Mede
uit hoofde van zijn functie en daarvoor gemachtigd moest Wassink zo nodig optreden
als deurwaarder.
Zo verteld hij een inwoner uit Harskamp die het schoolgeld
voor zijn kinderen niet wilde betalen,de normale procedure volgde: waarschuwing,aanmaning
en tenslotte het bekende dwangbevel. Geen enkele reactie van de man, de vervolgingskosten
waren al hoger opgelopen dan de oorspronkelijke schuld. Tenslotte werd besloten
tot inbeslagneming en openbare verkoop van de daarvoor in aanmerking komende bezittingen.
Dus toog Wassink, vergezeld van een getuige, zoals wettelijk is voorgeschreven,
naar de woning van de wanbetaler .Er bleek geen mens aanwezig te zijn maar de
deur was niet op slot. De twee snuffelden wat rond en verschillende meubelstukken
werden door Wassink nauwkeurig genoteerd. Zij kwamen ook in het slaapkamertje,
in die jaren als alkoof betiteld en schrokken zich mottig. Onder een laken,het
hoofd met stijf gesloten ogen , lag de bewuste man, op het eerste gezicht een
dode. De getuige wilde er haastig vandoor gaan, maar het politie-instinct van
Wassink vertrouwde de zaak niet. Hij trok het laken wat weg en zag bijkans onmerkbaar,
een ooglid knipperen.
Plotseling schoot het lijk in de lach, sprong overeind
en zei: "Ik zag Julie aankomen en rondscharrelen en dacht die zal ik te pakken
nemen". Je bent een doorzetter Wassink, nou zal ik toch over de brug moeten
komen. Inderdaad had de man enkele dagen later zijn schuld verrekend maar het
verhaal over het levende lijk deed nog jarenlang de ronde.
Wassink
was ook vaak in het veld te vinden om tegen stropersactiviteiten op te treden.
Hij kende tal van jachtgeschiedenissen, waarvan we er een paar laten volgen en
waarbij in het eerste geval de boswachter geen al te beste beurt maakte. Op een
mooie najaarsmiddag zat een bejaarde vrouw op een stukje heide achter haar huis
te breien.
Enigszins verscholen achter een dennenboom, de voet in helder witte
klompen gestoken, gingen de pennen ijverig en neer.Op een afstand zag zij de schutter
naderen maar schonk hem geen aandacht. Plotseling klonk er een schot een klomp
viel van haar voet, waarin zij tevens een stekend pijn voelde. Even later naderde
de geschrokken schutter, het bleek de boswachter te zijn, die, ook wel tuk op
een stukje wild, haar klompen voor konijntjes had aangezien. Hij had er een schot
aan gewaagd, weliswaar goed gericht maar in plaats van een konijntje had hij de
klomp aan diggelen geschoten en waren zelfs een paar hagelkorrels in de voet doorgedrongen.
Het
vrouwtje kwam furieus overeind, "Man wat maak je me nou klaar, je hebt me
in de voet geschoten" Er volgde een uitgebreid excuus maar daarmede was hij
niet klaar. Jij betaald me paar nieuw klompen en de dokterskosten want die
hagelkorrels moeten eruit en anders ga ik naar Wassink."
Er zat niets
anders op. De boswachter bang voor zijn positie, nam de schade op zich, maar had
wel een duur dagje.
Tijdens het jachtseizoen werden in
deze omgeving vaak drijfjachten georganiseerd. Een aantal gehuurde drijvers dreven
dan het wild naar open terrein waar het door de jagers werd geschoten. Bij een
dergelijk festijn gebeurde eens een ongeluk dat bijzonder goed afliep. Er waren
al verschillende vakken afgewerkt, zij het met weinig resultaat.
Daarna werd
pauze gehouden en ook de drijvers namen hun gemak door achter een heuveltje te
gaan rusten. Op een gegeven moment stak een van hen, ene K, zijn hoofd wat omhoog
om de situatie te overzien.
Meteen klonk een schot; een van de jagers meende
eindelijk een langoor te bespeuren en greep zijn kans. Algemene consternatie,
maar de drijver bezat alle geluk van de wereld. De kogel had slechts zijn wang
gestreeld en een amper zichtbaar wondje veroorzaakt.
Bij dergelijke gevallen
dient de politie een onderzoek in te stellen, dus bezocht Wassink nog diezelfde
avond het slachtoffer. De man zat monter en wel bij de kachel, het wondje was
niet eens verbonden. Wassink zag wel dat gerechtelijk ingrijpen hier overbodig
was en vroeg, om tot een onderlinge schikking te komen. Jij hebt zeker wel voor
vijf gulden pijn gehad: Verontwaardigd stoof K op: " Vijf gulden, minstens
een tientje en dan heb ik nog niets voor de schrik."
Het tientje werd
hem de volgende dag door de schutter prompt uitbetaald waarmede de zaak was opgelost.
Van tijd lot tijd surveilleerde Wassink ook tijdens avonduren
door het dorp hetgeen hem eens een pijnlijke vergissing opleverde, die de heer
Top uit Wekerom zich nog goed kan herinneren. Hij was destijds nog een kind en
woonde met zijn ouders nabij de Viersprong. Zijn moeder bezat geen sterke gezondheid
en herhaaldelijk kwam de dokter over de vloer. Dat was geen eenvoudige zaak, de
man woonde in Barneveld en slechts de Boerenbond, destijds nog van bescheiden
omvang, beschikte over telefoon. Met het nodige geduld kreeg vader de dokter
tes pr ken die dan in de namiddag kwam aanzetten.
De medicijnen die hij
voorschreef konden s' avonds na zes uur bij zijn eigen apotheek worden afgehaald.
Zo ook op een najaarsavond, vader moest weer eens op de fiets heen en weer naar
Barneveld. Het was al volslagen donker toen hij de terugweg kon aanvaarden, dus
werd de carbidlantaarn aangestoken.
Bij Willikhuizen aangekomen draaide vader,
uit zuinigheidsoverwegingen, de watertoevoer van de lamp af. Uit ervaring wist
hij dat het carbid nog wel tot aan huis zou blijven branden. Ditmaal klopte het
niet: even later gaf de lamp het op, dus het laatste stukje maar zonder licht
gereden.
Vader zag vrijwel niets, plotseling een botsing, geschreeuw en een
valpartij, hij werd op het wegdek gesmakt terwijl een ander in de berm terecht
kwam. Meteen hoorde vader een barse stem: "Zeg op, wie ben je, jij krijgt
van mij twee bekeuringen, een voor het rijden zonder licht, de ander voor het
toebrengen van lichamelijk letsel."
Toen begreep vader dat hij politieman
Wassink van de sokken had gereden, het voorwiel precies ,in de mik". Nadat Wassink
door had wie hem dat geleverd had, bond hij weliswaar in, maar haalde toch het
bonboekje voor de dag. Vader Top wist een betere oplossing: Het is hier toch
te donker om te schrijven, loop effe mee naar huis, er is nog wel wat onder
de kurk." Wassink liet zich overhalen, moeder Top maakte zijn verkreukelde
uniform weer op orde en een paar borreltjes deden wonderen zodat wal later
op de avond Top en Wassink als goede vrienden uit elkaar gingen.
Dit
waren wat, weinig schokkende gebeurtenissen uit het leven van een politieman,
maar Wassink heeft in zijn Wekeromse periode ook wel geruchtmakende zaken meegemaakt
met als bekendste de opstand in het legerkamp en de moord op korporaal Vos. Beide
geschiedenissen, waarbij zijn assisentie werd ingeroepen, speelden zich af in
Harskamp en worden uitvoerig weergegeven in het onlangs verschenen boek "Daar
sprak men over", zodat we er hier niet nader op ingaan .Trouwens lang niet
alles wat een man van gezag meemaakt kan gepubliceerd worden.
Wel willen we nog een klein voorval memoreren dat voor Wassink altijd een raadsel
is gebleven. Hij moest ene H. arresteren die nog al wat op zijn kerfstok had en
daarom naar Arnhem zou worden overgebracht. Het was al laat in de middag eer hij
de man te pakken had. Het transport naar Amhem moest maar wachten tot de volgende
dag, dus sloot hij zijn klant op in het arrestantenlokaal naast zijn woning. Wie
schetst zijn verbazing toen de volgende morgen de vogel gevlogen bleek, zonder een
spoor van uitbraak achter te laten.
De deur was normaal op slot, geen verbogen
tralies, Wassink begreep er niets van. Zijn verbazing steeg ten top toen even
later B. zich kwam melden met de laconieke mededeling. "Ik kan thuus veel
beter slapen dan in 't hok, " maar wilde over zijn ontsnapping geen woord
los laten.
In 1929 werd Wasslnk overgeplaatst naar Bennekom
waar hij drie jaar later tot hoofdagent werd bevorderd. Hoe
populair hij in
de loop der jaren te Wekerom was geworden, blijkt uit het feit dat de bewoners
alle moeite hebben gedaan om hem te behouden. Men wilde zelfs het bedrag dat
hij in zijn nieuwe standplaats meer ging verdienen, gezamenlijk bijpassen. Hoewel
zeer erkentelijk voor deze geste, meende Wassink toch te moeten gaan. Ook in Bennekom
maakte hij zich, naast zijn dagelijks werk. ook op diverse terreinen verdienstelijk.
Zo
was hij, omstreeks 1932, medeoprichter en bestuurslid van de esperantovereniging
"Malgram Forto", hetgeen vrij vertaald " Niet groot maar sterk
" wil zeggen.
Deze wereldtaal maakte destijds veel opgang, Wassink bezat
er grote belangstelling voor . Op 7
november 1946 nam Gerrit Jan Wassink, imiddels
tol brigadier opgeklommen, onder grote belangstelling, afscheid van het politiecorps.
Achter zijn actieve loopbaan van precies tweeëndertig jaar politiedienst,
met als bijzonderheid dat deze geheel in de gemeente Ede werd doorgebracht, was
een punt gezet.
H.J.Nijenhuis
