Ze
hebben me gekneveld ,handen geboeid op mijn rug en mij opgehangen aan mijn vastgebonden
enkels. Terwijl
ik zo hing werd ik geschopt en slingerden ze me heen en weer.
Mijn hoofd bonsde tegen de muur en tegen een
kachel die in het vertrek stond.
Drie keer sloegen ze me bewusteloos en steeds werd ik weer met water bij gebracht.
Eerst met een kopje water, de derde keer met een hele emmer. 's Morgens vroeg
werd ik naar De Wormshoef gebracht en in een kast opgesloten. Ik lag met mijn
benen omhoog tegen de kastwand omdat de kast te klein was om er echt helemaal
in te liggen. Ik kon er alleen in staan. Ik was vreselijk bang dat ik, toen ik
buiten bewustzijn was, iets gezegd zou hebben. Maar dat bleek gelukkig niet het
geval te zijn. Mijn polsen, die op mijn rug geboeid waren, gingen ontzettend pijn
doen, want daar lag ik op. Dat duurde zo een paar dagen. Af en toe werd ik
uit gehaald om weer verhoord te worden."Wenn du vor"das Feuerpeloton stehst,
ist es zu spát, kreeg ik te horen.
Ik herinner me ze nog precies. Enckelstroth,
die een litteken over zijn wang had, Albricht, "Heinemann, Kip en Ries Janssen.
Er waren er nog wel meer bij, maar de ."heren" stelden zich natuurlijk
niet voor... Ze hadden haast met hun verhoren. Ze wisten: in dit meisje zitten
de adressen".De namen wisten ze al en ze moesten snelde bijbehorende adressen
uit mij zien te krijgen, omdat anders de vogels gevlogen zouden zijn. Nou, dat
waren ze ook. Want ik had opdracht gehad om minstens 24 uur te zwijgen. Dat
zou Lex, voor wie ik koerierde en de andere jongens de tijd geven om te verdwijnen.
Het
begon eigenlijk allemaal in de zomer van 1943. Ik was toen een meisje van zeventien.
Ik werkte op het gemeentehuis in Ede op de afdeling,Bevolking en Burgerlijke stand.Op
die afdeling werkte ook Jo van de Bent. Op een dag werd hij ziek.
Kort daarop
werd ik benaderd door zijn vrouw Co. Ze vroeg me namens haar man, of ik iets voor
hem wilde doen dat wel een beetje gevaarlijk was. Ik moest een paar stempels van
het gemeentehuis meenemen voor Jo. Hij bleek een belangrijke figuur te zijn
in het "knoeivak" en in een mum van tijd draaide ik volop mee".
"Blanco persoonsbewijzen stelen om ze te vervalsen. Die waren genummerd,
dus het was link, want er zaten op de afdeling ook"fouten"...Een collegaatje
naast me, was NSBster.
't Begon héél voorzichtig, Eerst twee,
toen vier en later regelmatig wel acht persoonsbewijzen tegelijk laten verdwijnen".
Vervalsen
Ja,wat deed ik ? Persoonsbewijzen vervalsen ,geboortedata
veranderen en in samenwerking met het distributiekantoor stamkaarten vervalsen
.Die waren nodig voor onderduikers om er distributiebonnen mee te verkrijgen.
Mannen
die niet naar Duitsland wilden voor de Arbeitseinsatz, Joden,verzetslui,Britse
piloten en geheime agenten die waren gedropt bij de slag om Arnhem op de Veluwe
waren achter gebleven. Ik deed dat uiteraard niet helemaal alleen. Ik vond het
overigens leuk en spannend werk ,dat knoeien met persoonsbewijzen in de administratie
van de gemeente . Vele avonden zijn we in de weer geweest om op blanco kaarten
fantasienamen in te vullen. Zeker wel voor driehonderd mensen,misschien nog wel
meer.
Ik zie het nog zo voor me . Boven, in een kamertje bij de familie Van
de Top aan de Brouwerstraat.
Samen met .onder anderen " Tonny" (Menno)
de Nooy en Bart van Elst. Er was ook nog een meisje bij, van wie ik me de naam
niet meer herinner. Die vervalste persoonskaarten moesten dan weer in het bevolkingsregister
terecht komen. Daar werden de distributiestamkaarten voor de onderduikers op uitgereikt.
Als dat was gebeurd moesten de persoonskaarten weer uit het bevolkingsregister
verdwijnen. Dat was soms een hele toer, Het bevolkingsregister stond in een kluis
en de sleutel was in handen van gemeentebode Kees Klein. Voor de kluis zat altijd
een politieman op wacht. Kees liet mij dan de kluis in, nadat de politie even
was weggelokt met één of ander smoesje.Het gebeurde eens dat ik
de kluis zat en buiten de kluis de NSB burgemeester Van Dierendonck hoorde
praten. Dat was een angstig ogenblik, maar het liep goed af. Ik heb hem zelfs
wel eens de vervalste documenten laten tekenen. En dan kwam er een stempel op.
"Gepruft rund gultig" plus de handtekening
Van Dierendonck. .
Op
het laatst had ik die handtekening zo goed onder de knie, dat ik 'm namaakte.
Heel wat valse handtekeningen van Van Dierendonck gezeten de papieren met gestolen
stempels "Bepruft und gultig gemaakt".
Och, ik was zeventien en liep
dus nog niet zo in de gaten. Soms kwamen er Duitsers namen zoeken in het bevolkingsregister.
Ik ging dan zogenaamd in een andere bak staan zoeken "flirtte" een beetje
met die Duitsers en keek tegelijk om welke naam het hen te doen was. Dan wist
ik wie er gauw gewaarschuwd moest worden.
In maart 1945 kwam dezelfde
mevrouw Co van de Bent naar me toe met de vraag of ik me wilde melden op het adres
van koster Feenstra van de Gereformeerde kerk. Daar ontmoette ik toen Lex alias
Theo, Johan. Eigenlijk heette hij Jan Rietveldt. Hij werkte nauw samen met Bill
Wildeboer, de leider van het verzet. De vraag was of ik koerierster nog wilde
zijn. Ik moest allerlei mededelingen rondbrengen. Berichten afkomstig van, of
bestemd voor het hoofdkwartier van de Ondergrondse, De top van de illegaliteit
was namelijk verder ondergedoken en om de communicatie mogelijk te maken tussen
het hoofdkwartier en de verder ondergedoken top werd ik als koerierster ingeschakeld.
Lex was mijn "baas". De kans om tijdens dat werk gepakt te worden
en waarbij dan de brieven bij mij gevonden zouden worden, werd steeds groter.
Tijdens
dat koerierswerk heb ik ook nog een keer Frans de Belg,een Belgische geheim agent
die hier was gedropt weggebracht. Hij zat met zendapparatuur ondergedoken bij
boer Jan van Veldhuizen aan de Bovenbuurtweg .Maar hij moest naar een ander adres
omdat hem de grond te heet werd onder de voeten. Frans- hij schreef later ook
een boek ,,Door die" fietste vooruit en ik er achteraan met zijn zendapparatuur
achterop de bagagedrager. Het ging gelukkig allemaal goed ,we werden niet aangehouden.
Frans de Belg dook later onder in Barneveld. Hij werd weggebracht door koerierster
Gijsje van de Heuvel. Hij is na de oorlog door zijn oorlogssyndroom totaal in
de vernieling geraakt. Een paar jaar geleden is hij gestorven.
De top van het
verzet was in die tijd verder ondergedoken kort na een mislukte dropping van wapens
bij Ede door Engelse vliegtuigen . Er zijn toen heel wat arrestaties gevolgd.
Bij de arrestatie van de verzetstrijders,die hevig werden
gemarteld, is tenslotte
mijn naam uitgelekt en dat betekende in die bewuste nacht van 7 en 8 april 1945
ook mijn arrestatie.
Ik woonde met de rest van mijn familie op het adres Buitenzorglaan
4. Mijn zus en ik sliepen op de bovenste etage, samen op een kamer. In die nacht
van zaterdag op zondag kwamen er een paar Duitsers naar binnen,ze schenen met
een zaklantaarn op mijn gezicht en vroegen " Wie heisst du?" Toen ze
mijn naam hoorden, bleek dat ik de gezochte was.
Ik moest me snel aankleden.
Ik liet ze weten dat ik dat zou doen als ze mij daartoe even de gelegenheid
zouden geven en de kamer zouden verlaten. Ze gingen naar de overloop om daar op
mij te wachten. Ik kreeg toen heel kort de gelegenheid om fluisterend tegen mijn
zus te vertellen ,,Dat moet weg,dat moet weg en dat moet weg" Achterin de
slaapkamer ,onder het schuine dak bewaarde ik namelijk hele stapels persoonsbewijzen,persoonskaarten
en de radio van Van de Bent. Mijn zus wist wel vaag wat ik deed ,want samen met
haar had ik eens een partij oranjebanden van de BS naar Apeldoorn gebracht.
Ik
liep vervolgens naar de overloop en ging voor de spiegel mijn haar doen een van
de Duitsers ging terug ,de slaapkamer in en begon aan mijn matras te trekken waaronder
ik snel alles had verstopt . Ik liep toen vlug naar beneden en de Duitser kwam
meteen om mij te volgen. Later heeft mijn zus de radio begraven en alle papieren
verbrand. Het noodkacheltje heeft urenlang roodgloeiend gestaan . Beneden gekomen
bleek dat er nog veel meer Duitsers en SD-ers bij waren.
Ze hadden ons huis
omsingeld.
We hadden ook evacuees in huis.Een van hen, Jan, moest ook mee.
Dat was een onderduiker. We moesten lopen naar de Landbouwschool aan de Amsterdamseweg.
Ik speelde nog steeds de onschuld. Tussen twee Duitsers in werd ik opgebracht
en ik riep een beetje ironisch ,,Wat een eer. Ik heb nog nooit met een Duitser
gearmd gelopen."
Maar mijn praatjes gingen gauw over toen ik later werd
verhoord werd. Ik ben gereformeerd en ze zeiden: Gereformeerden zijn nog erger
dan de Joden Het werd ontkennen en liegen .Achterop de fiets bij de beruchte SD-er
Kip ben ik naar de Kraatsweg gebracht.
Kip zei: ik neem de gummiknuppel
maar mee ,want die zal de jongedame wel nodig hebben.
Ik weet nog dat ik in
een donker lokaal werd gebracht waarin wel tien SD-ers en Duitsers waren.Ze begonnen
meteen met vragen. Ik werd met de gummiknuppel bewerkt. Mijn rokken en gingen
omhoog en ik werd vreselijk met de gummiknuppel geslagen omdat ik geen antwoorden
wist op hun vragen.
Sommige gingen even weg naar Jan,de onderduiker ,die in
een ander vertrek zat. En ze lieten een paar trawanten achter die mijn haren uit
trokken en schopten.
Toen het hele stel weer terug kwam ,begon het verhoor
opnieuw. Met de gummiknuppel over mijn handen en mijn rug. Ik werd murw geslagen,van
mijn middel tot mijn enkels .
Kort daarop werden Jan en ik in een auto geladen.
Bij mij op schoot nam een dikke Duitser plaats. Achterin de auto,waarin het heel
benauwd was, Jan vroeg die Duitser bij hem op schoot te komen, omdat vooral mijn
onderstel al zo gehavend was. Maar dat weigerde die Duitser. We werden naar De
Eekhorst in Lunteren gebracht. Vlak naast De Wormshoef. In De Eekhorst zetelde
ook de SD.
In een klein kamertje van De Eekhorst zag ik later van die lui
met zaklantaarns om me heen. In de verte in het donker ,zaten ook mensen. Ik kon
niet zien wat en wie. Het was hen te doen om een confrontatie met een eerder gearresteerde
verzetsstrijder. Ben herkenning. Ik zei dat ik de man niet kende. Hij is later
gefusilleerd. Ik heb de schoten gehoord, zo realiseerde ik me later pas ,afschuwelijk.
Toen ze verder gingen met verhoren werd mij een bloedneus geslagen, in het
kleine kamertje werd ik aan mijn enkels opgehangen. geschopt en tegen de muur
en de kachel geslingerd, Drie keer sloegen ze me bewusteloos. Ik bleef zwijgen.
Een
paar dagen. Er ging een vent bovenop me zitten die mijn keel dicht drukte . Ik
werd de volgende ochtend vroeg naar de Wormshoef gebracht, vlak naast De Eekhorst.
Ik
moest, tussen twee Duitsers in,erheen lopen. Later, na vier dagen, heb ik een
adres losgelaten. Van mijn baas Lex.
Ik had toen de volstrekte zekerheid dat
het geen kwaad meer kon,want hij had gezegd dat hij onvindbaar zou zijn,24 uur
na mijn arrestatie.
Ik belande vervolgens op een hogere verdieping in De Wormshoef.
In een logeerkamertje samen met een ander. Een zekere Machteld Fromberg. Ik vertrouwde
haar niet ,dis zei ik niets. Misschien was zij wel helemaal niet fout. Ik weet
het niet. K'Heb ook nooit meer iets over haar gehoord.
Tot zondagavond 15april
'45 bleef ik in dat logeerkamertje.Het was een dag van paniek. We zagen iedereen
vluchten. De Canadezen kwamen er aan om de volgende dag,de zestiende, Lunteren
te bevrijden.
Andere illegalen waren reeds eerder in de week met een auto opgehaald
en naar het concentratiekampAmersfoort gebracht en vandaar uit naar de gevangenis
in Scheveningen.
Er was ook een auto voor ons de koeriersters, onderweg, maar
die werd gelukkig tijdens de rit, zo bleek later door vluchtende Duitsers gevorderd
en kwam nooit in Lunteren aan. Toen bijna al die Duitsers en SD-ers waren gevlucht
werden wij, de koeriersters die als laatsten waren overgebleven zondagavond los
gelaten. En hoewel het spertijd was zijn we met, z'n allen naar Ede gelopen.Thuis
zaten ze al in zak en as, Jan de onderduiker , was namelijk 's morgens al met
eén aantal anderen ontslagen en had in Ede verteld: ".Met is paniek
in Lunteren.
De Duitsers en SD-ers vluchten weg; Janny zal er zo wel aan komen,maar
het duurde tot 's avonds laat. Dinsdag werd Ede bevrijd. Op die bevrijdingsdag
ging ik 's middags naar, Hof van Gelderland om de jongens van 't Verzet te zoeken.
Eindelijk
vond ik ze. Toen maakte ik ook kennis met de anderen en de leiders.
Want in
die oorlogsjaren kenden velen elkaar niet. Je wist eigenlijk eens voor wie je
werkte.
Tot september '45 werkte ik na de bevrijding op het kantor van de
BS aan de afwikkeling van veel zaken. Een paar maanden later werd ik secretaresse
bij de advocaat mr.Vos. Maar het ging niet meer. Tot januari 1947 ging ik met
ziekteverlof . Opgekropte spanning van de oorlog en martelpartijen.
In die
periode ben ik in twee herstellingsoorden opgenomen geweest.
Onder meer in
een daartoe door koningin Wilhelmina beschikbaar gestelde vleugel van paleis het
Loo. De koningin kwam soms bij ons kijken. Ze bleek goed op de hoogte te zijn
van de situatie in Ede.
Ik werd later secretaresse van B en W van Ede. Dat
was onder burgemeester Boot. Maar op een gegeven ogenblik ging het ook niet meer
.Tot 1976 ben ik voor de niet verwerkte emoties onder behandeling geweest .Negen
maanden psychiatrische behandeling in de Jelgersma kiniek van prof. Bastiaans
in Oestgeest.
Professor Carp, dr. Jan Foudraine.Anderhalf jaar Psycho-therapeutisch
Centrum Veluweland in Ederveen. Dr, Arendsen Hein". Tientallen hypnose-sessies
en gerichte LSD-behandelingen onder streng medisch toezicht. Vele jaren poli-klinische
behandeling. Je moet er weer helemaal doorheen. Alle details die in je onderbewustzijn
liggen verstopt, worden naar boven gehaald. Angst, angst, angst. Maar denk dat
ik het nu dank zij alle hulp die ik daarbij gehad heb, allemaal grotendeels heb
verwerkt. Geen totale black-outs meer. Soms wat moeite met m'n geheugen. Het duurt
wat langer, maar.ik doe weer mee, zij het met veel beperkingen. Ik had een zenuwontsteking,
handen die niet wilden, maar dat is gelukkig voorbij.
Zou je 't weer doen
als je er weer voor stond met de wetenschap van nu? Dat is voor mij een heel moeilijke
vraag. Je overziet de consequenties en de lange nasleep niet. Maar als je er voor
staat kun je niet anders dan meewerken. Maar het blijft een
moeilijke kwestie,
want als je ziet hoe griezelig nu weer met de vrijheid wordt omgesprongen, hoe
in de hele wereld fascisme, racisme en martelingen aan de orde van de dag zijn,
wat een troep we er van hebben gemaakt.
Ja, ik zou 't weer doen.


