Op
een mooie zomerdag in 1906 zou een deel van het elfde regiment infanterie, dat
in Ede gelegerd was, op mars gaan. De kapitein was verhinderd en liet zich vervangen
door een voor de manschappen onbekende luitenant. Deze officier echter was dermate
kaal, dat zelfs een groot deel van zijn achterhoofd geen enkel haartje vertoonde.
Deze
luitenant nu liep aan het hoofd van de troep en het duurde niet lang voordat iemand
tegen zijn buurman aanstootte en zo hard, dat de helft van de manschappen het
hoorde, zei: "Zeg, moet je eens op die luit letten. Z'n blote kont komt onder
zijn kepi uit". De troep barstte uit in een daverend gelach. De luitenant
keek om, vermoedde de oorzaak van de vrolijkheid
maar marcheerde stug door.
Het was niet Voor het eerst dat zijn kaalheid aanleiding tot hilariteit gaf.