Ede bevrijd

Binnenkort is het precies ,veertig jaar geleden dat Britse en Canadese infanteristen nen tanks Ede binnenrukten om de bevolking na vijf bange oorlogsjaren te bevrijden uit de klauwen van de Duitse bezetters en hun Nederlandse trawanten.
Aan de gedenkwaardige zeventiende april1945 ging een rumoerige tijd vooraf: de Slag om Arnhem die zich 'voor een groot deel op Edes grondgebied afspeelde (Ginkelse Heide), de operatie Pegasus, de grootste massale ontvluchting van geallieerde krijgsgevangenen, de grootste activiteiten van de diverse ondergrondse verzetsgroeperingen eind '44, dl afschuwelijke martelpartijen in Je Wormshoef te Lunteren ,toen hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst (SD) de razzia's en het ter dood brengen van opgepakte verzetsstrijders die later hun laatste rustplaats vonden in het Edese mausoleum.


Luchtlandingen
De rumoerigste tijd beleefde Ede in de periode tussen de eerste geallieerde luchtlandingen op 17 september1944 en de bevrijding op 17 april '45.De bevrijding als zodanig verliep uit militair oogpunt bekeken betrekkelijk rustig hoewel er tijdens de oorlogshandelingen op 16 en 17 april in deze omgeving slachtoffers onder de burgerbevolking vielen en een aantal huizen kapot werd geschoten.
Over de gevechtshandelingen om Ede van het moffengespuis te zuiveren opereerde het Edese verzet kort na het Anhem debacle in verhoogde frequentie, ook de jacht op de "ondergrondsen" door de moffen en "Nederlandse" SD-ers werd steeds intensiever. Eén van de mensen die de bevrijding van Ede en wat daaraan vooraf ging meemaakte, is de nu bijna 80-jarige dr. H. J. van Eck, oud-gedeputeerde van GeIderland. De familie Van Eck, nog steeds wonend in hetzelfde huis langs de Oude Lunterseweg, even buiten het centrum, reeft dat van zeer nabij ervaren. En heeft zich in die omgeving heel wat afgespeeld.

Beruchte SD-er
Dr. Van Eck: "Aan de ene kant van ons woonde de familie Van Vark en aan de andere kant de familie Wilieboer. Van Vark was militair. Al in een vroeg stadium van de oorlog deed hij illegaal werk. Hij benaderde reeds in de herfst van 1940 kolonel Boeree, die later een grote rol in het Verzet speelde en na Ede's bevrijding plaatselijk commandant werd. De heer Van Vark had bepaalde ideeën ontwikkeld die hij aan Boeree voorlegde. Hij speelde onder meer een grote rol bij de verspreiding van illegale bladen.


Eind 1944 is hij verraden, gearresteerd en mishandeld door de SD in De Wormshoef in Lunteren, waarbij onder anderen de beruchte SD-er Ries Jansen betrokken was. De heer van Vark gedroeg zich daarbij zeer dapper en bij de verhoren weigerde hij iets los te laten. Daarna is hij door de SD in Heelsum doodgeschoten. De familie verkeerde heel lang in onzekerheid over zijn lot. Het duurde vele maanden voor men bericht kreeg dat hij geëxecuteerd was.
Bill Wildeboer, een collega van Van Vark, begon al vrij vroeg in de oorlog gedropte piloten onderdak te geven. Later organiseerde hij een verzetsgroep en werd hij commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS).

In oktober 1944 huisvestte hij majoor Tatham Water,commandant van de hier in de buurt ondergedoken Engelse parachutisten, die na de verloren Slag om
Arnhem uit handen van de Duitsers hadden weten te blijven. Later maakten ze deel uit van de operatie Pegasus waarin Tatham Water een grote rol speelde. Sedert die tijd stond Bill Wildeboer in rechtstreeks contact met Engeland. Met de morsesleutel seinde hij op zijn geheime zender berichten door. Die zender stond in een ondergrondse ruimte achter zijn huis.

De leider van een andere groep ondergedoken Engelse para's, was majoor Tony Hibbert. Hij zat twee huizen verder ondergedoken bij de familie Aartsen .
Majoor Tony Hibbert van de Britse Para Brigade was tijdens de Slag om Arnhem aan Duitse krijgsgevangenschap ontsnapt, evenals brigade-generaal Lathubury van dezelfde brigade en luitenant-kolonel-Dobie, commandant van het Ie bataljon. Ook de laatste twee hielden zich in de contreien van Ede schuil, in afwachting van de Operatie Pegasus , die de geschiedenis inging als de grootste massale ontsnapping.

Generaal Hackett
Dr. Van Eck vertelt: "Dobie zat ondergedoken bij de familie Wildenburg. Henk Wildenburg, die erg veel illegaal werk heeft gedaan en het concentratiekamp overleefde, begeleidde Dobie in alles . Er zaten nog meer belangrijke Britse officieren in Ede ondergedoken; zoals brigadegeneraal Hackett, die zwaar gewond was aan zijn rug en onderdak en verpleging vond bij de gezusters De Nooy.
Terwijl, zoals gezegd, bij mevrouw Aartsen aan de Lunterseweg de brigade-majoor Tony Hibbert rust kreeg na de doorstane verschrikkingen op de Arnhemse Rijnbrug waar hij bij een Britse eenheid onder commando van kolonel John Frost vier dagen stand hield, begon bij Henk Wildenburg luitenant-kolonel Dobie aan de organisatie van de Operatie Pegasus .
Samen met andere op de Veluwe ondergedoken Britse officieren en met de Ondergrondse van Ede beraamde hij het stoutmoedige plan om in één keer 150 ondergedoken Britse para's door de frontlijn, over de Rijn naar Nijmegen te brengen naar de geallieerde legerstaf zetelde.
Voor de organisatie van die operatie zwom Dobie enkele malen, bij wijze van spreken onder de ogen van de Duitsers, de Rijn over om via EIst Nijmegen te bereiken.
De operatie lukte tenslotte en Dobie kreeg na de bevrijding voor zijn moedig gedrag de Nederlandse Militaire Willemsorde.

Na de geslaagde "Rhinecrossing" kwam het volgende voorBill Wildeboer, de leider van het Edese Verzet, bedoelde bericht over de Engelse zender: "Massage for Biil: Everything is well, all our thanks". De boodschap was afkomstig van de zich intussen in Nijmegen bevindende generaal Lathbury.

Joodse onderduikers
Dr. Van Eck: "In het huis van de familie Aartsen heeft zich bijzonder veel afgespeeld. Er werden joodse onderduikers gehuisvest, onder andere de moeder van de later zo bekende prof. Presser, die "De ondergang" schreef. Professor Presser zelf zat een tijd lang bij ons onderg doken, nadat hij uit het huis van de heer De Rek, hoofd van de school Overwoud, had moeten vluchten.
De bevrijding beleefde prof. Presser op 17 apri1 in het huis van de elders ondergedoken joodse familie De Leeuw in Barneveld, waar ook de latere minister, prof. Arie Pais zat ondergedoken.
Bij de familie Aartsen zat in 1941 ook geruime tijd een verzetsgroep die inlichtingen verzamelde over Duitse geschutsopstellingen en andere militaire objecten. Die informatie werd door de eveneens in dat huis wonende heer Hartman van de PGEM via een geheime PGEM telefoonlijn doorgegeven aan de Engelse commandant in Nijmegen.
Dr. Van Eck, verder gravend in zijn geheugen, weet nog dat tegen het einde van 1944 de familie
Wildeboer hun huis moest verlaten.In de schuur achter die woning kwamen toen de tijdens de Slag om Arnhem geëvacueerde ouders de beruchte SD-ers Ries Jansen te wonen.
Ries Jansen kwam steeds bij zijn ouders op bezoek. Het werd er hier toen niet prettiger op . We zaten in doodsangst als we hem op zijn motor hoorden naderen.

Grote spanning
Op 16april,daags voor de bevrijding,was ik in mijn tuin bezig bonenstaken te zetten. We hoorden schieten in de richting van de Hessenweg ,telkens weer. Zou het gaan gebeuren?
Een bijzondere stemming maakten zich van ons meester . We leefden in grote spanning. De geruchten dat de Tommies in aandacht waren werden steeds sterker.
Later bleek dat het de Canadezen waren.
We hoorden dat ze al in Lunteren waren. Maar hier gebeurde nog niets. Een dag later,17april,riepen de Duitsers de mensen in deze buurt op om bomen om te zagen om die,als versperring tegen de oprukkende tanks,op de weg te laten vallen. Wevoelden dat het ging gebeuren. We barricadeerden onze voordeur. We trokken met onze drie dochters, van wie één ondergedoken joodse pleegdochter, naar de kelder. Dat joodse meisje ging na de bevrijding met onze oudste zoon voor het eerst naar school. Ze was toen drie jaar niet buiten geweest.


Terwijl wij in de kelder zaten hoorden we allerlei geruchten. Het bleken Hollandse SS-ers te zijn, die vlak bij ons huis waren. Eén van hen ging vlak naast ons huis in een sloot zitten met een pantservuist. Grote schrik bij ons. Wat zou er gebeuren als er tanks kwamen? "Jullie gaan het bos maar in", zeiden die SS-ers.
Gelukkig verdween de kerel een tijdje later met zijn pantservuist op een kruiwagen van boer Engelenhoven, in de richting van de Kalverkamp, waar vandaan ze later in vuurgevecht met de geallieerden raakten.

Zwarte baret
De mensen. in de buurt kwamen wat aarzelend naar de weg. Middenop de weg verscheen ineens moederziel alleen een figuur met een zwarte baret en een zwarte ribfluwelen broek en een geweer of stengun onder zijn arm. Kennelijk beducht op een hinderlaag. Mijn vrouw had altijd gezegd "De eerste Engelsman die ik zie, omhels ik", maar ze kreeg geen kans. Bovendien was het geen Tornmie, maar een Canadees. Hij speurde naar alle kanten, zei niets en liep onverstoorbaar door, alle kanten op kijkend. Wat verderop bood mevrouw Aartsen aan, links af naar boer Peelen te gaan om te kijken of er nog Duitsers waren. Die bleken er niet meer te zijn. Ze trokken af in de richting Veldhuizen.


Toen kwamen na enige tijd de Canadese tanks binnenrollen. Enorm lawaai. Daarbij speelden zich vreugdevolle taferelen af. Zoals dat ook gebeurde in het dorp, waarwe's middags toen Ede was bevrijd met de kinderen, met vlaggetjes in de hand, ook heen gingen. Een grote druk was op dat moment van ons afgevallen.


De dagen daarna was er voor de heer Van Eck na vele maanden gedwongen niets doen veel werk aan de winkel. Hem werd gevraagd om samen met de heer Henk Bussink, redacteur van de Edese Courant een illegaal werker, op het bureau van de BS (het huis van de NSB-tandarts VanAndel) te komen en daar iedere dag de toen in het openbaar verschijnende illegale
kranten te censureren.
Ik meen dat dit gebeurde op verzoek van de Engelse commandant. Ik geloof niet dat we er veel "gevaarlijks" in gevonden hebben we deden dat werk van 18 april tot 6 mei. Toen was de oorlog ten einde".


Zuiveringscomissie
In die dagen werd ik ook uitgenodigd zitting te nemen in de zuiveringscommissie voor het onderwijzend
en gemeentepersoneel. Dat duurde wel wat langer,tot oktober 1945. In die commissie waarvan ik secretaris was, zaten verder de heren Z. de Nooy (voorzitter), J. v.d. Bent, B. Bouwman, W. v.d. Kaa, C de Kleyn, C. d~Koning en J. Sprey.

De grote vreugde en eensgezindheid die er op 17 april was, werd helaas al vrij spoedig wat getemperd door allerlei beschuldigingen over en weer,waarbij het gedrag in,oorlogstijd van vele mensen aan de orde kwam.
Het eind oordeel van de commissie over de activiteiten van de rechterlijke macht, de manier waarop het toenmalig gezag de adviezen van de commissie beoordeelde, stelde ons erg teleur. Zeer onrechtvaardig vonden we de geringe straffen tegen hogere ambtenaren, die over goede relaties beschikten en de strengere straffen tegen de lagere ambtenaren.