Herinneringen aan de evacuatie

Er zijn nog tal van Edenaren die de 17e april van 1945 nog voor de geest kunnen halen. In de morgenuren werd er nog gevochten,waarbij onder meer de pui van bakker van den Ham aan de Grotestraat het moest ontgelden, maar tegen het
middaguur rolden de geallieerde tanks Ede binnen tot enorm enhousiasme van de bevolking.


Geschiedschrijvers zullen dit onvergetelijk gebeuren ongetwijfeld beter en gedetailleerder kunnen vertellen, reden om ons
te bepalen tot een ander facet.
Met deze bevrijding kwam namelijk ook het einde van het evacuatietijdperk in zicht. Eind september, begin oktober 1944
werd op last van de bezetters de gehele Veluwezoom, van Wagi ningen tot Arnhem ontruimd.
Een deel van deze bevolking werd naar Ede gedirigeerd en moest onder dak worden gebracht. Een huisvestingscommissie regelde deze zaken en elk gezin waar ruimte over was, moest evacué's opnemen.
Over het algemeen werden deze van huis en hof verdreven mensen hartelijk opgevangen.
Men had medelijden met hen, die gepakt en gezakt met wat zij nog mee konden sjouwen, vermoeid en overstuur kwamen aanzetten.
Wat nu volgt zijn een paar persoonlijke herinneringen die mij, ondanks alle tragiek van deze laatste oorlogswinter, toch met
een glimlach aan onze evacué's doet terugdenken.
Nog met zo lang getrouwd, woonden wij destijds in de thans verdwenen Schoolstraat en kregen een gezin, man, vrouwen twee kinderen toegewezen die zich op de bovenslaapkamers installeerden. Hoewel van sterk uiteenlopende levensopvattingen, konden we redelijk goed met elkaar overweg. Trouwens, vrouwen kinderen zagen we weinig, maar hem des te meer en hij ontpopte zich tot de meest wonderlijke figuur die ik ooit heb ontmoet. Hij kon uren in de Bijbel zitten lezen, om even later, als er iets tegen zijn zin gebeurde,een serie vloeken en verwensingen te spuien waar je koud van werd. Overigens was hij niet verlegen, zeer vindingrijk en stond altijd klaar de helpende hand te bieden.

Brandhout
Behalve wat overheidspersoneel en aan de verplichte stellingbouw werkte die winter vrijwel geen mens. De dagen waren geheel gevuld met eten opscharrelen en zorgen dat de kachel bleef branden. Dat brandhout mocht men niet op eigen gelegenheid uit de bossen halen, hoewel velen het risico namen, maar er werden van tijd tot tijd houtbonnen uitgereikt. Daarop kon men dan, zij het ver van huis, in de Ginkelse bossen of op Westenrode een aantal dennenbomen haalden. Onze evacué vond dat veel te ver ,bovendien vormde het natte dennenhout een slechte brandstof die veel rook maar weinig warmte opleverde, hij wist een betere oplossing. Nu lag er in de Paasbergschool een afdeling van de Wehrmacht: de paar vrachtauto's die zij bij zich hadden, liepen ook al op houtgas. Op elke auto stond een grote ketel waarin houtblokjes werden gestookt, waardoor zich gas ontwikkelde.
Onze gast stapte naar de commandant en bood aan, daar hij toch niets omhanden had, voor generator hout te zorgen mist hij een vervoermiddel en een vergunning kreeg om een aantal beukenbomen om te zagen.
Zijn aanbod werd aanvaard,hij trommelde de beschikbare mannen uit de buurt op en met een grote handwagen ging het de
werden de toegewezen beuken gekapt, met het simpele gereedschap van die dagen een bijl en twee handzagen een enorm karwei. Vervolgens werd de vracht geladen en naar de Hofstraat, een weg achter de Schoolstraat, gereden. Het zware hout werd onder de deelnemers verdeeld, de takkenrommel ging naar het schoolplein voor generatorhout en dank zij onze pientere evacué was iedereen tevreden.

Nog een staaltje van zijn koelbloedigheid. Op een avond werd er hevig op de keukendeur gebonsd. Toen ik geschrokken
open deed, stond er een gewapende soldaat op de stoep, die mij de huid vol schold en er op wees dat het huis niet voldoende was verduisterd. Inderdaad, we hadden vergeten de daarvoor bestemde schotjes voor de bovenlichten te plaatsen. Terwijl hij maar door bleef kletsen, hoorde ik voetstappen maar kon door de duisternis niets onderscheiden.
Plotseling klonk het: " Wasz ist los?" De soldaat keerde zich in de richting van de stem en antwoordde: "Die leute haben nicht verdunkeld". Opnieuw dezelfde commandostem: "Aha, gehen Sie weiter, mache Ich in Ordnung.
Prompt marcheerde de soldaat af en stapte onze evacué naar binnen. "Je moet een beetje lef hebben en ze op hun eigen
manier aanpakken", meende hij lachend.
Half juni vertrok het gezin weer naar Arnhem; in tegenstelling met vele andere Edenaren, die nog jarenlang contact met
hun evacué's hebben onderhouden, hebben we nooit meer iets van hen gehoord, maar vergeten doe ik deze bijzondere man nooit.