Sinds
1969 niet één garnizoensfanfare meer
Edee mag dan
één van de grootste legerplaatsen van Gederland zijn, een garnizoensfanfarekorps
is er sinds 1969 niet meer. Toen werd het dertien jaar eerder opgerichte korps
ontbonden wegens gebrek aan geld en belangstelling en daarna zijn er nooit
meer pogingen gedaan om een nieuw korps op te richten.
Bij militaire plechtigheden,
zoals beëdigingen, wordt nu een beroep gedaan op kapellen van andere Iegeronderdelen,
uit andere plaatsen.
Voor de Tweede Wereldoorlog zag het er allemaal anders
uit.
Toen waren er in Ede twee militaire muziekgezelschappen, een van de artillerie
en een van de infanterie. Laatstgenoemd onderdeel keerde na de oorlog echter niet
naar Ede terug en ook het andere muziekkorps verdween.
Tot 1956 was het voor
de Edenaren niet mogelijk om daar de muziek van een "eigen" militaire
kapel te luistereo. Toen in 1956 het garnizoen een halve eeuw bestond werd er
twaalfduizend gulden bij elkaar gebracht met de bedoeling weer een militair muziekkorps
op te gaan richten.
De burgerij had daarmee aardig in de buidel getast en het
ministerie van defensie bleef niet achter. Het Edese korps zou op twaalfhonderd
gulden per jaar kunnen rekenen. Het duurde echter enige tijd voordat er daadwerkelijk
muziek gemaakt kon worden. Er waren wel mensen genoeg, zowel van de artillerie
als de verbindingsdienst maar velen daarvan hadden nog nooit een noot geblazen.
Bovendien moesten er instrumenten komen.
De toenmalige garnizoenscommandant
van Ede, luitenant-kolonel C. van Dommelen wist dat er in Haarlem nog wat instrumenten
lagen, die niet gebruikt werden.

Taptoe
Toen die spullen eenmaal in Ede waren kon er geoefend worden,op een doordeweekse
avond en op zaterdagmorgen.
Van Dommelen droeg de muziek een goed hart toe
en maakte van de oefenuren soms "dienst". Van hogerhand werd uitgemaakt
dat het korps alleen in het garnizoen mocht optreden, dat wil zeggen in Ede. Het
resultaat was ondermeer een taptoe op het voetbalveld achter De Reehorst. Toen
het korps ook "naar buiten" mocht werd de Nijmeegse Vierdaagse opgeluisterd.
Er werd zelfs een nieuw stuk gearrangeerd, de Verbindingsmars.
Het korps zou,
zo was vooraf geregeld, uitsluitend uit beroeps-onderofficieren bestaan. Dat bleek
funest toen de hele afdeling veldartillerie in 1968 Ede verliet.
Aanvulling
met dienstplichtige soldaten gaf nog wat soelaas maar deze mensen bleven te kort
in Ede om goed "in te kunnen spelen". Toen ook nog de subsidie van
defensie verviel, kwam het muziekkorps in moeilijkheden. Weliswaar stak de welzijnszorg
de helpende hand toe maar dat redde de zaak niet. Een burgerdirigent was ook geen
succes.
Aan het eind, in 1969 was er niet meer over dan een amusementsorkestje
en daarom kreeg de toenmalige drumbandleider de opdracht om de hele zaak op
te doeken. De instrumenten werden wegens ouderdom afgevoerd. In de jaren daarna
zijn er geen pogingen ondernomen een nieuw korps op te richten.
