Een
glas bier en drie sigaren bij ontvangst
De Edese Courant mag dan
75 jaar bestaan, het Edese garnizoen is nog ouder. Nu precies tachtig jaar geleden op 30 maart 1905 bekrachtigde koningin Wilhelmina een besluit om het 4e regiment
veldartillerie op te richten. Dat regiment zou worden samengesteld uitzes batterijen:
drie bestaande en drie nieuwe en die laatste zouden in Ede worden gelegerd. De omgeving
daarvan leende zich uitstekend voor de door paarden getrokken stukken geschut
en van actiegroepen, die bang waren voor vernielingen aan de heide had niemand
ooit gehoord.
Het werd echter 1906 voordat de eerste militairen naar Ede
kwamen en het waren geen Infanteristen. Op 1 mei verschenen eenheden van het
11e regiment infanterie, afkomstig uit Bergen op Zoom en Utrecht.

Zandhazen
De"zandhazen",
zoals infanteristen oneerbiedig genoemd worden, werden in de toen net gereedgekomen
Johan Willem Friso en Mauritskazere gelegerd. Het regiment zelf was in 1905 opgericht.
Die twee kazernes kostten destijds samen bijna negen ton en dat was voor die
tijd heel wat. Sinds 1906 vormen beide gebouwen de afsluiting van het bebouwde
deel van Ede en ze zijn beeldbepalend voor de omgeving van het station. Momenteel
wordt het interieur van beide kapitale gebouwen drastisch gerenoveerd.
De
infanteristen, die destijds naar Ede kwamen, beschouwden dat bepaald niet alse
en vooruitgang. " Van Utrecht naar Ede: geen vreugde op chambré's
(kamers)", zo herinnerde een veteraan zich later. De militairen beschouwden
Ede als een gat midden op de hei, bewoond door inboorlingen met wie een normaal
gesprek in het Nederlands tot de onmogelijkheid behoorde".
Verder werd
voetstoots aangenomen dat "kuch" (het brood van vroeger)in Ede oneetbaar
zou zijn vanwege het opwaaiende stuifzand, dat er bij de bereiding zeker in zou
komen.
Drie sigaren
Op die eerste dag, 1 mei 1906, maakte het
11e regiment een mars door het dorp en 's middags gaf het muziekkorps een concert.
De officieren werden op het raadhuis ontvangen, de onderofficieren en soldatene
n kregen een glas bier en drie sigaren, voor die tijd een royaal gebaar.
De
soldij bedroeg namelijk een cent of zes per dag en daar kon Jan Soldaat zelfs
in die tijd geen bokkesprongen mee maken. Toen de manschappen eenmaal in Ede gelegerd
waren, bleek het allemaal mee te vallen. Bij het brood eten knarste het zand niet
tussen de tanden en de autochtonen spraken toch Nederlands. Menig neringdoende
zag zijn omzet met sprongen stijgen, alleen de Edese jongens waren minder enthousiast.
Zij vreesde concurrentie.

Artilleristen
In
1908 kwamen dan toch de artilleristen naar Ede en ze betrokken de kazernes voor
de bereden wapenen, de latere Arthur Kool en Van Essenkazerne. Ze gaven een apart
cachet aan het garnizoen, vooral wanneer de door stevige viervoeters getrokken
batterijen met veel geratel uitrukten naar de Ginkelse Heide. Nog twee jaar later
werd in Ede de school voor reserve-officieren der bereden artillerie gevestigd.
De school is enige tijd gehuisvest geweest in het inmiddels verdwenen Parkhotel
in Ede-Zuid.
In de jaren voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog werd er binnen
het garnizoen regelmatig gereorganiseerd. Zo ging het in Ede gelegerde regiment
het 22e heten.
Na de Eerste Wereldoorlog werden verscheidene garnizoensplaatsen
opgeheven maar Ede werd uitgebreid. In 1922 kwam het 10e regiment infanterie uit
Haarlem naar Ede, de veldartillerie werd in dat zelfde jaar opgewaardeerd tot
de 2e brigade .
De school voor reserveofficieren,die nog steeds verspreid was
over beide kazernes betrok in 1936 de Bergansiuskazerne. Tijdens de mobilisatie
in 1940 betrokken de in Ede gelegerde eenheden hun stellingen aan de Grebbe. Na
de capitulatie werd het Nederlandse leger ontbonden en de kazernes kwamen ter
beschikking van de Duitsers.
Infanterie weg
Na de bevrijding keerde
de oude infanterie eenheden niet terug in Ede. Het 11e regiment infanterie ging
in 1950 op in het nieuwe geformeerde regiment Limburgse Jagers.
Het 10e regiment
ging in 1953 over naar het regimnent Chasse . De veldartillerie keerde wel terug,zij
het niet meer met paarden. In 1947 stonden de stukken geschut al weer in de artilleriekazernes
in Ede. In 1950 keerde ook de reserve officieren terug . Nu niet meer voor de
bereden artillerie maar van de luchtdoelartillerie. Dit opleidingsinstituut werd
gevestigd in de Johan Frisokazerne.
Op 14 maart 1968 verliet de 14e afdeling
veldartillerie,na meer dan zestig jaar in Ede geweest te zijn,deze gemeente. De
nieuwe legerplaats werd Nunspeet. De noodzakelijk om te verhuizen was geboren
vanwege de mechanisatie. De afdeling kreeg rupsvoertuigen ter beschikking en daarmee
kon, zo oordeelde de legerleiding, beter op de midden en noord- Veluwe geoefend
worden.
Zoals te doen gebruikelijk werd er een afscheidsdefilé gehouden,
bijgewoond dooroud-burgemeester P. J. Platteel en garnizoenscommandant R. P. Pieters.
Deze was trouwens de laatste commandant in Ede, in 1975 werden de afzonderlijke
garnizoenscommando's opgeheven.

Luchtdoelartillerie
Inplaats
van de veldartillerie, kreeg Ede in 1969 de 25e afdeling luchtdoelartillerie binnen
haar muren, De 25e kreeg een plaats in de Frisokazerne. ,Inmiddels waren er nieuwe
ontwikkelingen: de Klinkenbergerweg kondigde zich aan.
Dat betekende een drastische
wijziging bij en rond de vijf kazernes, die inmiddels "kazernecomplex Ede-
west " waren gaan heten. Een groot stuk van het voorplein was nodig voor
de nieuwe weg, maar defensie wist welgedaan te krijgen dat stukken van de Kazernelaan
en de Berkenlaan aan het openbaar verkeer werden onttrokken. Op die manier konden
de vijf kazernes (Friso, Maurits, Kool, Van Essen en Bergansius op één
complex worden samengevoegd.
Op het terrein zelf is de laatste jaren veel veranderd
en het is niet te veel gezegd dat dit kazernecomplex
dankzij nieuwbouw en renovaties
een totaal ander gezicht heeft gekregen. En het eind is nog niet in zicht. In
de komende jaren zullen er nog verschillende nieuwe gebouwen bijkomen: legerings-
en lesgebouwen maar ook werkplaatsen voor het rollend materieel. En zo krijgt
het kazernecomplex een totaal ander gezicht. Het enige wat nog aan het bescheiden
begin van tachtig jaar geleden herinnert zijn de beide hoofdgebouwen, die nu gerenoveerd
worden teneinde weer jaren mee te kunnen.
In de komende jaren zullen er
nog verschillende nieuwe gebouwen bijkomen: legerings en lesgebouwen maar ook
werkplaatsen voor het rollend materieel. En zo krijgt het kazernecomplex een totaal
ander gezicht. Het enige wat nog aan het bescheiden begin van tachtig jaar geleden
herinnert zijn de beide hoofdgebouwen, die nu gerenoveerd worden teneinde weer
jaren mee te kunnen.