De parapluwraak

In  de in 1929 in een woest en open gebied gelegen buitendorpen speelden zich destijds, zo
blijkt uit de berichtgeving in de Edese Courant, woeste en tegenwoordig ondenkbare taferelen af. Wraakoefeningen tussen de dorpen waren aan de orde van de dag.
In februari weet de EC uit betrouwbare bron te melden dat een groot aantal Otterlose
maagden een bezoek heeft gebracht aan het naburige Hoenderloo. Niet om daar een genoelijke avond door te brengen, maar om de Hoenderlose schonen op hun plaats te wijzen.


Eén van de Hoenderlose schonen had het namelijk bestaan om tot "flirtstations"over te gaan met
een Otterlose Jonggezel.
De dames uit Otterlo lieten dat niet op zich zitten. Zij tuigden de boosdoeners af met hun
"parapluies" en wisten vervolgens zonder kleerscheuren het thuisdorp te bereiken. De politie kwam niet tussenbeide.
Dat gebeurde wel later dat jaar, toen het mannelijk deel van Wekerom zich vergrepen had aan een Edenaar, die in vuur en vlam was geraakt voor een Wekeromse. De Edenaar schakelde een veldwachter in
en ging de volgende zaterdag opnieuw richting Wekerom. Bij nde grens van het dorp verschool
de veldwachter zich in het struweel en kon even later de Wekerommers inrekenen. Eén van
hen poogde later nog de Hermandad om te kopen met een biljet van 25gulden, in die tijd een kapitaal bedrag. Ook toen toonde de Edese politie zich
echter al onkreukbaar. De Wekerommer werd omkoping ten laste gelegd.


Nu dient wel vermeld dat de Wekeromse deernen niet bepaald een voorbeeld van kuisheid en deugd waren. Op 19 oktober 1929 meldt de Edese Courant bijzonderheden over het gedrag van de dames. Als zij
naar het hoofddorp fietsten, werd onderweg gestopt en de zwarte kous voor een lichtere
verwisseld. Op de terugweg werd het omgekeerde gedaan.
De redacteur concludeert uit dat gedrag dat "de beschavingsgeest blijft kloppen aan Wekeroms poorten".