Ter afscheid

Aan alles komt een eind. Ook aan de "bevrijdende aanwezigheid" van de Canadezen. Begin november 1945 spreekt burgemeester Middelberg in de Edesche Courant een hartelijk afscheidswoord.

Zoo nadert dan de dag, dat onze tijdelijke stadgenooten, de Canadeezen, Ede zullen verlaten om zich via Engeland in te schepen naar hun eigen land, waar verwanten vrouwen en kinderen reikhalzend naar hun terugkomst uitzien.
Wij zijn zoo langzamerhand gewend geraakt aan de bruine uniformen in ons midden, die
zich overal tusschen ons bewogen en waarvan we ook velen in onzen huiselijken kring hebben
ontvangen.
Wij zagen in hen de eerste plaats onze bevrijders van het zware juk der bezetting. Met hun
komst zijn weer betere tijden voor ons aangebroken, is de honger verdwenen en heeft de voedseljacht opgehouden. Snel hebben wij de ellende achter ons gelaten, heeft ons leven weer een normaal aanzien gekregen en is de doorstane misere in ons gedachtenleven op den achter grond geraakt.
Ook daaraan hebben onze Canadeezen een werkzaam aandeel gehad. Met welk een hulpvaardigheid immers hebben zij bijstand verleend tot oplossing van het in den eersten tijd bijna onoplosbaar transport vraagstuk: hoeveel tonnen goederen van allerlei soort hebben ze naar Ede gehaald hoe hebben ze geholpen om den weder opbouw op gang te brengen. Altijd stonden ze klaar om elk bijzonder transport van menschen en goederen op zich te nemen.
Maar ook hebben ze hun hulp verleend bij het tot stand brengen van meer ideale werken . Een drietal parken hebben ze aangelegd.

Het zware werk van grondverzet en terrein-egaliseering volbrachten ze met hun zware leger materieel op een wijze, die ons aller bewondering wekte. Wat tot stand gebracht is, beteekent een verfraaiing van onze gemeente in het algemeen en in het bijzonder het scheppen van een omgeving voor onze helden, die het leven voor het vaderland lieten, welke tot in de verre toekomst gelegenheid zal geven om hen op waardige en stemmingsvolle wijze te herdenken en te eeren., Voor dat alles brengen wij hun onzen diep gevoelden dank. Wij wenchen hen toe een goede reis, een gelukkig weerzien van de is hunnen en Gods besten zegen op hun verderen levensweg.
Ik ben er zeker van, dat de burgerij van Ede aan deze gevoelens uiting zal weten te geven, niet alleen bij de onthulling van een tweetal gedenkplaten, nl. bij het Heldenmonument en bij het Stompekampplantsoen en de daaraan voorafgaande parade op 6 November a.s, maar oo op de dagen, dat de troepen Ede zullen verlaten en zij voor het laatst in de ons zoo welbekende trucks door Ede zullen rijden.oont hen dan dat we beseffen in hen goede vrienden te verliezen.

Middelburg,Burgemeester