Heidebloempje" zijn na de oorlog niet weer teruggekomen en leven alleen in de herinnering voort.

Voor een ander militaire optreden, waarvan de burgerij volop kon genieten, zorgde de E.O.O.].V. ofwel de Edese onderofficierenjachtvereniging. De leden waren alle onderofficieren van de Veldartillerie en dus gewend met paarden om te gaan.
Geen nationale feestdag of vooroorlogse Heideweek was compleet zonder medewerking van deze ruiters.
Nu we toch bij de bereden militairen zijn aangeland, onvergetelijk blijft ook de O.M. V.A. het populaire muziekkorps te paard, opgericht door de staftrompetter P. Tabois, tevens dirigent. Niet alleen bij militaire zaken, parade's beëdigingen of medaille uitreikingen waren zij present, maar gaven regelmatig concerten in de muziektent op de markt of, zorgden, hoog te paard gezeten, voor vrolijke marsmuziek in het dorp.
Geen wonder dat door deze band tussen militairen en burgers het vijfentwintigjarige bestaan van het garnizoen in Ede, mei 1931 feestelijk werd gevierd.
Een commissie met de burgemeester aan het hoofd, had een feestprogramma in elkaar gezet
en een inzameling onder de burgerij bracht voldoende geld bijeen om een monumentale jubileumlantaren aan te bieden die geplaatst werd voor de infanteriekazerne's. Helaas, toen bij het invallen van de duisternis dit geschenk in volle glorie zou branden, klopte er iets niet. Men had vergeten, of misschien waren de centen niet toereikend, het geval op de gastleiding aan te sluiten.
De volgende dag hebben genie militairen dit andere deel voor hun rekening genomen. In de oorlogsjaren is deze lantaren door de bezetters afgebroken.

Voor een ander militaire optreden, waarvan de burgerij volop kon genieten, zorgde de E.O.O.].V. ofwel de Edese onderofficierenjachtvereniging. De leden waren alle onderofficieren van de Veldartillerie en dus gewend met paarden om te gaan.
Geen nationale feestdag of vooroorlogse Heideweek was compleet zonder medewerking van deze ruiters.
Nu we toch bij de bereden militairen zijn aangeland, onvergetelijk blijft ook de O.M. V.A. het populaire muziekkorps te paard, opgericht door de staftrompetter P. Tabois, tevens dirigent. Niet alleen bij militaire zaken, parade's beëdigingen of medaille uitreikingen waren zij present, maar gaven regelmatig concerten in de muziektent op de markt of, zorgden, hoog te paard gezeten, voor vrolijke marsmuziek in het dorp.
Geen wonder dat door deze band tussen militairen en burgers het vijfentwintigjarige bestaan van het garnizoen in Ede, mei 1931 feestelijk werd gevierd.
Een commissie met de burgemeester aan het hoofd, had een feestprogramma in elkaar gezet
en een inzameling onder de burgerij bracht voldoende geld bijeen om een monumentale jubileumlantaren aan te bieden die geplaatst werd voor de infanteriekazerne's. Helaas, toen bij het invallen van de duisternis dit geschenk in volle glorie zou branden, klopte er iets niet. Men had vergeten, of misschien waren de centen niet toereikend, het geval op de gastleiding aan te sluiten.
De volgende dag hebben genie militairen dit andere deel voor hun rekening genomen. In de oorlogsjaren is deze lantaren door de bezetters afgebroken.

Nu is dit alles allang verleden tijd: geen marcherende infanteristen meer door het dorp of stukken veldgeschut met bespanningen op de heide. De opleiding van de militairen is totaal veranderd waardoor grotendeels het vroegere contact tussen burger en militair is verdwenen.